Startpagina1 111111111111 Zaalconcerten 111111111 Zomerfestivals 11111111111 CD-tips 11111111111 Concertagenda 1111 11111111111 E-mail

maandag 23 augustus 2010

‘Dununya’ van Famoro Dioubaté’s Kakande

Famoro Dioubaté  is een griot uit Guinée-Conakry, die vooral uitblinkt op de balafon. Momenteel woont hij in New York, waar hij in 2008 het album Dununya opnam met zijn groep Kakande. Jammer dat de muziek van Afrikaanse muzikanten die vanuit de States opereren zo weinig doordringt tot bij ons, want Dununya is een heerlijke plaat. De balafon van Famoro Dioubaté staat centraal, aangevuld door een schitterende Mamady Kouyaté op gitaar en enkele Westerse muzikanten op cello, fluit en saxofoon. Een goed geoliede ritmesectie maakt de sound compleet. Famoro Dioubaté neemt zelf het leeuwendeel van de vocalen voor zijn rekening. Maar het is Missia Saran Dioubaté die met haar krachtige stem voor vuurwerk zorgt op tracks zoals 'Nina Kaba', 'Bouba Sylla' en het rustige 'Souaresi', dat eindigt in een verrassend knappe gitaarsolo. Andere hoogtepunten zijn 'Mali Sadjo', de titeltrack 'Dununya’ (voorzien van een bijzonder fraai arrangement!) en het vlot wegswingende ‘Paya Paya’. Gebaseerd op traditionele melodieën, heel herkenbaar en typisch, maar toch net een beetje anders dan we gewend zijn bij deze muziek in Mande stijl. Op de cd wordt in drie verschillende talen gezongen: Malinké, Susu en Jakanke. De eigen composities zoals de ferme opener 'Kakande' en het grappige 'So Si Sa' moeten trouwens niet onderdoen.

'Dununya' is een heel verfrissend album dat geen seconde verveelt. Het zijn allemaal sterke melodieën en de arrangementen klinken vernieuwend, maar tegelijk heel vanzelfsprekend en ongekunsteld. De cd is verkrijgbaar (ook als download) via cdbaby, waar je ook kleine stukjes kan beluisteren.

Gitarist Mamady Kouyaté richtte zelf de Mandingo Ambassadors op, een groep die al enkele jaren wekelijks op woensdag de New Yorkse club Barbès onveilig maakt met de retro sound van het Guinée uit de gloriedagen van Bembeya Jazz en consoorten. Ook hun live-album Radio NYC is een aanrader.

Hier kan je een aantal filmpjes bekijken van Kakande (niet van de beste kwaliteit!)



dinsdag 10 augustus 2010

'Budapest’ van Tzigani


Een cd met als titel Budapest van een ensemble met de naam Tzigani? Hebben we hier te maken met een zigeunergroepje uit Boedapest? Toch niet, Tzigani  bestaat uit muzikanten die allemaal in België wonen: twee Hongaren (Pal Szomora op viool en István Szomora op cimbalom), een Roemeen (Iulian Jantea op accordeon), een Belg (Herman De Rycke op contrabas) en de Bulgaarse zangeres Emilia Kirova. Allemaal muzikanten met een verschillende achtergrond. Het resultaat van hun samenwerking is een cd met muziek die niet echt onder één noemer te vangen is. Er is wel een duidelijke rode draad en dat is de liefde voor zigeunermuziek.

De cd opent met ‘Energipsy’, een instrumentale compositie van violist Pal Szomora. Energiek en snel op zijn Roemeens met tegelijk wat Hongaarse accenten in de melodie. De viool en de accordeon bepalen afwisselend de melodie, de cimbalom de klankkleur. De contrabas ondersteunt. Een voltreffer die meteen zorgt voor hooggespannen verwachtingen voor de rest van het album. Gelukkig valt het vervolg dik mee. De aanwezigheid van kleppers zoals 'Mesecina' en 'Ederlezi' deed bij mij eerst even de wenkbrauwen fronsen. Een riskante onderneming! De versie van Mesecina  die Goran Bregovic maakte voor de film Underground is immers nauwelijks voor verbetering vatbaar. Van het bekendste zigeuneranthem Ederlezi blijft de versie van Bratsch  met de hemelse stem van Mitsou tot nu toe onovertroffen. En toch, Tzigani valt niet door de mand. Emilia Kirova zingt deze klassiekers op haar heel eigen doorleefde manier. De arrangementen zijn bovendien vernieuwend, het is de eerste keer dat ik 'Mesecina' hoor zonder koperblazers, het nummer krijgt daardoor een heel andere dynamiek. 'Ederlezi' wordt voorzien van een Bulgaarse tekst.

De stem van Emilia Kirova is verder nog te horen op ’Bubamara’ uit de film Black cat, white cat. De muziek is deze keer niet van Goran Bregovic, Emir Kusturica stond zelf in voor de soundtrack met zijn eigen groep Emir Kusturica and the No Smoking Orchestra. Een gezellige Romahit in Balkanstijl waarmee de muzikanten van Tzigani wel uit de voeten kunnen. De vaak gecoverde evergreen ‘Dve Gitari’ is afkomstig uit het Russisch zigeunerrepertoire, een typisch melancholisch liedje met de nodige versnellingen als climax.

