Startpagina1 111111111111 Zaalconcerten 111111111 Zomerfestivals 11111111111 CD-tips 11111111111 Concertagenda 1111 11111111111 E-mail
donderdag 28 oktober 2010
Deolinda @ De Roma (Antwerpen)
Eind 2008 maakte ik kennis met de jonge Portugese groep Deolinda via hun debuutalbum Cançao ao lado.
We betreden de wereld van het fictieve personage Deolinda. Deze jonge vrouw woont samen met 2 katten en een goudvis op een appartementje in een buitenwijk van Lissabon. Deolinda houdt van de luchtige kant van het leven, maar is toch al oud genoeg om te beseffen dat het allemaal niet zo simpel is als het lijkt. Vanachter een gordijn observeert Deolinda het straatleven en haar bizarre buren, waaruit zij inspiratie put voor haar liedjes.
In het echt is het gitarist Pedro Da Silva Martins die verantwoordelijk is voor de muziek en teksten. Samen met Luis José Martins (gitaren), Zé Pedro Leitao (contrabas) en Ana Bacalhau (zang) brengt hij de merkwaardige wereld van Deolinda tot leven. Via Deezer kan je het eerste album integraal beluisteren.
Op de tweede cd Dois selos e um carimbo gaat het kwartet met succes verder op de ingeslagen weg. Dit album vind ik zo mogelijk nog beter dan hun eersteling: vinniger, speelser, levendiger, brutaler. Wat Deolinda klaarspeelt is ook echt niet van de poes. Geworteld in de fadotraditie, die in Portugal nog veel heilige huisjes kent, creëren zij een volledig nieuw muziekgenre: een mix van fado met invloeden uit o.a. klassieke muziek, Braziliaanse muziek, Spaanse stijlen, Congolese rumba en dit alles met een gedurfde punky attitude. De liedjes gaan over het Lissabon van vandaag en zitten vol humor, zelfspot en maatschappijkritiek. Het resultaat klinkt soepel en catchy, vol kleine knipoogjes. Kortom: pure pop in de beste betekenis van het woord. Als je deze liedjes één keer gehoord hebt, lijkt het alsof je ze altijd gekend hebt. Weinige artiesten slagen daarin. En het strafste is dat de muziek van Deolinda tegelijk even subtiel blijft als de allerbeste fado. Soms word je als luisteraar op het verkeerde been gezet met een weemoedig klinkend liedje, waarvan de tekst daarentegen één en al vrolijkheid is.
Gisteren tijdens hun concert in De Roma was het van de eerste tot de laatste noot genieten. Het spel van de muzikanten is om duimen en vingers van af te likken. Het vanzelfsprekende gemak en de soepelheid waarmee de vindingrijke arrangementen om de haverklap tevoorschijn getoverd worden is verbazingwekkend. Met Ana Bacalhau beschikken ze daarbij nog over een zangeres met veel charisma en podiumuitstraling. Muzikaal was dit een topconcert. De toeschouwers die het Portugees machtig zijn, kregen er de boeiende teksten als extraatje bij. Ana Bacalhou hield haar Engelse bindteksten gelukkig kort en to the point. Het is moeilijk om hoogtepunten te benoemen omdat er gewoon geen enkel minder nummer in de set zat! Het ging van macho’s (‘fado Toninho’) over opscheppers (‘patinho de borracha’), wereldverbeteraars (‘movimento perpetuo associativo’) tot de tuba (‘fon fon fon’) met tussendoor enkele breekbare nummers die aangekondigd werden als meer geënt op de echte fado, waaronder het sublieme ‘O fado nao e mau’. Hierin schitterde de stem van Ana Bacalhau als die van de beste fadista. ‘Quando janto em restaurantes’ sprong ertussen uit omwille van de kruidige, Mexicaanse accentjes. Een opvallend nummer is ook ‘A Problematica colocaçao de um mastro‘. Hierin wordt een andere Portugese traditie bezongen, namelijk de feesten ter ere van allerlei Heiligen, die er ieder jaar in juni plaatsvinden.
Superlatieven schieten te kort voor dit concert. Het zal zeker in mijn persoonlijke top 10 belanden op het eind van het jaar!
http://www.myspace.com/deolindalisboa
dinsdag 26 oktober 2010
3Ma @ Cultuurcentrum Leopoldsburg
In 2008 verscheen bij het Belgische label Contre jour het album 3Ma.
