Rupa & the April Fishes is een groep muzikanten uit San Francisco (USA). Centraal staat de mooie en charismatische Rupa Marya. Als Indiase groeide zij op in Frankrijk en woont nu in San Francisco, waar ze halftijds werkt als dokter. Rupa is verantwoordelijk voor alle nummers, die ze afwisselend in het Frans, Spaans en (heel af en toe) Engels en Hindi zingt. Ze begeleidt zichzelf op gitaar. ‘The april fishes’ zijn 5 virtuose muzikanten, die de muziek van Rupa op een unieke manier kruiden met cello, contrabas, accordeon, trompet en percussie. Het concert in Cultuurcentrum Leopoldsburg was het laatste van een lange tournee. Rupa en haar maats hadden er zin in en maakten er een muzikale ontdekkingstocht van, die maar liefst twee uren duurde! Het gros van de nummers uit hun twee albums ‘Extraordinary rendition’ en ‘Este Mundo’ passeerden de revue. Rupa & the April Fishes wordt in recensies wel eens in het hokje geduwd van de populaire ‘Mestizo’ en ‘Balkan’ ensembles die de laatste tijd de festivals onveilig maken. Live wordt het echter snel duidelijk dat hier vanuit een totaal andere traditie vertrokken wordt. Meestal horen we Frans chanson met invloeden van tango, jazz, klezmer en gypsy-swing, waarbij de muziek mij af en toe doet denken aan bijvoorbeeld Marie Laure Béraud of Lhasa de Sela. Daarnaast zijn er de Spaanstalige nummers (vooral afkomstig uit de tweede cd 'Este Mundo'), die wat meer met Latinritmes zoals cumbia, reggae en ska gekruid worden, maar op een heel andere manier dan we dit gewoon zijn bij de trendy mestizogroepjes. De groepsleden springen namelijk veel inventiever om met de ritmes en arrangementen, waardoor we tijdens dit optreden echt konden snoepen van verfijnde en gevarieerde invalshoeken, zelfs bij op het eerste zicht simpele deuntjes. Het optreden kwam rustig op gang met het wondermooie ‘les abeilles’. Verdere hoogtepunten: ‘C’est pas d’amour’, ‘une americaine à Paris’, ‘la Rose’, ‘por la Frontera’ (een aanklacht tegen de ‘muur’ tussen de Verenigde Staten en Mexico), ‘la pêcheuse’ en’ l’éléphant’. Leuk extraatje tijdens de bisronde was de cover van een heel bekend Roma-nummer, waarvan ik de titel vergeten ben, maar het was opgedragen aan de dakloze Romazigeuners, waarmee Rupa kennismaakte tijdens haar doortocht in Gent. Dit concert was dus schitterend. Zelfs de cd’s klinken nu een stuk beter dan voordien! Je kan beide albums van Rupa & the April Fishes integraal beluisteren via Bandcamp. Bekijk hieronder de plezante videoclip van 'Une Américaine à Paris'.
