Startpagina1 111111111111 Zaalconcerten 111111111 Zomerfestivals 11111111111 CD-tips 11111111111 Concertagenda 1111 11111111111 E-mail

zondag 28 november 2010

Frank London's Zmiros Trio @ Zuiderpershuis (Antwerpen)


In het kader van het jaarlijks Internationaal Joods Muziekfestival was Frank London op zaterdag 27 november te gast in het Zuiderpershuis om zijn nieuwste project voor te stellen. Frank London verdiende zijn sporen met de wereldberoemde Klezmatics en de Klezmer Brass All-Stars. Naast Klezmer exploreerde Frank London ook o.a. Joodse jazz, cantoriale en mystieke muziek en verleende hij zijn medewerking aan cd’s van artiesten zoals John Zorn, John Cale en Itzhak Perlman.

Frank London's Zmiros Trio bestaat naast Frank London (trompet en harmonium ) uit Judith Berkson (zang en harmonium) en Deep Singh (tabla). Zmiros (Zemirot) verwijst naar Joodse religieuze muziek of Sabbatliederen. Tijdens het concert maakten we dadelijk kennis met het Hebreeuwse alfabet. ‘Alef Bays’, dat later nog een tweede keer passeerde, is een kinderdeuntje uit de Joods Iraakse traditie. Een speelse manier om jonge kinderen het alfabet bij te brengen. De setlist was verder voor het grootste deel religieus geïnspireerd. Meestal werd geopteerd voor een medleyformule, waarbij Cantoriale liederen uit de Chassidische traditie naadloos overvloeiden in feestelijke Sabbatliederen of mystieke melodieën. Ook nieuwe composities van Judith Berkson zoals ‘Ahovas Oylem’ passeerden de revue. Deze jonge artieste was voor mij de revelatie van dit concert. Judith Berkson beschikt over een zeer wendbare alt die zij niet alleen benut als Cantor voor een Hebreeuwse congregatie in New York, maar zij is ook vertrouwd met jazz, avant-garde en klassieke liedkunst. In de set zat bijvoorbeeld een eigenzinnige versie van Der Leiermann uit Die Winterreise van Franz Schubert. De algemene teneur van het concert was ernstig en spiritueel, maar tegelijk ook speels en avontuurlijk. Dat kan moeilijk anders met een duivel-doet-al als Frank London. Deep Singh was op geen enkel moment opdringerig met zijn tabla, maar maakte het mystieke sfeertje op een subtiele manier compleet. De tabla past trouwens wondermooi samen met het harmonium, een combinatie die we ook regelmatig terughoren in Soefi trancemuziek uit India en Pakistan.

Van Frank London’s Zmiros Trio bestaat nog geen cd-opname. In de discografie van Frank London zitten wel enkele aanraders die mooi aansluiten bij het gespeelde repertoire. Hierbij een overzicht.

Invocations (cantoriale muziek)
Hazonos (cantoriale muziek). Op dit album vinden we een versie terug van ‘Moron D’vishmayo’, een nummer dat ook passeerde tijdens het concert
Nigunim  (mystieke liederen) en The Zmiros Project(Sabbatliederen), twee albums i.s.m. Lorin Sklamberg, zanger en medeoprichter van de Klezmatics
Tsuker-zis (liederen opgedragen aan Joodse feesten) met o.a. Deep Singh en Lorin Sklamberg

Kennismaken met de persoonlijke muziek van Deep Singh kan je via zijn myspace. Ook Judith Berkson heeft een eigen myspace.

Hieronder twee fragmenten uit het concert dat Frank London’s Zmiros trio op 26 november gaf in Utrecht, plus een filmpje waarin je Judith Berkson solo aan het werk kan zien.