3Ma staat voor drie Afrikaanse muzikanten, namelijk Rajéry uit Madagascar, Ballaké Sissoko uit Mali en Driss El Maloumi uit Marokko. Drie muzikanten met een totaal verschillende achtergrond, die met elkaar gemeen hebben dat ze een snaarinstrument bespelen en daarin uitblinken.
Rajéry bespeelt de Valiha, een heel herkenbaar instrument voor wie wel eens naar muziek uit Madagascar luistert. Met zijn eigen groep zag ik deze sympathieke muzikant enkele jaren geleden bezig op het Afrikafestival in Hertme. Een muzikale revelatie! Ballaké Sissoko is virtuoos op de kora, dat hemelse West-Afrikaanse snaarinstrument. Driss El Maloumi tovert het Midden-Oosten uit zijn Oud, nog zo een magisch instrument. Op het album horen we deze drie muzikanten samen aan het werk en ik moet zeggen dat ik het resultaat persoonlijk maar gedeeltelijk geslaagd vind. Bij een aantal tracks komt de fusie van drie werelden namelijk wat geforceerd over.
Op zondag 24 oktober trad het trio op in het CC Leopoldsburg. Er werd sterk geopend met ‘anfass’, het beste nummer uit de cd. Dit was voor mij ook meteen het hoogtepunt van het concert. 'Anfass' is namelijk één van de weinige nummers waarin de drie muzikanten echt op een organische manier samen spelen met een betoverend resultaat. Ook tijdens 'Véro' waren de muzikanten samen goed op dreef. De cd werd voor de rest fijntjes afgewerkt. Het was duidelijk merkbaar dat Driss het geheel dirigeerde met zijn oud, die naar mijn smaak wat te vaak op de voorgrond trad. Niet dat ik dit instrument minder graag hoor - integendeel – maar de experimentjes waren er iets te veel ‘over’ voor mij. Teveel een demonstratie in de zin van ‘kijk eens wat ik kan’. Ook het ingestudeerde muzikale grapje over de Afrikaanse politiek kwam wat flauwtjes over. Mooi waren de momenten waarop de valiha en de kora ('kadiatou') mochten soleren. Beide stukken waren subtiel en breekbaar. Kortom, heel mooi.
Vermits alles draait om de drie instrumenten en hun samenhang werd er slechts sporadisch wat gezongen. Maar goed ook, want enkel Rajery komt als zanger goed uit de verf. Toch was het tijdens het laatste deel van het optreden nog even genieten van ‘Awal’, een nummer waarin ieder om beurt op zijn heel eigen manier de hoofdrol speelt, inclusief zangpartij. Het nummer eindigt in een apotheose waarin alles samenkomt. Gewaagd, maar het resultaat mocht er wezen. Als bis werd het knappe ‘anfass’ nog eens overgedaan.
Samenvattend: 3Ma zorgde voor een verdienstelijk concert van drie schitterende muzikanten, maar een topper was het niet.
Hier kan je de cd integraal beluisteren.
3Ma staat voor drie Afrikaanse muzikanten, namelijk Rajéry uit Madagascar, Ballaké Sissoko uit Mali en Driss El Maloumi uit Marokko. Drie muzikanten met een totaal verschillende achtergrond, die met elkaar gemeen hebben dat ze een snaarinstrument bespelen en daarin uitblinken.
Rajéry bespeelt de Valiha, een heel herkenbaar instrument voor wie wel eens naar muziek uit Madagascar luistert. Met zijn eigen groep zag ik deze sympathieke muzikant enkele jaren geleden bezig op het Afrikafestival in Hertme. Een muzikale revelatie! Ballaké Sissoko is virtuoos op de kora, dat hemelse West-Afrikaanse snaarinstrument. Driss El Maloumi tovert het Midden-Oosten uit zijn Oud, nog zo een magisch instrument. Op het album horen we deze drie muzikanten samen aan het werk en ik moet zeggen dat ik het resultaat persoonlijk maar gedeeltelijk geslaagd vind. Bij een aantal tracks komt de fusie van drie werelden namelijk wat geforceerd over.
