Startpagina1 111111111111 Zaalconcerten 111111111 Zomerfestivals 11111111111 CD-tips 11111111111 Concertagenda 1111 11111111111 E-mail
donderdag 28 april 2011
‘Tierra’ van Osvaldo Hernandéz-Napoles
Tierra is het solodebuut van Osvaldo Hernandéz-Napoles, een Mexicaanse muzikant die al meer dan twintig jaar in België woont. Sinds zijn negentiende reist hij rond in Latijns-Amerika, te beginnen bij zijn geboorteland Mexico, op zoek naar traditionele instrumenten. Indianen, afstammelingen van Afrikaanse slaven en verschillende generaties Europese kolonisten, allemaal lieten ze muzikale sporen achter in de vorm van kleurrijke instrumenten, waarbij een ongelooflijk amalgaam van percussie. De zoektocht resulteert niet alleen in een indrukwekkende verzameling (zie foto's), maar het duurt ook niet lang voor de getalenteerde muzikant zich de verschillende technieken van al die instrumenten eigen heeft gemaakt en ze in zijn muziek integreert.Tot nu toe stelde Osvaldo deze ervaring vooral ten dienste van andere artiesten zoals Deep Forest, Marlene Dorcena, Abdelli, Vaya Con Dios, Ialma en Karim Baggili. Ook voor theater en speciale projecten zoals recent nog Blindnote draait hij zijn hand niet om. Variatie troef dus bij deze polyvalente multi-instrumentalist.
Deze week verschijnt bij Homerecords.be het ambitieuze eerste album van Osvaldo Hernandéz-Napoles. Op Tierra treffen we allemaal nieuwe composities aan. Rode draad: de aarde die de ondergang nabij is. Osvaldo kleurt dit thema in met een brede waaier aan Afro-Latijnse percussie, samen met o.a. de Cuatro (een klein gitaartje uit Venezuela), de Berimbau en de Rabeca (Braziliaanse snaarinstrumenten). Hij wordt bijgestaan door de Belgische Patricia Hernandéz-Van Cauwenberge. Ook zij bespeelt verschillende percussie-instrumenten zoals de Argentijnse Bombo Leguero, de Peruviaanse Cajon, de Braziliaanse Pandeiro, Venezuelaanse Maraca's enz. De Armeniër Vardan Hovanissian bespeelt de Duduk en andere Armeense fluiten zoals de Shvi. Maar het is vooral de Jordaans-Joegoslavische Belg Karim Baggili die een belangrijke stempel op het geheel drukt. Hij zorgt immers niet alleen voor een Arabo-Andalusische toets met gitaren, Ud en een vleugje Sanza maar staat daarnaast ook in voor de arrangementen en de helft van de composities. Net als Lea & Kash, het laatste album van Karim Baggili, laat 'Tierra' zich beluisteren als een collage van kunstige miniatuurtjes, waarin moeder aarde telkens vanuit een andere emotie benaderd wordt. Muziek vol verfijnde, inventieve details waarvan de rijkdom pas na enkele luisterbeurten komt bovendrijven. Muzikaal valt er op ‘Tierra’ enorm veel te beleven. In de idyllische opener ‘Viento Fresco’ waait de frisse lucht je letterlijk tegemoet. Na het uitbundige ‘Arepas con couscous’ volgt titelnummer 'Tierra’, een ode aan de aarde, hier in de vorm van een expressief gezongen Cancion, door de duduk op het eind gekruid met een snuifje melancholie. Het speelse 'Andando por el camino' zou in een perfecte wereld dagelijks op de radio te horen zijn. Met deze dansbare meezinger reizen we richting Brazilië waar we landen in Recife om te genieten van Osvaldo’s eerbetoon aan de mangue beat van Mestre Ambrozio ('Obrigado Mestre Ambrosio'), waarvan we nog een herhaling krijgen met ‘Indo pra Mata Norte’, een instrumentaal vervolg op ‘Andando por el camino’. Vooral dankzij de Rabeca (een soort Braziliaanse viool) klinken deze nummers heftiger dan de rest. Hierop volgen voor mij de twee hoogtepunten van het album. Het zonnige ‘A la tierra yo le canto’ is een ijzersterke compositie, sprankelend van levensvreugde en het hemelse cancion ‘Estrella de la manana’ moet hier niet voor onderdoen, een juweeltje voorzien van een weemoedige uitloper vol tristesse. Daarna meandert het jazzy 'Para Lucia' zwoel voort op een mooie melodie met een sensuele glansrol voor de duduk. In ‘De un pueblo lejano’ komt de dreiging die een vredig dorpje boven het hoofd hangt subtiel dichterbij. ‘Celebrando a Yemaya’ kabbelt langzaam weg als een rustig beekje, het orgelpunt van een cd die we mogen beschouwen als een lofzang op de zuivere natuur in al haar kwetsbaarheid, hier gericht aan de Godin Yemaja, die o.a. symbool staat voor het levende water en de vruchtbaarheid.