Bijyani Sathpathy & Surupa Sen @ Zuiderpershuis (Antwerpen)

Het wereldculturencentrum Zuiderpershuis heeft niet enkel muziek op het programma staan. Het publiek kan er ook kennismaken met theater, literatuur en dans uit diverse windstreken. Op vrijdag 26 november was het podium gereserveerd voor Bijyani Sathpathy en Surupa Sen. Dit zijn twee danseressen die zich bekwaamd hebben in Odissi, een traditionele dans uit Oost-India die behoort tot de zeven belangrijkste klassieke Indiase dansvormen. Odissi is oorspronkelijk een tempeldans die door de Mahari in de tempels van Orissa gedanst werd. Later kwam deze dans in de hoven van de vorsten terecht en daarna bij het volk. De huidige uitvoering van Odissi is gebaseerd op de tempelsculpturen. De afbeeldingen gaan terug tot de eerste eeuw voor Christus. Vloeiende, afgeronde bewegingen en sierlijke, stilstaande houdingen getuigen van elegante schoonheid en bevalligheid, de typische kenmerken van ‘moderne’ Odissi.

Bijyani Sathpathy en Surupa Sen zijn twee Odissi-danseressen van de vermaarde Nrityagam-school. Hun optreden bestond uit een aaneenschakeling van solo’s en duo’s. Tijdens het eerste stuk kregen we een uitbeelding van diverse tempelsculpturen te zien. Daarna volgde een reeks taferelen uit het liefdesleven van Krishna, de bekende godheid uit het Hindoeïsme. Dit resulteerde vooral na de pauze in sublieme samendans. Indrukwekkend hoe sierlijk de bewegingen van beide danseressen samenvloeien en hoe zij door middel van subtiele bewegingen met handen, vingers, ogen en wenkbrauwen het hele verhaal uitbeelden. Vooral de apotheose van het verhaal was ronduit schitterend, namelijk het moment waarop Krishna zijn geliefde kan heroveren, nadat hij een scheve schaats gereden heeft. Ook het afsluitende stuk, een uitbeelding van het mannelijke en vrouwelijke ‘element’ behoorde tot de hoogtepunten van een alles bij elkaar verrassend boeiend en mooi optreden.

Ik moet eerlijk bekennen dat de aangekondigde muziek mij over de streep getrokken heeft om deze dansvoorstelling bij te wonen. Op de website en in de brochure stond namelijk vermeld dat niemand minder dan Bombay Jayashree het dansgebeuren muzikaal zou begeleiden. Dit is een gerenommeerde zangeres, gespecialiseerd in vocale Karnatische muziek. Uiteindelijk bleek zij er helemaal niet bij te zijn en werd dit op geen enkel moment gecommuniceerd. Aanvankelijk was de ontgoocheling groot, maar gelukkig snel vergeten vermits de vocalen van zanger Rajendra Kumar Swain ook niet te versmaden waren, net als de rest van het ensemble dat de hele voorstelling mooi inkleurde met fluit, viool en percussie.

dinsdag 23 november 2010

Frère Philippe Sola @ De Fuego (Maaseik)

Foto: Jos Simons

Op zondag 21 november vond in jeugdhuis Fuego (Maaseik) Afrit Noord Zuid plaats, een jaarlijks evenement dat deze keer volledig in het teken stond van Congo. Na een flink gevulde dag met een wereldontbijt, een kookdemonstratie door Moke , een auteurslezing van Lieve Joris en een Congodebat mocht Frère Philippe Sola de festiviteiten afsluiten. Dit is een mij totaal onbekende Congolese groep uit het Brusselse, waarin ook enkele muzikanten uit Angola meespelen. We kregen opzwepende dansmuziek voorgeschoteld, die spijtig genoeg op weinig publieke belangstelling kon rekenen. Nochtans is dit een heel geschikt groepje om zomerfestivals op te fleuren.  In hun set was geen plaats voor gladde, commerciële dansmuziek, maar wel voor ruwe, heftige Soukous, gekruid met maar liefst drie fuzzy gitaren. Verder beschikt de band over echte songs,  heeft de frontman podiumuitstraling en mogen de stemmen van de drie backingzangeressen er wezen. Voeg daarbij tenslotte de afwisselende ritmes, waarbij de bezwerende trance van Konono no.1 soms niet ver weg was. Een aangename verrassing!