Op zondag 24 oktober trad het trio op in het CC Leopoldsburg. Er werd sterk geopend met ‘anfass’, het beste nummer uit de cd. Dit was voor mij ook meteen het hoogtepunt van het concert. 'Anfass' is namelijk één van de weinige nummers waarin de drie muzikanten echt op een organische manier samen spelen met een betoverend resultaat. Ook tijdens 'Véro' waren de muzikanten samen goed op dreef. De cd werd voor de rest fijntjes afgewerkt. Het was duidelijk merkbaar dat Driss het geheel dirigeerde met zijn oud, die naar mijn smaak wat te vaak op de voorgrond trad. Niet dat ik dit instrument minder graag hoor - integendeel – maar de experimentjes waren er iets te veel ‘over’ voor mij. Teveel een demonstratie in de zin van ‘kijk eens wat ik kan’. Ook het ingestudeerde muzikale grapje over de Afrikaanse politiek kwam wat flauwtjes over. Mooi waren de momenten waarop de valiha en de kora ('kadiatou') mochten soleren. Beide stukken waren subtiel en breekbaar. Kortom, heel mooi.
Vermits alles draait om de drie instrumenten en hun samenhang werd er slechts sporadisch wat gezongen. Maar goed ook, want enkel Rajery komt als zanger goed uit de verf. Toch was het tijdens het laatste deel van het optreden nog even genieten van ‘Awal’, een nummer waarin ieder om beurt op zijn heel eigen manier de hoofdrol speelt, inclusief zangpartij. Het nummer eindigt in een apotheose waarin alles samenkomt. Gewaagd, maar het resultaat mocht er wezen. Als bis werd het knappe ‘anfass’ nog eens overgedaan.
Samenvattend: 3Ma zorgde voor een verdienstelijk concert van drie schitterende muzikanten, maar een topper was het niet.
Hier kan je de cd integraal beluisteren.
zaterdag 23 oktober 2010
Karavan Familia @ De Centrale (Gent)
Hongaarse zigeunermuziek associëren de meeste mensen dadelijk met weemoedige violen en cymbalom. De meer volkse variant is een stuk minder bekend. Hiermee bedoel ik de Hongaarse zigeunermuziek in traditionele Olah-stijl, waarbij het instrumentarium meestal heel beperkt is. De stem vormt het middelpunt, enkel begeleid door wat eenvoudige percussie (o.a. met potten, pannen en kruiken). De liedjes starten vaak traag en leiden via meerdere versnellingen naar een climax, waarbij voor hoogstandjes gezorgd wordt met behulp van vocale percussie. Dergelijke muziek hoorde ik een 15-tal jaren geleden voor het eerst in de pure vorm tijdens een concert van Ando Drom.
De Karavan Familia vertrekt vanuit dezelfde Olah-traditie. Bandleider is István Nagy. Samen met zijn echtgenote Ica Farkas maakte hij vroeger deel uit van de groepen Romanyi Rota en Romano Kokalo. Ze werkten o.a. samen met de beroemde cymbalomspeler Kalman Balogh en namen in 2002 de cd 'gipsy flamenco' op met Boban Markovic. Met hun kinderen István en Niki vormt het artiestenechtpaar sedert 2002 de groep Karavan Familia en produceerden ze ondertussen twee mooie albums: Gipsy crossroads (2006) en La Familijaki zor (2008).