De cd ‘Très tres fort’ van Staff Benda Bilili behoort voor mij tot één van de grootste ontdekkingen van afgelopen voorjaar. Mijn favoriete wereldmuziekmagazine Songlines bombardeerde dit album tot ‘top of the world’ in hun aprileditie en meteen was mijn nieuwsgierigheid gewekt (zie eerder blogbericht). Het label Crammed stond al garant voor vernieuwing uit Congo met Konono no.1 en Kasai Allstars, waarvan de laatste deze zomer nog uitblonken op het Afrikafestival in Hertme. Het was afwachten of Staff Benda Bilili de hooggespannen verwachtingen op het concertpodium zou kunnen waarmaken. Gisteren in het Zuiderpershuis ontgoochelden ze zeker niet! Het was te merken dat ze goed voorbereid aan deze Europese tour begonnen zijn. De 11 nummers uit het debuutalbum werden met verve neergezet! Spontaan en intens, maar niet rommelig. Professioneel en strak, maar niet gladjes. Zonder franje maakten ze duidelijk hoe sterk en gevarieerd hun nummers zijn. Cubaanse invloeden, zoals we ze ook bij de oude rumba tegenkomen, maar dan met een frisse, vernieuwende touch ('Moto moindo', 'Marguerite') . Modernere rumba met de obligate soukousriedels ('Moziki'), maar dan niet op gitaar maar op de grappige Satongé. Dat is het éénsnarige instrument dat de 17-jarige Roger Landu (le jeune sapeur) zelf maakte met een metalen blik en een houten boog, waarover één snaar gespannen is. Rustige melancholische nummers zoals 'Polio' en het wondermooi gezongen ‘Sala keba' behoorden tot de hoogtepunten en een pittige hiphopfeel maakte het geheel nog krachtiger, zeker in het nummer ‘Avramandole’. Het funknummer en youtubehit 'Je t’aime’ mocht natuurlijk ook niet ontbreken. Elk nummer werd even sterk gepresenteerd en er zaten zelfs een tweetal nieuwe songs tussen, die niet uit de toon vielen. De voorstelling van de bandleden gebeurde ook zonder de nodige vertraging, die er bij veel concerten een saaie aangelegenheid van maken, maar het funky presentatienummer 'Staff Benda Bilili' leende zich hiervoor uitstekend. Blijft het feit dat Staff Benda Bilili waarschijnlijk niet zo beroemd zou zijn, als het gros van de leden niet in een rolstoel zat en dat zij om dezelfde reden waarschijnlijk door een deel van het publiek niet echt serieus genomen worden. De vraag blijft of het overweldigende applaus bestemd was voor de mooie muziek of voor de prestatie van deze band als ‘gehandicaptengroep’. Laat de gimmick daarom aub snel overwaaien, zodat de muziek het hierbij overwint. De meeste moderne Soukousgroepen kunnen voor mij immers niet tippen aan Staff Benda Bilili op gebied van muzikaliteit en liefde voor de muziek.
Gisterenavond vond er een Fadoavond plaats in Art Base, dat plezante kleine zaaltje in Brussel, waar we ondertussen al een drietal memorabele concerten meepikten. De Fado die hier op het programma stond, was niet de ‘Novo Fado', ook wel georganiseerde fado genoemd, zoals we die kennen van artiesten zoals Cristina Branco, Misia of Mariza. Hier kregen we daarentegen de ‘Fado Castiço’ te horen, zoals die vandaag voortleeft in de kleine fadohuizen van Lissabon. De erfenis van Amalia Rodrigues is dan natuurlijk niet ver weg. In deze fado is er volop ruimte voor improvisatie en streeft men nog naar het bereiken van de ‘saudade’, een moeilijk te vertalen woord, maar weemoed of weltschmertz komt wel in de buurt. Ook in deze fadovorm is er trouwens plaats voor vernieuwing, ze klinkt vandaag niet meer hetzelfde als bijvoorbeeld dertig jaar geleden, er is dus zeker geen sprake van steriele folklore! Met de kleine tournee van de artiesten die gisteren op het podium stonden, is het de bedoeling om die ‘fado castiço’ een beetje bekender te maken bij het Belgische publiek. Deze muziek is minder geschikt voor grote zalen, omdat de interactie met het publiek een belangrijk element vormt. De muziek die we tijdens het concert voorgeschoteld kregen was prachtig. Fernando Silva is een meester op de guitarra portuguesa en hij werd prima ondersteund door Ana Luisa op de viola de fado. Als we er rekening mee houden dat Ana Luisa in België woont en dat zij gisteren voor de allereerste keer samen speelden, mag je gerust spreken van een huzarenstukje. Twee stemmen wisselden elkaar af. Joao Escada is een fadozanger die in België woont. Hij zingt nogal ingetogen en had wat tijd nodig om op dreef te komen. Voor Débora Rodrigues is het podium echter duidelijk haar natuurlijke habitat. Wat een uitstraling heeft dit jonge meisje en wat een magnifieke stem, vol kracht en emotie. Een micro had zij niet nodig! Het concert was heel afwisselend, met niet alleen de pure weemoedige fado, zoals we ze verwachten, maar ook vlotte, ritmische en heel expressief gebrachte nummers. We herkenden enkele bekende liedjes van Amalia Rodrigues, waaronder een knappe vernieuwende interpretatie van haar klassieker ‘Barco negro’. Knap concert!