maandag 22 november 2010

Willem Vermandere @ Cultuurcentrum Leopoldsburg

Op donderdag 18 november was Willem Vermandere te gast in een uitverkocht CC Leopoldsburg. Deze ‘singer-songwriter’ uit Steenkerke werd in de jaren zestig bekend dankzij een aantal kleinkunstliedjes in het West-Vlaams, waarvan ‘Laat mie maar lopen’ en 'Blanche en zijn peird’ klassieke voorbeelden zijn. Door de jaren heen groeide Willem Vermandere uit tot een monument binnen het Vlaamse muziekgebeuren. Noem deze muziek kleinkunst, singer-songwriter, volksmuziek, wereldmuziek, om het even…Willem Vermandere is onmiskenbaar een artiest die op een heel persoonlijke, door niemand geëvenaarde manier zijn stempel gedrukt heeft op het Belgische muziekgebeuren. In de liedjes, die allemaal stevig verankerd zijn in zijn West-Vlaamse ‘roots’ komen regelmatig verhalen terug over vroeger en over het dagdagelijkse leven in de Westhoek. Daarnaast is ‘op reis zijn’ een terugkerend thema. De gruwel van ‘De Grote Oorlog’ is een ander, niet te verwaarlozen ‘rode draad’ in het oeuvre van Vermandere. In februari vierde Willem Vermandere zijn zeventigste verjaardag. Hij zingt tegenwoordig in algemeen Nederlands,  zij het met een herkenbare West-Vlaamse tongval. Vermandere speelt met taal en wat hij doet is beslist geen folklore. Ook voor milde maatschappijkritiek draait hij zijn hand niet om.

Tijdens het optreden in Leopoldsburg stond het melancholische nieuwe album ‘alles gaat over’ centraal. Liedjes over ouder worden ('alles gaat over' en 'oud moederke'), de dood ('Ettore'), de computergekte (’t alfabet') sloten naadloos aan bij mijmeringen uit zijn kindertijd ('Fredo en Marcello'), de commercialisering van de oorlogsellende ('In Ieper') en de kerk ('rijmelbijbel'). Voeg daar nog wat woordspelletjes aan toe ('bric à brac'), oude ‘hits’ ('bange blankeman', 'onderweg', 'duizend soldaten' en 'Blanche en zijn peird’) plus een nieuwe klassieker in wording (’t kouselied’). Dit was een memorabel en bovendien zeer onderhoudend concert van een icoon binnen de Belgische ‘wereldmuziek’!

Alle info over Willem Vermandere kan je lezen op zijn website. De discografie kan je hier raadplegen. De mooiste liedjesteksten werden gebundeld in het boek Van Blanche tot Blankeman: de liedjesteksten. Bekijk hieronder een live uitvoering van  ‘Bange Blankeman’ en een mooie interpretatie van ‘alles gaat over’ samen met de Turkse muzikant Mustafa Avsar.



zondag 14 november 2010

Natacha Atlas @ Zuiderpershuis (Antwerpen)