Besluit: 'Tierra' is klassieke muziek, wereldmuziek, folk, jazz, latin en nog zoveel meer. Een prachtig album vol reflectie, sterke composities en vooral een ongelooflijk kleurrijke sound met knappe, doordachte arrangementen!
Osvaldo Hernandéz Napoles stelt ‘Tierra’ voor tijdens Les Nuits Nomades in Theatre 140 (Brussel) op vrijdag 29 april.
Je kan via www.homerecords.be korte fragmentjes uit de cd beluisteren.
Myspace
Website Osvaldo Hernandéz-Napoles
dinsdag 26 april 2011
Apsilies @ Zuiderpershuis (Antwerpen)
We werden dit jaar al flink verwend met Griekse topconcerten. Na Solon Lekkas, Café Smyrne en Giorgos Xylouris en co mochten we op vrijdag 22 april live kennismaken met de jonge rebetiko-formatie Apsilies. Apsilies betekent zoveel als ‘platzak’. Het verwijst naar een liedje van Grigoris Asikis (hier gezongen door Kostas Roukounas). Vandaag ontwaren we in deze naam niet enkel een humoristische verwijzing naar de financiële situatie van de legendarische rebeteko-muzikanten, die aan de rand van de maatschappij vertoefden, maar tegelijk een knipoog naar de huidige economische toestand in Griekenland.
Apsilies bestaat uit Dimitris Mistakidis (zang en gitaar), Theodora Athanasiou (zang en baglama), Evgenios Voulgaris (zang, ud , bouzouki, politiki lyra en tanbur) en Apostolos Tsardakas (kanonaki (kanun) en viool). Deze bevriende muzikanten uit Thessaloniki delen een passie voor de roots van de Rebetiko, de Griekse undergroundmuziek van legendarische rebetes zoals Panagiotis Tountas, Kostas Skarvelis en Giannis Dragatsis. Op het repertoire staan voornamelijk liedjes uit het interbellum, met een voorkeur voor de rebetiko in zogenaamde Smyrna-stijl. Na de Griekse exodus uit Turkije in 1922 leefde deze stijl voort in de hasjtenten van Athene, Piraeus en Thessaloniki. De Oosterse toets klinkt hier veel sterker door dan in de populairdere Piraeus-variant. Bij Apsilies is nauwelijks plaats voor bouzoukiklanken. De kanun, ud en af en toe ook viool, baglama en lyra domineren de sound.