Gisteren woonden we een tweede concert bij in het kader van het Festival Voix de Femmes, opnieuw in de Flagey. We maakten ons op voor een avondje Tarantella met Officina Zoe. Deze groep is namelijk het boegbeeld van de Pizzica Salentina, de typische volkse dansmuziek van Salento. De dans maakt deel uit van een ritus, een vorm van trance, waarbij de vrouw in een spin verandert. Officina Zoe beschikt over twee schitterende zangeressen, maar tijdens dit concert werd de groep aangevuld met twee extra zangeressen. Naast de heftige tarantella, hoorden we voor de gelegenheid ook een aantal nummers uit de polyfone traditie van de Salento regio, waarbij de stemmen van de vier dames schitterden. Maar het zijn toch de sublieme tarantadeunen die van dit concert een hoogtepunt maakten, met als uitschieters hun eigen ‘Don Pizzica', uit de film ‘Sangue Vivo’ en 'Cu Lli suspiri', dat we terugvinden op hun nieuwe album ‘Maledetti guai'. Er werd er flink op los gedanst tijdens het concert. Mooi om te zien trouwens, deze dans waarbij de man de hele tijd probeert om de vrouw vast te grijpen, maar daar geen enkele keer in slaagt. Het concert van het jaar? Het scheelt zeker niet veel!
Op vrijdagavond 20 november zijn we afgedaald in de krochten van de Bozar voor een concertavond die kaderde in het Festival Moussem. De avond stond in het teken van de Berbercultuur in de Maghreblanden. Het begon met het ensemble Imetlaâ. Zij brengen Amazighmuziek uit de Rifstreek (Marokko) en doen dit op een moderne manier, met gitaren en keyboards. Vlotte deunen die gladjes en tamelijk vlak gespeeld werden, maar best wel sympathiek. Een typisch groepje om op zomerfestivals voor wat ambiance te zorgen, niet minder maar zeker ook niet meer. Na enkele nummers verschenen er een aantal gasten op het podium. Eerst was het de beurt aan het ensemble Tarwa & Cheikh Mohend, Riffijnse troubadours die echt traditionele muziek spelen, enkel begeleid door percussie en fluit. Ik moest toen ik ze bezig zag even denken aan The Musicians of the Nile. Ze klonken gedreven en heftig, maar de begeleiding door Imetlaâ verknoeide voor mij de sound, vlakte het allemaal wat af, weer vooral door de keyboards en omdat het geluid te hard stond. Tweede gast was Mimoun El Walid, een geëngageerde protestzanger, die als singersongwriter een groot aanzien kent binnen de Amazighgemeenschap. Zijn liedjes zijn stuk voor stuk mooi melodieus en ze werden breekbaar gezongen, maar ook hier was opnieuw de begeleiding ondermaats en paste ze totaal niet bij zijn muziek. Een teleurstellend voorprogramma dus. Maar we waren eigenlijk gekomen voor Idir, de bekendste Berberzanger ter wereld. Hij is afkomstig van Kabilië (Algerije) en werd al in de jaren zeventig beroemd met zijn liedje ‘Avava inouva’, lang voordat de raiklanken van Khaled en co de wereld veroverden. De muziek van Idir is trouwens totaal niet te vergelijken met Rai of andere Arabische muziek uit Algerije. Idir is meer een singersongwriter met een heel herkenbare, fragiele stem en knap gitaarspel. Zijn liedjes zijn allemaal heel melodieus. We kregen van hem een greatest hits show voorgeschoteld, waarmee we hem jaren geleden ook al eens bezig zagen in de Botanique. Deze keer bespeelde hij het dolenthousiaste publiek regelmatig door een bekende intro te spelen, waarna massaal werd ingevallen en hij eigenlijk niets meer hoefde te spelen. Gelukkig speelde hij die spelletjes niet de hele tijd, hoewel ik me best kan voorstellen dat Idir het wel eens moe zou kunnen worden om al dertig jaar lang dezelfde liedjes te spelen. Maar het blijven knappe songs met een aangrijpende boodschap. Enkele keren gaf hij een lange toelichting over de inhoud. Als ambassadeur van de Berbercultuur vertelt hij sterke verhalen over liefde, vrijheid en ballingschap, vermengd met oude volkslegendes en hij doet dat op een heel poëtische manier. Bekende nummers van Idir zijn bijvoorbeeld 'Zwit rwit', waarmee hij als bisnummer afsloot. Dat nummer werd een hit als El harba wine in de versie van Khaled. Ook 'Azwaw' is bekend, dat staat dan weer op het repertoire van Cheb Mami, waarmee Idir ooit een duet opnam. De bekendste liedjes van Idir kan je allemaal terugvinden op de compilatie Avava inouva. Ook het album Identités (1999), waarop Idir samenwerkt met artiesten zoals Manu Chao, Thierry Robin, Frederic Galliano en Karen Matheson is een pareltje.