De in België geboren zangeres met Marokkaans/Egyptische roots, Natacha Atlas, was in de nineties even ‘hot’ omwille van haar bijdrage aan het baanbrekende Britse collectief Transglobal Underground. De hippe electro-dancebeats kregen, gekruid met haar Arabische vocalen, het spannende label world fusion of ethnotechno opgeplakt. De stem van Natacha Atlas betekende samen met die van raïkoning Khaled een eerste voorzichtige kennismaking met Arabische muziek voor vele jonge Westerse oren, incluis die van mezelf. Op haar soloalbums zette Natacha Atlas haar exploratie van Westerse dance met Arabische buikdansritmes nog enkele jaren verder, waarbij ze alsmaar vaker ook klassiekere thema’s binnensmokkelde in de totaalsound. In die periode zong ze ook enkele, niet altijd even kwaliteitsvolle covers van popklassiekers en Franse chansons. Het verlangen naar een echt klassiek Arabisch album werd in 2008 ingelost met de prachtige cd Ana Hina. Op dit album laat Natacha Atlas de vette beats voor wat ze zijn en  omringt ze zich met echte topmuzikanten (het Mazeeka ensemble). De cd bevat naast knappe nieuwe nummers vooral enkele frisse, geslaagde interpretaties uit het repertoire van de Libanese zangeres Fairuz. Met het Mazeeka ensemble schitterde Natacha Atlas vorig jaar nog op Sfinks. De nieuwe cd Mounqaliba ('in een staat van omkering') is nog ambitieuzer. Inhoudelijk liet Natacha Atlas zich inspireren door de teksten van Rabindranath Tagore.  De klassieke Arabische muziek (met een twintigkoppig Turks ensemble) wordt deze keer vermengd met jazz en avant-garde, waar de Britse pianiste Zoe Rahman deels verantwoordelijk voor is. Voeg bij dit alles een bed van ambient soundscapes en een loodzware ondertoon. Het resultaat is een bevreemdende luisterervaring met naast bloedmooie songs zoals 'Muwashah Ozkourini' en 'Makaan' ook prekerige intermezzo’s, die bij een tweede luisterbeurt gaan vervelen. De frisse speelsheid is volledig verdwenen, met het vlotte 'Taalet' als eenzame uitzondering.

Gisteren trad Natacha Atlas op in het Zuiderpershuis. Het concert kaderde in het festival Moussem. La Atlas werd opnieuw omringd door kwaliteitsmuzikanten, waaronder haar partner, de Brits-Egyptische violist en arrangeur Samy Bishai, die het geheel dirigeerde. Ook op haar stem viel niets af te dingen. Het begon allemaal heel sterk en subtiel met goed uitgebalanceerde versies van 'La Teetab Alayi', 'Makaan' en 'Muwashah Ozkourini'. Ook toen het concert evolueerde naar een meer experimentele, jazzy mood met o.a. 'Black is the colour' bleef het uitermate boeiend. Enthousiaste reacties van het publiek volgden op zwierig gebrachte interpretaties van ‘Mon amie la Rose’ (Françoise Hardy) en vooral 'La Shou El Haki' (Fairuz). Deze liedjes werden wel lichtjes ontsierd door de voorgeprogrammeerde beats uit Samy Bishai’s laptop, die niet bepaald voor een meerwaarde zorgden en de muzikanten zelfs af en toe uit balans brachten. Bij ‘Batkallim’ werkte dit nog redelijk, maar ‘Taalet’ ging helemaal de mist in. Spijtig! Ook de voorstelling van de muzikanten tijdens afsluiter ‘Hayati Inta’ was inspiratieloos en veel te langdradig. Tenslotte kregen we in de korte bisronde een herneming van 'La Shou El Haki' , waardoor we alles bij elkaar toch een beetje op onze honger bleven zitten. Omwille van deze schoonheidsfoutjes krijgt dit optreden van mij slechts een zeven op tien. Natacha Atlas, het blijft een eigenzinnige dame!



zaterdag 13 november 2010

Ablaye Cissoko @ Molière (Elsene)

Eén van de meest beklijvende concerten die ik mij kan herinneren is dat van Ablaye Cissoko in 2004 op Sfinks. Op zijn eentje bracht deze artiest uit Senegal de hele clubtent in vervoering met zijn subtiele spel op de kora. Maar nog meer waren het de fijne, melodieuze liedjes, gezongen met een mooie, breekbare stem, die dit optreden voor mij uniek maakten.

Ondertussen zijn we zes jaar verder. Gisteren trad Ablaye Cissoko op in zaal Molière. Nog altijd heeft hij niet meer nodig dan zijn kora en stem, maar de man heeft ondertussen flink wat podiumervaring opgedaan, het repertoire is gegroeid en hij betrekt nu ook het publiek bij de muziek. Ablaye vertelde bijvoorbeeld de legende over de uitvinder van de kora, zijn voorvader ‘Dially Mady Wouling’ (‘Le Griot Rouge’). Dit verhaal vormt de rode draad van zijn tweede gelijknamige cd uit 2005. Verder ging het over de slechte medische voorzieningen in afgelegen Senegalese dorpjes. Toen Ablaye een lans brak voor polygamie en fier vertelde over zijn tweede echtgenote, zette hij het publiek wel even op het verkeerde been. Want die eerste vrouw was natuurlijk niemand minder dan zijn kora!