Gisteren trad de Karavan Familia op in De Centrale (Gent). Het werd een sober concert met de nadruk op de hemelse stemmen van moeder Ica en dochter Niki, het subtiele gitaarspel van vader Istvan en de lichte percussie plus tweede gitaar van zoon Istvan junior. De Karavan Familie springt heel inventief om met het traditionele zigeunererfgoed. Naast Hongaarse klassiekers hoorden we Romaliedjes uit o.a. Roemenië, Rusland, Servië, Spanje en Bulgarije. Het zijn allemaal traditionele composities, maar met eigen teksten en vaak verrassend eigenzinnige arrangementen, waarmee de groep erin slaagt om het repertoire volledig naar de hand te zetten. 'Dulmutane gila' is een typisch liedje in Hongaarse olah-stijl: een weemoedige trage start die uitmondt in een ultrasnelle climax met veel vocale percussie. Met het bloedmooie ‘Bare droma’ hoorden we een ontroerend Bulgaars liedje dat voor het eerste kippenvelmoment zorgde. Ook de Roemeense liedjes ‘Si man voja’ en vooral ‘Vojake Sheja’, met zijn plezante versnellingen, sprongen ertussen uit. Vuurwerk kwam er vooral na de pauze met ‘Rumba Korkores’, een vlotte meezinger (hop hop hop), gekruid met een snuifje latin. Ook ‘Zha zha!’ klonk fantastisch. Dit is een Servisch liedje, met lichte Sevda-invloeden in het trage deel. Maar vooral de knappe opbouw, met speelse, frisse vocalen en verfijnd gitaarwerk maakten er een hoogtepunt van. Enkele vlotte deunen in Spaanse stijl, zoals het hitgevoelige 'Pomagele', zorgden voor het meeste bijval bij het publiek. Voeg daarbij nog de klassieke Roma anthems 'Szep ez a vilag' en het onvermijdelijke 'Ederlezi' en het concert kon niet meer stuk. Er werd afgesloten met het bizarre 'Gypsy crossroads', waarin een aanstekelijke Roma deun gecombineerd wordt met rauwe blues. Als Istvan zijn mondharmonica bovenhaalt klinkt hij als een rasechte bluesman. Een plezante bis kwam er nog met 'Ki itt a legeny', afkomstig uit het album ‘gipsy flamenco’ met Boban Markovic. Bekijk hier de videoclip van dit nummer. De Karavan Familia schotelde ons alles bij elkaar een boeiend optreden voor, waar spijtig genoeg maar een 40-tal toeschouwers op afkwam. Zonde! Ze hebben een heel knappe website, waarop veel te bekijken en beluisteren valt. Je vindt hen ook op myspace.
De Karavan Familia vertrekt vanuit dezelfde Olah-traditie. Bandleider is István Nagy. Samen met zijn echtgenote Ica Farkas maakte hij vroeger deel uit van de groepen Romanyi Rota en Romano Kokalo. Ze werkten o.a. samen met de beroemde cymbalomspeler Kalman Balogh en namen in 2002 de cd 'gipsy flamenco' op met Boban Markovic. Met hun kinderen István en Niki vormt het artiestenechtpaar sedert 2002 de groep Karavan Familia en produceerden ze ondertussen twee mooie albums: Gipsy crossroads (2006) en La Familijaki zor (2008).
Gisteren trad de Karavan Familia op in De Centrale (Gent). Het werd een sober concert met de nadruk op de hemelse stemmen van moeder Ica en dochter Niki, het subtiele gitaarspel van vader Istvan en de lichte percussie plus tweede gitaar van zoon Istvan junior. De Karavan Familie springt heel inventief om met het traditionele zigeunererfgoed. Naast Hongaarse klassiekers hoorden we Romaliedjes uit o.a. Roemenië, Rusland, Servië, Spanje en Bulgarije. Het zijn allemaal traditionele composities, maar met eigen teksten en vaak verrassend eigenzinnige arrangementen, waarmee de groep erin slaagt om het repertoire volledig naar de hand te zetten. 'Dulmutane gila' is een typisch liedje in Hongaarse olah-stijl: een weemoedige trage start die uitmondt in een ultrasnelle climax met veel vocale percussie. Met het bloedmooie ‘Bare droma’ hoorden we een ontroerend Bulgaars liedje dat voor het eerste kippenvelmoment zorgde. Ook de Roemeense liedjes ‘Si man voja’ en vooral ‘Vojake Sheja’, met zijn plezante versnellingen, sprongen ertussen uit. Vuurwerk kwam er vooral na de pauze met ‘Rumba Korkores’, een vlotte meezinger (hop hop hop), gekruid met een snuifje latin. Ook ‘Zha zha!’ klonk fantastisch. Dit is een Servisch liedje, met lichte Sevda-invloeden in het trage deel. Maar vooral de knappe opbouw, met speelse, frisse vocalen en verfijnd gitaarwerk maakten er een hoogtepunt van. Enkele vlotte deunen in Spaanse stijl, zoals het hitgevoelige 'Pomagele', zorgden voor het meeste bijval bij het publiek. Voeg daarbij nog de klassieke Roma anthems 'Szep ez a vilag' en het onvermijdelijke 'Ederlezi' en het concert kon niet meer stuk. Er werd afgesloten met het bizarre 'Gypsy crossroads', waarin een aanstekelijke Roma deun gecombineerd wordt met rauwe blues. Als Istvan zijn mondharmonica bovenhaalt klinkt hij als een rasechte bluesman. Een plezante bis kwam er nog met 'Ki itt a legeny', afkomstig uit het album ‘gipsy flamenco’ met Boban Markovic. Bekijk hier de videoclip van dit nummer. De Karavan Familia schotelde ons alles bij elkaar een boeiend optreden voor, waar spijtig genoeg maar een 40-tal toeschouwers op afkwam. Zonde! Ze hebben een heel knappe website, waarop veel te bekijken en beluisteren valt. Je vindt hen ook op myspace.