De liedjes die Apsilies voor het publiek in petto had in het Zuiderpershuis klonken afwisselend melancholisch en uitbundig, maar vooral heel opwindend en fris. De fijne, afwisselende arrangementen en de glasheldere vocalen van Theodora Athanasiou geven liedjes zoals to mangiko van Kostas Karipis, giati na me yelaseis van Kostas Skarvelis en Dodeka Chronon Koritsi van Sotiris Gavalas een jong en modern elan. Deze liedjes werden oorspronkelijk allemaal gezongen door de zo goed als vergeten Rita Abatzi. Ook van Roza Eskenazi, die andere vroege rebetiko-diva, zaten er enkele liedjes in de set, zoals Alithini Agapi, een compositie van Panagiotis Tountas. Theodora waagt zich ook met succes aan ‘Geia sou Lola Meraklou’ van Dimitris Barousis, oorspronkelijk gezongen door Kostas Roukounas, over de bewondering en passie voor Lola, een vrouw met een opmerkelijk gedrag: ze speelt namelijk bouzouki, danst en rookt hasj. Vanzelfsprekend mocht het titelnummer apsilies niet ontbreken. Theodora Athanasia gaat het nog ver schoppen als zangeres en met de baglama kan ze ook goed uit de voeten. Een vocale improvisatie (‘Manes’) ging haar iets moeizamer af, daarin moet ze waarschijnlijk nog een beetje groeien.Tijdens 'Manolis o hasiklis', een compositie van Giannis Dragatsis, hier gezongen door Kostas Nouros, poulimeni stin xsenitia van Panagiotis Tountas en Mortissi Smyrnia van Kostas Karipis, hier vertolkt door Kostas Roukounas, neemt Evgenios Voulgaris de zang voor zijn rekening. Knap, maar het best komt zijn breekbare stem uit de verf tijdens het bisnummer Kardiokleftra van Giannis Dragatsis, een beklijvend hoogtepunt dat ook in de set van Cafe Smyrne @ Art Base voor kippenvel zorgde. Beluister hier de originele versie van Alekos Arapakis. Dimitris Mistakidis blinkt niet alleen uit op gitaar, maar beschikt vooral over de meest doorleefde stem van de bende en de perfecte rebetiko-'naturel'. Spijtig dat hij tijdens het concert maar enkele keren op het voorplan trad, o.a. met 'manaki mou' (bekijk hier de uitvoering tijdens het concert twee dagen eerder in Rotterdam). In 1925 nam Marika Papagika de vocalen voor haar rekening (zie hier).
Wat Apsilies doet is niet gewoon even het archief induiken om er een aantal oude liedjes vanonder het stof te halen en die vervolgens te kopiëren. Het is dankzij hun originele aanpak met ruimte voor muzikale avonturen (zowel instrumentale als vocale improvisaties) dat al deze sterke composities echt opnieuw tot leven komen. Dit was alweer een concert om toe te voegen aan de nu al uitgebreide reeks kanshebbers voor mijn eindejaarslijstje! In 2009 verscheen een bijzonder knappe cd van Apsilies bij het Griekse label Prigipessa. Je kan dit album o.a. hier bestellen.
Nog een tip: bij de compilatie Rough Guide to Greek Cafe vind je als bonus de eerste solo cd van Dimitris Mistakidis: '16 Rebetika Tragoudhia Paigmena Me Kithara'
vrijdag 22 april 2011
Gilzene & the blue light mento band @ Zuiderpershuis (Antwerpen)
Reggae blijft dertig jaar na Bob Marley's dood nog altijd razend populair. Dat reggae als muziekgenre voortgesproten is uit Rocksteady en Ska was mij bekend, maar van Mento had ik tot voor kort nog nooit gehoord. Nochtans was 'Mento' tot de late jaren 40 de populaire dansmuziek van ruraal Jamaica en beleefde het in de jaren vijftig zijn 'golden age', samen met de Calypso-boom uit Trinidad. Bekende mentoliedjes werden in die tijd gemakshalve met calypso verward. Net als bij de calypso komen in mento Europese melodieën samen met Afrikaanse ritmes en ook de satirische teksten hebben beide genres gemeen. 78-toeren-platen uit die gouden periode kan je o.a. beluisteren op de compilatie Jamaica - Mento 1951-1958. Er kwam pas sleet op dit succes na de doorbraak van de radio op Jamaica. Vanaf dan werd de zwarte muziek uit de USA (o.a. Rhythm & Blues) populairder en uit die kruisbestuiving ontwikkelde zich in de steden de ska, rocksteady en reggae. Pioniers van de ska zoals Laurel Aitken verdienden hun sporen eerst met mento.