Het optreden van Ablaye Cissoko was ook deze keer memorabel. Naast ‘Le Griot Rouge’ herkenden we o.a. het beklijvende ‘Douna’ uit zijn eerste album Diam (2000) en ‘Bouba’ uit Sira (2008), een superknappe cd die hij samen met de Duitse trompettist Volker Goetze opnam. Ook minstens één nieuw liedje passeerde de revue. In zijn eenvoud was dit allemaal even prachtig!

Beluister nummers uit de 3 cd's van Ablaye Cissoko via zijn myspace.





vrijdag 12 november 2010

Inês Graça @ Art Base (Brussel)

Aan goede fadozangeressen is er in Portugal momenteel duidelijk geen tekort, maar slechts weinig jonge artiesten interpreteren de Fado nog op de traditionele manier. Vorig jaar maakten we kennis met de prachtige stemmen van Debora Rodrigues (Art Base) en Micuela Vaz (CC Leopoldsburg). Gisteren was het de beurt aan Inês Graça. Deze veelbelovende zangeres verdiende haar sporen met de in Portugal heel populaire groep Al Mouraria, getuige de vele optredens voor TV en Radio.

De passage van Inês Graça in Art Base  op 11 november werd pas enkele dagen geleden bekendgemaakt. Een last-minute concert dus! De zangeres liet zich tijdens dit optreden begeleiden door José Pinto (Portugese gitaar) en Joaquim Caniço (viola de Fado). Dit zijn allebei door de wol geverfde muzikanten. José Pinto begeleidde bekende fadosterren zoals Cidalia Moreira en hij speelde lange tijd met Fernando Mauricio, de ‘King of Fado’.

Voor de pauze waren de muzikanten nog wat op zoek naar de juiste invalshoek, bij momenten leken ze een beetje gedesoriënteerd. Tijdens het tweede deel besloot het trio verder te doen zonder versterking. Een uitstekende keuze, alles klonk vanaf dan perfect!

Bij een traditionele fadista is het repertoire van fado icoon Amalia Rodrigues vanzelfsprekend nooit ver weg.
We herkenden 'Gaivota', 'Havemos de ir a Viana', 'Foi Deus', 'Barco Negro', 'Uma Casa Portuguesa' en een door Ines subliem gezongen 'Nem as paredes'. Maar ook modernere stijlen kwamen aan bod, bijvoorbeeld in ‘Os Búzios’, een Fado Cançao van Jorge Fernando, bekend in de versie van Ana Moura. In de teksten van ‘Bia da Mouraria’ en ‘Namorico da Rita’ is de hoofdrol weggelegd voor Chico, een jonge verleider die het nodige leed veroorzaakt. ‘Carmencita’ gaat over een zigeunermeisje en ‘Rosa ao peito’ over een witte roos. In de bisronde genoten we van de speelse versie van ‘Maria Lisboa’, nog een klassieker van Amalia.

Besluit: een onderhoudend concert en tegelijk een aangename kennismaking met Inês Graça, een jonge fadista waarvan we zeker nog meer zullen horen! 