Het instrumentale 'Ciocarlia' resulteert gegarandeerd in vuurwerk tijdens liveuitvoeringen. Ook dit is een klassieker, bovendien uitstekend geschikt om mee te improviseren. Ik hoorde er al regelmatig varianten van, o.a. tijdens een memorabel concert van Loulou Djine in januari, bij hen heette het 'l’alouette'.

'Azerbaijani waltz' drijft op een indringende filmische melodie, het doet mij denken aan de muziek van Boris Kovac. Heel mooi!

De meest geslaagde nummers op de cd vind ik persoonlijk de twee ‘Romanian suites’, instrumentale lautarimuziek uit Roemenië. Snel en virtuoos in de stijl van mijn lievelingsband Taraf De Haidouks. De accordeon en cimbalom treden op die momenten het sterkst op de voorgrond. Ook ‘Sirba de concert’ is  smullen geblazen voor liefhebbers van de cimbalom.

De drie Hongaarse tracks zorgen wat mij betreft voor een iets te grote stijlbreuk. Hoewel mooie muziek en heel knap gemusiceerd vind ik dat deze stukken niet echt passen bij het geheel. Dit is veel meer klassieke muziek met bovendien (op twee van de drie nummers) extra gastmuzikanten uit Boedapest op tweede viool, altviool, cello en klarinet. Schitterende muzikanten, dat wel! De cd werd trouwens volledig opgenomen in Boedapest en zonder die Hongaarse nummers zou de titel van de cd natuurlijk niet echt toepasselijk geweest zijn. De afsluitende Hongaarse suite is helemaal Magyar Nota, de stijl waarmee ook Tcha Limberger hoge ogen gooit, we zagen hem een dikke maand geleden nog bezig in Art Base (Brussel).

Tenslotte nog even vermelden dat Ernest Bango als gastgitarist fungeert op de meeste nummers, hij speelde tot voor kort bij Roby Lakatos. Verder mag ik niet vergeten te zeggen dat de productiekwaliteit van ‘Budapest’ van heel hoog niveau is. Een streling voor de oren!

Als je Tzigani live aan het werk wil zien, kan dat trouwens. Op 30 september concerteren ze in Art Base. Emilia Kirova zal er die avond wel niet bij zijn. Je kan de cd bestellen via de website van Tzigani, bij cdbaby is hij ook beschikbaar als download. In onderstaande filmpjes zie je een compilatie met zangeres Emilia Kirova plus live-uitvoeringen van 'Azerbaijani waltz' en 'Ciocarlia'.







http://www.myspace.com/tziganigipsyband/

donderdag 5 augustus 2010

Pomegranates: Persian pop, funk, folk and psych of the 60s and 70s

Benieuwd hoe de populaire muziek uit het Iran van de jaren '60 en '70 klinkt? Luister in dat geval zeker eens naar de compilatie Pomegranates (2009), alweer een verrassende uitgave van het eclectische label Finders Keepers records. Zestien schitterende songs brengen je terug naar het Iran van voor de Islamitische revolutie. Een aantal van de hier aanwezige artiesten zijn vandaag trouwens nog altijd actief, weliswaar in ballingschap. De opener helelyos van Zia Atabi is meteen een voltreffer, de energie knalt als het ware uit de boxen bij dit bruisende funknummer met onweerstaanbaar roffelende beats. De track Kofriam van dezelfde artiest klinkt minstens even sterk. Hoor ik daar een mbalax ritme of is dit mijn verbeelding die op hol slaat? Waarschijnlijk het laatste, want in het cd-boekje lees ik dat het unieke ritme waarvan Zia gebruik maakt gemakkelijk verward wordt met een Afrikaanse groove, terwijl het om Bandari gaat, een specifiek ritme uit Zuid-Iran. Overtuig jezelf met het onderstaande filmpje!



Ook Mohammad Nouri tapt uit gelijkaardige funky vaatjes met Biya Bar-e Safar Bandim.

De grootste popster uit het Iran van de jaren 60 en 70 was Googoosh. Haar hemelse stem schittert op deze cd in drie onweerstaanbare tracks: het mysterieuze Talagh, het Mancini-latin-jazzy Bemoun Ta Bemounam en de melancholische afsluiter Gol Bi Goldoon.



Soul Raga van sitarspeler Mehrpouya is het enige instrumentale nummer op de cd. Het Indisch aandoende nummer drijft op een moderne, trendy groove in een bed van tablapercussie met sitarornamentaties. Heel apart!

En het album rijgt het ene hoogtepunt aan het andere. Kourosh Yaghmale presenteert met Gol-e Yakh   een heerlijke midtempo ballad, Mosem-e Gol van Parva is frivole farsi discofunk, gekruid met klassiek Arabische accenten van violen en qanun en 'Gol-e aftab gardoon' van Noosh Afarin de perfecte speelse popdisco met psychedelische whawha accentjes.



'Negar' van  Soli swingt lekker weg in een bhangraritme met inventieve blazers die doen denken aan groepjes zoals de Bollywood Brass Band. Sima Bina kenden we al als de populairste folkzangeres van Iran, hier horen we van haar met een folksong in een vette discogroove.

Ramesh zoekt het meer in de richting van de acid rock met 'Sharm-e Boos-e', een klassesong die wat doet denken aan Shocking Blue.



En last but not least vinden we op deze compilatie ook nog de klassieke, vaak gecoverde folkballad Cheshm-e Man van Dariush. Klasse!