In 1986 richtte zanger/gitarist Lanford Gilzene Gilzene & the blue light mento band op, waarin de nu 82- jarige banjospeler Wesley Emanuel Balds ongetwijfeld de opvallendste figuur is. Het album Sweet Sweet Jamaica (2009) kon rekenen op jubelende recensies in de vakpers en dit vooral omwille van de ruwe, spontane sound.
Op donderdag 21 april streek deze groep neer in het Zuiderpershuis. Met enkel gitaar, lichte percussie, een rumbabox (een grote bas/duimpiano) en banjo ondersteunden ze hun simpele liedjes. De melodie en structuur van de mij voor de rest onbekende nummers deden me enkele keren denken aan het grappige shame and scandal in the family. Maar er passeerden ook heel bekende deunen zoals ‘come back Liza’ (een evergreen in de versie van Harry Belafonte, wiens topper the banana boat song trouwens ook een mento blijkt). Van wings of a dove namen Bob Marley and the Wailers in hun pre-reggae periode nog ooit een ska-versie op en als toemaatje werden we zelfs beloond met een mento interpretatie van Rivers of Babylon, de bijbelse klassieker van de The Melodians, in onze contreien beter gekend in de eurodisco verpakking van Boney M. Muzikaal klonk het allemaal niet geweldig hoogstaand, maar wel hartverwarmend en aanstekelijk in al zijn pretentieloze eenvoud. Vooral na de pauze kwam de groep echt op dreef en hadden ze nog uren kunnen doorgaan met hun feestelijke ‘mento party’.
Myspace
maandag 18 april 2011
Tzigani @ GC Het Koetshuis (Roosdaal)
Het optreden van Tzigani @ Art Base in september 2010 was topklasse. Ze eindigden niet voor niets op de zevende plaats in mijn concertjaaroverzicht. Zangeres Emilia Kirova hadden ze echter thuisgelaten. Zij zingt een viertal nummers op hun cd Budapest. Op zaterdag 16 april passeerde Tzigani in GC Het Koetshuis (Roosdaal) en deze keer waren ze wel voltallig. De samenstelling van de groep onderging wel een kleine wijziging. Zo neemt Ernest Bango (Hongarije) ondertussen de plaats in van Istvan Szomora op cimbalom. Deze multi-instrumentalist is geen onbekende, hij speelde zeventien jaar in de groep van Roby Lakatos en fungeerde ook bij Tzigani al meerdere keren als gastmuzikant. Op de cd speelt hij gitaar op enkele nummers en tijdens het concert in Art Base verving hij Herman De Rycke tijdens het eerste gedeelte op contrabas.
Net als vorig jaar kregen we ook in Roosdaal ongeveer de volledige cd te horen en traden de verschillende muzikanten beurtelings op het voorplan in heel verschillende genres. De Hongaarse violist Pal Szomora moet qua techniek en podiumuitstraling niet onderdoen voor de beroemde Roby Lakatos, maar het zijn vooral de nummers in Roemeense stijl met het sublieme accordeonspel van Iulian Jantea die mij persoonlijk in hun ruwheid het meest aanspreken. De Bulgaarse Emilia Kirova beschikt over een krachtige stem en podiumuitstraling, maar ze had wat mij betreft iets vaker op het voorplan mogen treden. Naast de vier stukken die ze op de cd vertolkt, verraste ze met een ‘scat’ liedje, waarbij ze toonde dat ze ook aardig overweg kan met de viool. Vocaal kwam ze het sterkst uit de hoek tijdens dve gitari.
Muzikaal laat Tzigani zich onmogelijk onder één noemer vangen met hun mix van Hongaarse Magyar Nota, Roemeense en Russische zigeunermuziek, zigeunerbewerkingen van klassieke muziekstukken en de trendy Balkanstijl van Goran Bregovic en co. Dit bewijst enerzijds hoe veelzijdig deze muzikanten zijn, maar anderzijds loopt Tzigani door dit amalgaam van stijlen het risico ingedeeld te worden bij de (weliswaar betere) variété. Met hun fijne, eigenzinnige versie van Tears (Django Reinhardt) deden ze hier nog een schepje bovenop.