zondag 17 oktober 2010
Efi Saranti & Giorgos Papadogiannis @ Art Base (Brussel)
Vorige week zagen we ze nog bezig in gipsyswingstijl à la Django Reinhardt met het Diminuita Swing Quartet: Efi Saranti en Giorgos Papadogiannis. Gisteren streek het duo uit Athene opnieuw neer bij Art Base voor iets totaal anders. Onder de noemer 'Rebetiko guitars & voices' doken beide muzikanten onder in de obscure, vooroorlogse rebetiko-underground. Rebelse protestsongs met 'subversieve' teksten over armoede, roken, drugs, criminaliteit, het gevangenisleven en moeilijke liefdesaffaires. Om drie redenen vind ik wat Efi en Giorgos hiermee aanvangen een belangrijke prestatie. Ten eerste kiezen ze resoluut voor onbekende, ook in Griekenland zo goed als vergeten liedjes. Ten tweede vertrekken ze vanuit de gitaar als solo instrument, iets wat al tijdens de beginperiode van de rebetiko gebruikelijk was, maar vandaag een zeldzaamheid. En last but not least: ze spelen allebei uitstekend. Dat Giorgos Papadogiannis uitblinkt op gitaar hebben we vorige week al gemerkt (zie Diminuita Swing Quartet), maar Efi Saranti verrast hier echt met haar warme, expressieve stem. De liedjes waren mij dus grotendeels onbekend, maar daarom niet minder mooi. Aan variatie was er ook geen gebrek met o.a. echo's van Café Aman, Spaanse invloeden en een snuifje gipsyswing. In het repertoire komen we luchtige liedjes tegen, zoals bijvoorbeeld het grappige 'Mr. Stamatis', over een oude snoeper die zijn gezondheid op het spel zet voor de jonge vrouwtjes. Daarnaast is er ook plaats voor breekbare pareltjes zoals het bloedmooie 'Thalassa'.
Dit optreden belooft alvast voor het album dat in de maak is! In het voorjaar 2011 komen Efi Saranti en Giorgos Papadogiannis terug naar Art Base voor de cd-voorstelling.
Dit optreden belooft alvast voor het album dat in de maak is! In het voorjaar 2011 komen Efi Saranti en Giorgos Papadogiannis terug naar Art Base voor de cd-voorstelling.
SambaSunda @ Zuiderpershuis (Antwerpen)
Indonesische muziek is niet vaak op het podium te bewonderen in onze contreien. Voor mij een extra stimulans om op vrijdag 15 oktober af te zakken naar het Zuiderpershuis. De leden van het 17-koppige Gamelanorkest SambaSunda zijn afkomstig uit Bandung (West-Java). Voor deze tournee werden echter slechts 8 leden uitgestuurd. We kregen voor de gelegenheid een gevarieerde mix van instrumentale percussie, traditionele volksmuziek en populaire sundapopliedjes voorgeschoteld. Gongs, houten trommels bespannen met buffelhuid, een saron (xylofoon), een kacapi (een soort sitar met twintig snaren), bamboefluit en viool prepareerden samen met de gracieuze zangeres Rita Tila een gevarieerd menu, een staalkaartje van waar deze groep allemaal voor staat. Speelse instrumentale nummers, die sterk op percussie geënt zijn (vb. Bubuka en Ecek) werden afgewisseld met fris gearrangeerde sundapopliedjes zoals Kahayang, Ronggeng Inuit, Goyang Karawang en het sublieme Enjing Deui (een liefdesliedje waarbij de frasering van 'Enjing' mij aan het welbekende 'Angie' van the Rolling Stones deed denken). Daarnaast hoorden we enkele nummers in een meer traditionele stijl, zoals Jemplang Topeng, de muziek die bij een maskerdans hoort. Dit is echt heel apart en waarschijnlijk wat minder toegankelijk voor de meeste Westerse oren, maar tegelijk ook betoverend. Ook het wervelende Bajidor Kahot, een vinnig gezongen, traditioneel dansnummer met weerhaakjes, behoorde voor mij tot de hoogtepunten van een geslaagde avond.