Beluister Inês met haar groep Al Mouraria via myspace. Hun discografie vind je hier. Bekijk Inês Graça met haar vertolkingen van ‘Carmensita’ en ‘Foi Deus’ op youtube.





woensdag 10 november 2010

‘Hakili’ van Mamady Keïta & Sewa Kan


Mamady Keïta is een befaamde djembespeler uit Guinée-Conakry. Vorig jaar ondernam hij een ambitieuze Europese tour om te vieren dat hij er al een carrière van 50 jaar heeft opzitten. Tijdens die concerten werd de live cd + dvd Hakili opgenomen en die ligt sinds enkele weken in de winkel. Eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat ik nooit een echte liefhebber van Afrikaanse percussie geweest ben, tenzij ze als ondersteuning gebruikt wordt bij de muziek. Ik gruw een beetje van die typische folkloregroepjes die zich om het Westers publiek ter wille te zijn in traditionele klederdracht hullen om vervolgens even wild op wat trommels te kloppen en de daarbij horende dansjes op te voeren. Het cliché van de ‘primitieve’ Afrikaan wordt daarmee volgens mij voor een stuk in stand gehouden. Mamady Keita paste voor mij tot nu toe een beetje in dat straatje. Onterecht, want de man kijkt duidelijk verder. Met zijn groep Sewa Kan smokkelt hij naast de obligate, wervelende percussie ook andere instrumenten binnen in zijn muziek. Niet alleen de traditionele kora en balafon, maar ook fluit en saxofoon. De sound wordt hierdoor een stuk melodieuzer en dus gevarieerder. Het nieuwe album start sterk met het titelnummer ‘Hakili’, gevolgd door het nog geslaagdere ‘Saran Kenyi’. Hier wordt verrassend stevig gemusiceerd en gezongen in de sprankelende stijl zoals we die kennen van andere topartiesten uit Guinée. Op een aantal andere nummers fungeren het extra instrumentarium en de zang eerder als ondersteuning voor de percussie, die naar mijn smaak bij momenten te fel naar de voorgrond gemixt werd. Een buitenbeentje is ‘Sundjata Fasa’, een hommage aan Sundiata Keita, de oprichter van het groot Mande-rijk. Dit is onmiskenbaar een nummer in Mande, Griot stijl. De hoofdrol is weggelegd voor de krachtige zang, kora en balafon en de percussie dient subtiel als ondersteuning. Zo hoor ik het persoonlijk liever.

Hoewel deze muziek dus niet 100 % mijn ding is, blijft Mamady Keita ongetwijfeld een topper binnen het wereldje van djembe-spelers. Hij heeft uitstraling, omringt zich met topmuzikanten en zorgt tijdens zijn optredens steevast voor een feestelijke, professionele act, getuige de bijhorende DVD. Een 'must see' voor de liefhebber!

Op dit moment toeren Mamady Keita & Sewa Kan door België.

19 november in het Palais des Beaux-Arts de Charleroi
20 november in het Cultureel Centrum Leopoldsburg
24 én 25 november in de Molière (Brussel)
26 november in het Cultureel Centrum Belgica (Dendermonde)
5 december in het Cultureel Centrum Doornik

Hierbij een voorsmaakje!



Beluister Hakili integraal via  Deezer  

maandag 8 november 2010

Shahkilid @ Bozar (Brussel)


‘Shahkilid' is Perzisch voor de sleutel waarmee je alle deuren opendoet. Dadmehr is een Iraanse muzikant die in Brussel woont en uitblinkt op de tombak (soort trommel). Met Shahkilid gaat hij de uitdaging aan om de (klassieke) Perzische muziek naar nieuwe horizonten te leiden. Het is daarbij de bedoeling om een geluid te creëren dat de Iraanse muziek overstijgt. Instrumentale improvisatie is het middel om dit ideaal te bereiken. Perzische toonreeksen dienen daarbij als basis. Het schijnt dat deze vorm van spelen, waarbij elk lid van het ensemble muzikale vrijheid krijgt, ongewoon is in de Perzische muziek.

Vorig jaar verscheen de geslaagde cd, Nedaye Asemani. Dit betekent letterlijk  'klagend gefluister uit de hemel' maar verwijst tegelijkertijd ook naar Neda, de jonge vrouw die omkwam bij de ‘groene’ betogingen in Iran. Zoals zij symbool staat voor de drang naar vrijheid, staat Shahkilid voor absolute muzikale vrijheid, een zoektocht naar hemelse klanken en ritmes.