Om de twee jaar wordt het festival Voix de femmes georganiseerd. Dit festival focust op sterke vrouwen uit de hele wereld. Je kan niet alleen genieten van concerten, op het programma staat ook theater, dans, film en expo. Dit jaar vindt Voix de Femmes plaats in Brussel (Flagey), Antwerpen (Zuiderpershuis), Utrecht (Rasa) en Luik (Caserne Fonck). Gisterenavond trad Malouma op in de Flagey. Malouma Mint Maideh is een zangeres uit Mauritanië. Zij wordt wel eens de ‘blueslady’ van Mauritanië genoemd, omwille van haar ontzettend warme en expressieve stemtimbre. Ik maakte in 1996 kennis met haar, dankzij haar toen unieke optreden op Sfinks. Op dat moment was zij nog totaal onbekend buiten Mauritanië, er was ook nog geen enkele cd van haar te vinden. Meteen viel op dat Malouma’s manier van zingen en de kracht van haar stem te vergelijken zijn met die van Dimi Mint Abba, die andere diva uit Mauritanië, die met haar traditionele muziek op dat moment op heel wat bijval kon rekenen bij wereldmuziekliefhebbers. Maar Malouma heeft een totaal andere aanpak. Zij vermengt die traditionele, trouwens heel herkenbare muziek met Afrikaanse en Arabische pop en vooral veel Amerikaanse soul en rhythm & blues. Het optreden op Sfinks is mij altijd bijgebleven. Malouma stond heel onwennig en zenuwachtig op het podium en de muzikanten speelden nogal rommelig. Een aantal nummers moesten bijvoorbeeld twee tot driemaal opnieuw gestart worden, voordat het goed zat en de klank was ook niet fameus. Maar de stem van Malouma en ook die van haar zus Mounina beklijfden. In 1998 verschijnt de langverwachte eerste cd ‘Desert of Eden’, met uitschieters als ‘Ya Habibi’, ‘Rasm’ en een knappe cover van ‘Fa fa fa fa’ van wijlen Otis Redding. Op het tweede album 'Dunya' (2003) klinkt het allemaal wat rauwer, de focus ligt wat meer op bluesy rock (in 'Mreïmida' klinkt zelf rockabilly door) maar ook frisse deuntjes op zijn Senegalees, zoals 'Mahma El Houb' en 'Welfi'. De typische pentatonische klanken van Mauritanië blijven wel manifest aanwezig en in het geheel genomen is dit een traditioneler album dan het vorige. Malouma begeleidt zichzelf bijvoorbeeld regelmatig op de ardin, het herkenbaarste snaarinstrument van Mauritanië. In 2007 volgt de derde cd ‘Nour’, waarmee Malouma veel bijval kent bij de gespecialiseerde recensenten. Op dit laatste album gaat ze nog een stapje verder. We horen heel traditioneel klinkende composities, maar ingebed in een wat ‘trendy’ soundscape, met computereffecten en loungy sfeerschepping. In Mauritanië is Malouma beroemd, zij zetelt er in de senaat en staat er bekend om haar strijd voor vrouwenrechten en haar ongezouten meningen, waardoor zij niet erg geliefd is bij het establishment. Bij de jongeren heeft zij veel aanhang, omdat zij erin geslaagd is de traditionele muziek op een creatieve manier te vernieuwen. Tijdens het concert in de Flagey kregen we een zelfzekere en gedreven Malouma te horen, goed bij stem. De nummers uit 'Nour' werden subtiel begeleid met gitaren, bas, percussie en (niet storende) effectjes, afkomstig uit de labtop die een prominente plaats innam op het podium. De oudere nummers zoals ‘Rasm’ werden daarentegen verknoeid door de aangepaste arrangementen, waarbij de goedkope, nogal steriele keyboardklanken overheersten. De akoestische momenten, waaronder de afsluiter ‘Nour’ waren voor mij de hoogtepunten van dit toch een beetje teleurstellend optreden. Beluister hieronder de cd’s 'Dunya' en 'Nour' via Deezer!
