Startpagina1 111111111111 Zaalconcerten 111111111 Zomerfestivals 11111111111 CD-tips 11111111111 Concertagenda 1111 11111111111 E-mail
maandag 31 januari 2011
Fapy Lafertin & Lollo Meier @ Cultuurcentrum Leopoldsburg
‘In de voetsporen van Django’
De muziek van Django Reinhardt blijft enorm populair, getuige de vele ensembles die zich op zijn repertoire en stijl toeleggen in België en de rest van de wereld. Gitaristen Fapy Lafertin en Lollo Meier kregen de zigeuner manouche swing van Django als het ware met de paplepel binnen en hebben elk op hun eigen manier hun sporen verdiend als authentieke vertolkers van Django’s muziek.
Fapy Lafertin is geboren in België in een Sinti muzikantenfamilie. Als kind leerde hij verschillende instrumenten spelen en beheersen. Hij werd bekend dankzij het 'Piotto Orchestra', waarin ook Vivi Limberger, de vader van Tcha Limberger jarenlang actief was. Ondertussen houdt hij dit muzikale erfgoed in ere met zijn eigen ‘Lafertin Quintet’.
Lollo Meier woont in het zuiden van Nederland en bracht een groot deel van zijn jeugd al reizende door met zijn Sinti familie. Interessant is dat hij zich toelegt op minder bekende composities van Django Reinhardt. Ook hij heeft zijn eigen groep, het 'Lolo Meier Quartet', waarin Tcha Limberger de vioolpartijen voor zijn rekening neemt.
Als verre neven hebben Fapy en Lollo de krachten gebundeld en met ‘in het voetspoor van Django’ een programma in elkaar gebokst waarmee zij al een tijdje rondtoeren. Gisteren was het duo te zien in Cultuurcentrum Leopoldsburg, ondersteund door Bram van Es (basgitaar) en Henry Schuler (contrabas).
Het werd een geslaagde doortocht. We genoten van de virtuositeit van beide topgitaristen, die afwisselend elk in hun eigen stijl soleerden en perfect op elkaar inspeelden. Bekende en minder bekende songs van Django passeerden de revue, zoals Are you in the mood, China boy, Brick top en het rustige Melodie au crépuscule. Que reste-t-il werd bekend dankzij de Franse zanger Charles Trenet en Afternoon in Paris is een klassieker van Stephane Grappelli, de violist die meestal in één adem genoemd wordt met Django.
Ook in hun eigen composities blijft het duo de Django stijl trouw, hoewel hier af en toe een lichte ‘latin’ toets te bespeuren viel. Die stukken vielen zeker niet uit de toon. Van Lollo onthouden we Maggie’s song (over zijn dochter), Rosas en La route de Paris.
Lollo Meier en Fapy Lafertin steken dankzij hun technisch vernuft en doorleefde interpretaties met kop en schouders uit boven de meeste Django performers die we tot nu toe aan het werk zagen. En hoewel een cultureel centrum eigenlijk niet de meest geschikte setting is voor dit soort muziek, genoten we met volle teugen van dit boeiende en gevarieerde concert door twee toppers in het genre.
Cd's van Lollo Meier (ook via cdbaby)
Cd's van Fapy Lafertin
zondag 30 januari 2011
Tanar Catalpinar & Acha @ Art Base (Brussel)
De Turkse troubadour en Sazspeler Tanar Catalpinar timmert al jaren aan de weg. Ooit maakte hij grote indruk met het ensemble Tan. Hun beklijvende optreden in De Markten (Brussel) zal me altijd bijblijven. Nadien zijn we Tanar een beetje uit het oog verloren, maar gelukkig is hij niet van het muzikale toneel verdwenen, hij wordt alleen veel te weinig gevraagd. Een schande want het gaat hier om een echte topmuzikant die al een voorbeeldig muzikaal parcours op zijn palmares heeft staan. Vanuit Nederland richtte hij samen met jazz musici Turquoise op, een groep die zich op etnische jazz concentreerde. Vervolgens ging hij aan de slag met East meets West en ergens in de jaren negentig ontstond Acha. Tanar verhuisde naar Brussel waar hij zijn muziek verder verdiepte met Tan en daarna vernamen we een hele tijd niets meer van hem.