Alles bij elkaar was dit toch alweer een concert om van te smullen en het overwegend oudere publiek lustte er ook pap van. Tijdens de bisronde zong de hele zaal lustig mee met de Russische zigeunerklassieker Dorogoi Dlinnoyu, hier beter bekend als Those were the days.
Beluister het album Budapest via Deezer.
De website van Tzigani
donderdag 14 april 2011
‘Rebetiko’ van David Prudhomme
‘Rébétiko. La mauvaise herbe’ (2009) is een stripverhaal van de Franse auteur David Prudhomme. Enkele weken geleden verscheen een Nederlandse vertaling. Mijn ervaring met strips situeert zich voornamelijk in de kinderjaren, maar als liefhebber van Griekse muziek kon ik bij deze titel onmogelijk aan de verleiding weerstaan. Het verhaal speelt zich af in de jaren 30 van de vorige eeuw. Griekenland gaat gebukt onder een fascistische militaire dictatuur. Vooral de vluchtelingen die na de herovering door de Turken van Smyrna (het huidige Izmir) in 1922 in de grote Griekse steden verzeild geraakt zijn, krijgen het zwaar te verduren. Deze ballingen en marginalen (ook 'rebetes' genoemd) zijn verantwoordelijk voor de opkomst van de Rebetiko als muzikaal genre.
Stravros heeft van nature een rebels karakter. Vanwege zijn interesses (mooie meiden, hasj en Griekse bluesmuziek) is het voor hem altijd al moeilijk om zich aan de wet te houden, en met zijn maat Markos maakt hij plannen om Griekenland weer burgerrechten te geven. Daarvoor zullen ze heel wat wetten moeten breken.
Iets meer dan 100 pagina’s lang heb ik mij laten onderdompelen in de donkere sfeer (veel bruintinten) van dit fascinerende album. Een groepje rebetes doolt rond in de buitenwijken van Athene. Hun wilde trip staat in het teken van drank, hasj, vrouwen en kleine criminaliteit, maar het is vooral de liefde voor de pure rebetiko die hen bindt. Via deze muziek ontsnappen ze even aan de uitzichtloze realiteit. De dreiging van het fascistische bewind loert om elke hoek, waarbij staatsgevaarlijke invloeden uit het Oosten hardhandig onderdrukt worden en de Bouzouki het als ‘volksvreemd’ instrument moet ontgelden.
Het verhaal van Rebetiko is op zich simpel, maar intrigeert omwille van de bewogen geschiedenis die erachter zit. De personages zijn losjes gebaseerd op belangrijke rebetikomuzikanten. Zo staat de figuur van‘Markos’ voor Markos Vamvakaris, één van de belangrijkste grondleggers van de rebetiko. De auteur levert een mooi eerbetoon aan dergelijke pioniers en benadrukt hierbij vooral hun compromisloosheid. Een kritische noot, vermits de bravere vorm van Rebetiko later megasuccessen zou gaan scoren in Griekenland en ver daarbuiten. In het verhaal figureert ook een platenbaas van het Amerikaanse Columbia die volgens eigen zeggen de ‘pure’ rebetiko op plaat wil vastleggen. Dankzij Columbia verschenen al vanaf de jaren dertig flink wat 78-toeren platen, o.a. van Markos Vamvakaris, maar de ongecensureerde ruwe rebetiko zou in Griekenland nog verboden blijven tot midden jaren zeventig.
Ook de tekeningen ogen betoverend, vooral de knap vormgegeven blikken van de helden die nu eens geil dan weer stoned kijken. Alleen miste ik tijdens het lezen vanzelfsprekend de muziek!