Na het concert zakten we met enkele vrienden af naar Marché aux vins Daphins (Rue du belvédère 14), waar de wereldberoemde violist Roby Lakatos aan het spelen was met zijn ensemble. Nooit eerder hoorde ik live zigeunermuziek (in restaurant-stijl!) van zo een hoog niveau!
In 2000 verscheen de cd 'Karimbo' van de groep Mabulu uit Mozambique. Het gebeurt niet vaak dat muziek uit dat deel van Afrika Westerse oren bereikt. Daar komt nog bij dat het album opgenomen werd tijdens de rampzalige overstromingen, waarmee Mozambique in die periode te kampen had. Mabulu (de naam betekent 'op zoek naar dialoog') is samengesteld uit muzikanten van 3 verschillende generaties. We horen een mix van marrabenta, het bekendste genre uit Mozambique, vermengd met hiphop. Traditie en moderniteit worden daarbij op een frisse, ongeforceerde manier met elkaar verweven. In 2001 verscheen een tweede album 'Soul Marrabenta'. Naast Lisboa Matavel, die in november 2002 overleed, is op die cd nog een tweede veteraan van de partij, namelijk Dilon Djindji, misschien wel de bekendste vertegenwoordiger van de marrabenta-stijl. We horen ook invloeden van muziekstijlen uit Zuid-Afrika en Zimbabwe. Mabulu stal in 2000-2001 de show op veel zomerfestivals, o.a. op het Sfinksfestival in Boechout, waar ze voor mij één van de hoogtepunten waren in 2001! In 2002 verscheen nog 'Dilon', een soloalbum van Dilon Djindji, met energieke, akoestisch gebrachte marrabenta. Vervolgens hoorden we niets meer van Mabulu en co. Nu blijkt dat ze toch nog bestaan, weliswaar in door de jaren heen wisselende bezettingen. Het nieuwe album 'African classics' is een compilatie met de beste 17 nummers uit hun 2 cd's. Stuk voor stuk de fijnste nummers uit hun repertoire! Via Mondomix kan je fragmenten van alle nummers beluisteren!
Djelimady Tounkara is misschien wel de grootste gitarist die Mali voortgebracht heeft! Zijn gitaarspel is heel expressief en gevarieerd, zowel akoestisch als elektrisch. Het bekendst is hij als solo-gitarist van de Super Rail Band de Bamako, de beroemdste ‘pop’groep van Mali in de jaren ’70. De Rail Band vermengde traditionele mandingue met Westerse stijlen, waarin de elektrische gitaar en koperblazers een prominente plaats kregen. Moderne dansmuziek zoals we die ook kennen van vergelijkbare ensembles uit bijvoorbeeld Senegal (Orchestre Baobab) en Guinée (Bembeya Jazz). In 1993 maakte Djelimady Tounkara samen met Bouba Sacko (mandingue gitaar) en Lafia Diabaté (zang) een bluesy, akoestisch album onder de naam Bajourou. Zijn grote veelzijdigheid komt echter het best tot uiting op zijn twee recentste solo-albums: Sigui (2001) en Solon Kono (2005). Twee topalbums, waarop we heel frisse mandingue-melodieën aantreffen, vermengd met subtiele invloeden van o.a. latin en flamenco, uitgevoerd met enkele fijne zangers en zangeressen, waaronder zijn dochter Mariam Tounkara. In 2006 schitterde hij op het Afrikafestival in Hertme met die muziek! Het Djelimady Tounkara blues project is een nevenproject, waarmee we hem gisteren bezig zagen in het Zuiderpershuis. We kregen een volledig instrumentale gitaarset voorgeschoteld, in Bajouroustijl. Enkel een tweede gitaar, een basgitaar en een ngoni ondersteunden het gitaarspel van Djelimady Tounkara. We herkenden de intro in flamencostijl van