De companen van Acha zijn Tanar gelukkig nog niet vergeten. Gisteren trad Tanar Catalpinar op bij Art Base met de twee kernmuzikanten van Acha, namelijk Nahim Avci en Benito Ouwendijk. Ze hadden heel wat speciale instrumenten bij, o.a. verschillende soorten Saz (baglama, divan en cura), Kemane en Yayli tanbur (een soort luit). Benito is een ervaren flamenco gitarist die in de leer geweest is bij Paco Pena. Zijn Spaanse toets zorgt voor een verrijking van de totaalsound. Met opener 'Fadimem' haalde de groep meteen een topper uit de kast. Dit traditionele liedje uit Emirdag is mij bijgebleven als hoogtepunt uit het repertoire van Tan. Tanar vindt zijn inspiratie in de traditionele muziek uit diverse uithoeken van Anatolië. Eigen composities staan naast traditionele liedjes, maar ze worden allemaal heel persoonlijk neergezet met inventieve arrangementen en improvisaties. Na 'Fadimem' (hier te beluisteren) volgde 'Sendi Gitme (tientos)', waarin de klarinet en de flamencogitaar voor een heel andere sfeer zorgden. In 'Gurbet' (andermans land) kwam het vaak terugkerende thema van ontheemdheid aan bod. Het allermooist klonken ‘Mihriban’ (over een blond Turks meisje), 'Alli Turnam' (kraanvogel) en 'Haydar Haydar', een bekend Alevitisch liedje over verboden liefde. De doorleefde zang van Tanar schittert het meest als hij voluit de hoogte kan ingaan en zijn stem op de traditionele manier laat overslaan. Kippenvel gewoon! Het concert werd afgerond met het opgewekte ‘Anadolu Andalucia’ en 'Hudey hudey', heftige Soefi trance. ‘Hu’ staat hierbij voor de levensadem (eerste kreet) bij de geboorte.
‘Waar we ook geboren zijn, welke nationaliteit of religie we ook hebben, we zijn uiteindelijk allemaal mensen’.
Dat is de misschien wat naïeve maar mooie levensfilosofie van Tanar Catalpinar. Hopelijk krijgen we vanaf nu terug wat vaker de kans om deze artiest aan het werk te zien. Op de myspacepagina’s van Acha en Tanar Catalpinar kan je een aantal liedjes integraal beluisteren. Je kan er ook een video van Mihriban bekijken maar de klank is van slechte kwaliteit. Hieronder zie je Tanar in de weer met Tan.
vrijdag 28 januari 2011
‘Guia’ van António Zambujo
2011 was nog niet goed uit de startblokken of we werden al bedolven onder een lading sublieme nieuwe cd’s. Uit Portugal komt Antonio Zambujo, die met zijn vierde album Guia een heel eigenzinnige visie op de muziek uit zijn geboorteland laat horen. Bij Portugese muziek denken we in eerste instantie aan de fado, maar Antonio Zambujo put ook uit de traditie van ‘Cante Alentejano’, de meerstemmige volksmuziek waarmee hij opgroeide. Daarnaast doet de ‘laid back’ sfeer van het album wat denken aan Braziliaanse Bossa Nova. De fadoroots klinkt vooral door in de herkenbare arrangementen met Portugese gitaar en viola de fado (basgitaar). Subtiel worden hier in een aantal nummers klarinet, trompet en trombone aan toegevoegd, met als resultaat een onweerstaanbare diepgang (bijvoorbeeld in 'a tua Frieza Gela' en 'de mares e Marias'). Maar het is vooral de warme, kwetsbare stem van Antonio Zambujo die van Guia een prachtalbum maakt. Hier is niets te bespeuren van de sterk aangezette, theatrale emoties waarin fadozangers zo vaak uitblinken, maar heerst het naturel van onopgesmukte melancholie. Kortom: een schijfje om eindeloos opnieuw te beluisteren en waarvan het titelnummer 'Guia' volgens mij een klassieker in wording is!
‘This record is all about instinct, gut feeling and the marvellous directions fado can be headed without getting itself lost. Charming and delicate, each word is sung as if the world’s most beautiful woman is Zambujo’s only audience.’ (Songlines magazine)
Beluister hier fragmenten. Via Deezer kan je twee oudere albums van Antonio Zambujo integraal beluisteren.
‘This record is all about instinct, gut feeling and the marvellous directions fado can be headed without getting itself lost. Charming and delicate, each word is sung as if the world’s most beautiful woman is Zambujo’s only audience.’ (Songlines magazine)
Beluister hier fragmenten. Via Deezer kan je twee oudere albums van Antonio Zambujo integraal beluisteren.