Gisteren traden de muzikanten van Shahkilid op in de Bozar  om 11:00 uur ‘s morgens. Het concert kaderde in BOZARSUNDAYS, familieactiviteiten met ontbijt. We ontwaarden een aantal gezinnen met jonge kinderen en vreesden eerst voor veel geroezemoes, maar die bezorgdheid bleek uiteindelijk onterecht.

Shahkilid bestaat momenteel naast Dadmehr (tombak & daf) uit Sahram Mirjalali (tar & barbat), Saeid Fahimi (ney) en Jan Kuijken (cello). Een concert dat volledig opgebouwd wordt via improvisatie, daar zijn vanzelfsprekend risico’s aan verbonden. Het vereist een constante alertheid van de muzikanten, want er moet niet veel gebeuren om uit de bocht te vliegen. Als het daarentegen lukt maak je als luisteraar een unieke momentopname mee.

Het begon met een lange solo van Saeid Fahimi, die een welhaast eindeloze reeks klanken toverde uit de ney (Iraanse fluit). Tijdens het tweede stuk probeerden Dadmehr en Sahram Mirjalali allerlei combinaties uit tussen de Iraanse tokkelinstrumenten (tar & barbat) en percussie (daf & twee soorten tombak). Die improvisatie vond ik minder geslaagd, het bleef tot het eind zoeken om niet echt ergens uit te komen. Daarna was het de beurt aan Jan Kuijken voor een sfeervolle solo op cello. Toen Saeid Fahimi hem met zijn ney kwam vervoegen resulteerde dit in een magische symbiose. Heel mooi! Druppelsgewijs sloten Dadmehr en Sahram Mirjalali hierbij aan en we kregen een heerlijk moment voorgeschoteld, waarbij het klikte en de puzzelstukjes mooi bij elkaar aansloten. Vervolgens gaven de muzikanten beurtelings de aanzet tot nieuwe thema’s, die hen soms nergens brachten, waarna nieuwe pogingen volgden met wisselend succes. Tijdens de korte bisronde beloonde het viertal het publiek nog even met een vlot dansbaar en meeklapbaar stukje muziek. Samenvattend: een creatieve en gedurfde zoektocht naar de schier onmogelijk haalbare perfectie!

Beluister het album ‘Nedaye Asemani’ integraal via Deezer.



Gülistan Perwer @ Molière (Elsene)


De zangeres Gülistan Perwer is afkomstig van Riha (Urfa), gelegen in het Turkse deel van Koerdistan. Net als de rest van Koerdistan kende Riha tot voor kort een totaalverbod op alles wat Koerdisch was. Op vrijdag 5 november trad deze artieste op in zaal Molière (Elsene). Het concert werd georganiseerd door Muziekpublique.  In de aankondiging lezen we dat de Koerdische muziek en zang heeft kunnen overleven dankzij de mondelinge overlevering van volksliederen en dansen. De Koerdische vrouw heeft op dat vlak een belangrijke rol gespeeld. Gülistan Perwer begon al op heel jonge leeftijd muziek te maken, maar haar carrière kwam in een stroomversnelling toen ze trouwde met Sivan Perwer, de beroemdste en populairste Koerdische artiest.

Noem het gerust een krachtig statement dat Gülistan ondersteund werd door een volledig vrouwelijke bezetting: Sevcan Ezgi (saz), Burcu Yankin (percussie) en Nure Dilovan (viool). Samen lieten ze ons kennis maken met Koerdische volksliedjes uit verschillende regio’s. Weemoedige liefdesliedjes werden afgewisseld met feestelijke deuntjes, maar altijd bleef de krachtige percussie op de voorgrond. Het sterkste punt van het concert was voor mij de meeslepende stem van Gülistan. Muzikaal klonk het meestal wat te braafjes en afstandelijk naar mijn smaak. Pas heel op het eind kwam er een beetje power in, toen Gülistan uitpakte met Nazé  en Canê Canê, twee grote hits van haar echtgenoot, Sivan Perwer.  Een interessant maar kwalitatief middelmatig concert!