Mande Djeliou (uit 'Sigui'). We hoorden een uitgeklede versie van het fantastisch nummer Fanta Bourama (de opener van 'Solon Kono'). Ook de twee instrumentale nummers uit 'Sigui' (Samakoun en Yamaryo) passeerden de revue. Voor de rest waren er nog enkele pure bluesnummers, een vleugje latin en als buitenbeentje een deuntje in de stijl van Django Reinhardt, waarbij er vrolijk op los geïmproviseerd werd. De algemene sound leunde nog het meest aan bij het Bajourou album. Alles bij elkaar was het toch wat saai, ondanks het onovertroffen en zeker afwisselende gitaarspel van Djelimady Tounkara. Volgende keer hoop ik dat hij zijn dochter meebrengt! Nu was het uiteindelijk meer een ‘showcase’ van een gitarist die eigenlijk niets meer te bewijzen heeft! Bekijk hem hieronder tijdens zijn optreden in 2006 op het Afrikafestival in Hertme, voor mij het beste concert van dat jaar!
‘Without Tony Allen, Afrobeat wouldn’t have existed’. Dat zijn de woorden van wijlen Fela Kuti, bekend als grondlegger van de Afrobeat, een genre waarmee hij vanuit Nigeria een megaster werd vanaf de jaren 70. Tony Allen was een tiental jaren drummer bij Fela's 'Afrika 70’s', met wie hij in zijn gloriejaren meer dan 30 albums opnam. Eind jaren ’70 gaat hij zijn eigen weg, maakt eerst enkele solo albums onder auspiciën van Fela (gebundeld op de dubbelcd 'Afro Discobeat') en vormt vervolgens zijn eigen groep. In de jaren 80 emigreert hij eerst naar Londen en vervolgens naar Parijs. Hij wordt bekend voor zijn vernieuwende stijl, een mix van vintage Afrobeat met andere genres zoals highlife, funk, soul, jazz, hiphop en een vleugje psychedelica. Zelf noemt hij zijn muziek Afrofunk. Gisteren stond de 69-jarige Tony Allen met zijn drumstel centraal tijdens zijn concert in het Zuiderpershuis, met een extra set luidsprekers achter hem opgesteld! Zijn uitgangspunt: ‘A drummer has two legs and two arms and if he’s any good, they’re all playing different things’. Er werd geopend met de subtiele grooves van 'Asiko' (uit ‘black voices’). De band (2 gitaristen, bass, keyboards, trompet en tenorsax) kreeg hiermee de gelegenheid om op temperatuur te komen. Vanaf ‘Elewon po’ (Too many prisoners) uit het schitterende nieuwe album 'Secret agent', mocht de jonge zangeres Ayo mee komen doen. Ook haar stembanden hadden wat tijd nodig om op dreef te komen. Enkele ondersteunende backingzangeressen zouden een welkome aanvulling geweest zijn, want de stem van Ayo is wel mooi, maar niet echt krachtig! Het was pas vanaf het vierde nummer dat we stomende afrobeat voorgeschoteld kregen met ‘Crazy Afro Beat’, gevolgd door ‘Kindness' (uit ‘Homecooking’): een krachtig statement ‘Don’t take my kindness for weakness’ in een lekker broeierig en inventief arrangement, met enkele knappe psychedelische breaks. Zappa meets Afrobeat! Tijdens het tweede deel van de set ging het publiek (een gekke mix van muziekliefhebbers met als motto ‘back to the sexy seventies’?) pas echt uit de bol met kleppers als ‘Afro disco beat’ en ‘Celebrate’. Alles bij elkaar was het een heel memorabel concert: goede muzikanten, sterke nummers, een stevige sound en een charmante Tony Allen, die na de bis uitgebreid handjes ging schudden met een (vrij groot) aantal gretige fans. Bekijk hieronder een promofilmpje voor ‘Secret Agent’!