Een minpuntje was de nogal slecht afgestemde geluidsmix. Het stond vooral te luid, waardoor het geheel bij momenten chaotisch klonk en de schitterende stem van zangeres Rita Tila regelmatig nauwelijks hoorbaar was. Toch wel een smet op dit heel mooie, memorabele concert.
Bij het Duitse label Network verscheen in 2005 de knappe cd Rahwana's cry, waaruit tijdens het optreden een vijftal nummers gespeeld werden. Daarnaast bestaan er een zevental cd’s voor de Indonesische markt, die je o.a. hier kan terugvinden. Er zit ook een compilatie tussen van hun eerste vijf Indonesische releases. Die muziek is veel meer popgericht (met drums, gitaren, keyboards en zelfs hier en daar wat dubs en elektronica). Maar het blijft een heel eigen geluid, popmuziek geworteld in een waslijst van traditionele Indonesische muziekgenres. Beluister Sambasunda op hun myspace.
Hieronder twee filmpjes. In het tweede filmpje kan je zangeres Rita Tila solo bewonderen met een sundapopliedje.
zaterdag 9 oktober 2010
Diminuita @ Art Base (Brussel)
DIMINUITA live @ Art Base, Brussels, Belgium March 2010
Op zaterdag 16 oktober komen gitaristen Giorgos Papadogiannis en Efi Saranti nog eens naar Art Base voor een heel ander concert. Dan spelen ze namelijk pure Rebetiko, waarbij je ze ook kan horen zingen. Eigenlijk spreekt dat programma mij persoonlijk meer aan. Bekijk hieronder een fragment, opgenomen bij Art Base in maart 2010.
zondag 3 oktober 2010
Tzigani @ Art Base (Brussel)
Foto's: Frans De Clercq
Op donderdag 30 september trad Tzigani op in Art Base. De Bulgaarse zangeres Emilia Kirova hadden ze niet meegebracht, maar dat mocht de pret niet bederven, want het was een memorabel concert!
Tijdens het eerste deel viel de keuze voornamelijk op het Hongaarse repertoire, waarbij violist Pal Szomora op het voorplan mocht treden. Oskar Nemeth, die vroeger bij de groep van Roby Lakatos speelde, verving vast groepslid Herman De Rycke voor de pauze op de contrabas, omdat die laatste wegens een operatie aan de schouder verstek moest laten gaan voor de stukken waarbij de strijkstok vereist was.
Er werd geopend met de Hongaarse suite die op de cd als slot fungeert. Andere hoogtepunten waren de inventieve instrumentale versies van Bubamara en Dve gitari en de zeer mooie Azerbeidjan wals.
Na de pauze was het de beurt aan Iulian Jantea om te schitteren op de accordeon. We kregen de Roemeense nummers uit de cd voorgeschoteld, samen met een sublieme adaptatie op zijn Roemeens van het operetteliedje Die Juliska aus Budapest , hier grappig omgedoopt tot Die Juliska aus Bukarest. Een voorsmaakje van de tweede cd? Tijdens de cymbalomsolo Sirba was het Istvan Szomora die voor een huzarenstukje zorgde. De officiële set werd afgesloten met een vinnig Pacsirta. Het zaaltje ging volledig uit zijn dak. De groep werd tweemaal teruggeroepen, eerst voor een uitbundige Sabeldans (van Aram Chatsjatorian) en tenslotte voor een heel verrassende, snelle versie van de zigeunerklassieker Djelem Djelem, die voor de gelegenheid een Hongaarse inleiding kreeg. Topklasse!
Abonneren op:
Berichten (Atom)