maandag 24 januari 2011
Solon Lekkas @ Art Base (Brussel)
Foto: Bobtje Blues Rebetika
Dit was een intrigerend concert. Eerst kregen we enkele instrumentale stukjes voorgeschoteld, die meteen duidelijk maakten dat beide muzikanten hun instrument virtuoos bespelen. Solon Lekkas maakte zijn entree met een dansje (de zeibekiko, waarvan op youtube veel filmpjes te bewonderen zijn, bijvoorbeeld hier). Toen hij zijn eerste lied inzette moest ik even denken aan de herkenbare klank van een Muezzin die oproept tot het gebed. Solon beschikt zo te horen over een op het eerste gezicht bevreemdend hoge, maar tegelijk breekbare en heel emotionele stem. Zo een stem heeft regelmatige smering nodig en dan bieden enkele glaasje ouzo soelaas. Voor de pauze moest hij nog op gang komen, maar tijdens het tweede deel was het genieten troef. We lieten ons meeslepen door de hartverscheurende ‘aman aman’-klanken, o.a. tijdens de klassieker Pergamos, een lied dat ik herkende, want net als een hele resem andere amanédhes is deze melodie ook regelmatig te horen in de Smyrna variant (het huidige Izmir) van het Rebetiko repertoire. De onderliggende structuur (gespeeld op de sandouri) bij enkele stukken vertoont ook gelijkenissen met Arabo-Andalusische muziek. Het concert werd afgesloten met s'Agapo, een hymne die ongeveer elke Griekse artiest wel eens gezongen heeft.
Nog een plezant verhaal in de marge is dat we op het podium een juten zak met Griekse opschriften zagen liggen. Frans wist ons te vertellen dat Solon Lekkas olijven kweekt en ze in dergelijke zakken met zijn paard naar de stad brengt. Hij had zijn eigen olijven meegebracht naar Brussel, samen met gezouten vis (makreel). Dit mengsel heeft hij nodig om voldoende speeksel aan te maken, zodat zijn stem optimaal in vorm blijft. De ouzo had hij ook bij …
Kortom, dit was een hartverwarmend optreden door een authentieke volkszanger! Met dank aan Art Base voor de unieke kans om zoiets in Brussel live te mogen meemaken!
Een vierdelige documentaire over Solon Lekkas kan je hier bekijken: deel 1, deel 2, deel 3 en deel 4.
zaterdag 22 januari 2011
Zâr Ensemble Shanbehzadeh @ Zuiderpershuis (Antwerpen)
Zomer 2007 zorgde het Shanbehzadeh Ensemble voor een heel aparte ervaring op Sfinks. Hypnotiserende trance uit Iran zoals we het nooit eerder hoorden. De groep is afkomstig van de Zuid-Iraanse havenstad Bushehr. Doordat vele handelsroutes elkaar daar kruisten, duiken in deze regio ondermeer Indische, Arabische, Perzische en Afrikaanse invloeden op. Die kruisbestuiving resulteert in unieke, ritmische muziek met al even bijzondere instrumenten. Bandari is de benaming voor deze typische, traditionele dansmuziek, die opgevoerd wordt tijdens allerlei feesten of trancerituelen. Gisteren trad het Zâr Ensemble Shanbehzadeh in een vernieuwde bezetting op in het Zuiderpershuis.
Spilfiguur van de groep is Saeid Shanbehzadeh, één van de grootste muzikanten uit Zuid-Iran. Zijn handelsmerk is de neyanban, een soort doedelzak, maar hij kan ook uit de voeten met allerlei andere fluiten (o.a. een melancholiek rustpuntje op de ney) en steelt de show met wilde, extatische danspartijen. Deze heel vrouwelijk aandoende dansen bestaan uit een mix van Arabische buikdans, Indische Sapera en traditionele Afrikaanse elementen. Zingen, dansen en de doedelzak bespelen, Saeid Shanbehzadeh doet het subliem en liefst allemaal tegelijkertijd! Het verwondert me bij dit alles niet dat het huidige Iraanse regime deze muziek niet ziet zitten. Saeid’s toverkunsten (hij heeft de podiumuitstraling van een fakir) kregen ondersteuning door heftige percussie en zang van Habib Meftah Bousheri, die geldt als één van de beste dammamspelers uit Iran. Net als op Sfinks was ook Naghib Shanbehzadeh, de zoon van Saeid, van de partij op tombak en zarbetempo. Voor echte trance waren de nummers wat te kort, maar we genoten van de unieke ervaring die het trio ons voorschotelde.
De cd Iran: musiques du Golfe Persique biedt een representatief staalkaartje van waar deze speciale muziek voor staat. Beluister dit album integraal via Deezer. Naast een filmpje waarop Saeid Shanbehzadeh te bewonderen is met zijn zoontje Naghib, selecteerde ik ook een fragment uit een boeiend samenwerkingsproject met het Matthieu Donarier Quatuor.
vrijdag 21 januari 2011
Abonneren op:
Berichten (Atom)