Hieronder een historische opname van een al wat oudere Markos Vamvakaris.
zaterdag 2 april 2011
Mansum Ibrahimov & Garabagh @ Zuiderpershuis (Antwerpen)
Foto: Hossein Rasoolzadeh
Mansum Ibrahimov wordt beschouwd als één van de beste hedendaagse vertolkers van de Mugham. Gisteren trad hij op in het Zuiderpershuis. Hij begeleidt zichzelf op Daf (handtrommel). Het Garabagh ensemble bestaat verder uit Elchin Hashimov op tar (luit) en Elnur Ahmadov op kamancha (vedel). Twee extra muzikanten ondersteunden met nagara (drum) en balaban (duduk). In vergelijking met Qasimov en zijn ensemble maakte de groep een eerder afgeborstelde indruk, maar muzikaal was dit beslist een topper! Het ensemble speelde vijf lange Mughams, die traag en ingehouden op gang kwamen en uitmondden in muzikaal vuurwerk, waarbij Mansum Ibrahimov telkens opnieuw verbaasde met zijn stemkunsten. Vooral als hij de hoogte ingaat, trekt hij alle registers open. Duizelingwekkend gewoon! Deze muziek is wat luchtiger en speelser dan die van Qasimov. Er zaten hier en daar wat frisse populaire volksliedjes in verwerkt. Ook de instrumentale stukken klonken vrolijk en licht, maar daarom niet minder virtuoos. Je merkt dat dit topmuzikanten zijn die van alle markten thuis zijn. Het publiek reageerde met een herkenningsapplaus bij de eerste tonen van ‘Qarabag Sikestesi’, dé Mugham klassieker die elke zichzelf respecterende zanger in het genre op het repertoire heeft staan. Pure verwennerij was het en meteen een hemelse apotheose van weeral een topconcert!
Bekijk hieronder enkele foto's van het concert. Met dank aan Hossein Rasoolzadeh!
Sayon Bamba @ Pythagoras (Molenbeek)
Sayon Bamba is een zangeres uit Guinée-Conakry die sinds kort in Brussel woont. Haar cd Mod' Vakance (2008) was al dik de moeite. In 2009 toonde ze tijdens de Zomer van Antwerpen dat ze ook live stevig in haar schoenen staat. Enkele maanden geleden verscheen het nieuwe album 'Dougna'. Daarover schreef ik in februari al uitgebreid via deze blog. Op donderdag 31 maart werd deze cd officieel voorgesteld in het gezellige zaaltje van Pythagoras, een grieks restaurant in Molenbeek. De steengoede muzikanten die Sayon op haar cd’s begeleiden, waren voor de gelegenheid speciaal overgekomen uit Marseille. Sayon heeft ondertussen ook in Brussel haar contacten, getuige de verrassende inbreng van Mady Kouyate (gitaar). Deze muzikant uit Guinee-Conakry zagen we al vaak aan het werk, o.a. met Malick Pathé Sow, Issa Sow en N 'Faly Kouyate.
Een hoogzwangere Sayon Bamba beklom het podium en vatte krachtig aan met 'Kilimandjaro', haar eerbetoon aan Miriam Makeba. Laurent Pernice, die instaat voor de arrangementen op Dougna, toverde ondertussen wat effectjes uit zijn laptop. Gelukkig ging hij hier tijdens de rest van het concert spaarzamer mee om. Sayon Bamba bevestigde opnieuw dat zij beschikt over een ijzersterke stem en charismatische podiumuitstraling. De fijne arrangementen kwamen live wel een heel stuk beter uit de verf dan op cd. Live zie en hoor je pas echt hoe goed deze muzikanten zijn! Dit viel vooral op tijdens ‘Betty’. Op het album kabbelt dit liedje nogal onopvallend op een lichte computergestuurde r&b beat, live kreeg het nummer veel meer spankracht dankzij de subtiele, akoestische begeleiding. Ook van Mod' Vakance (op het nieuwe album herwerkt onder de nieuwe titel 'Wokhakéli') zette de groep een heel aanstekelijke versie neer. Dit blijft ongetwijfeld de hitgevoeligste song van Sayon Bamba. Ook het heel vlotte, makkelijk in het gehoor liggende Aborongo viel in de smaak bij jong en oud. De dansvloer was ondertussen flink gevuld. Tijdens ‘Laguiné Guinée’ volgde een uitgebreide voorstelling van de muzikanten. Vanzelfsprekend was er plaats voor een korte bisronde.
Conclusie: Sayon Bamba barst van talent en engagement, ze heeft op korte tijd flink wat sterke songs neergepend en omringt zich met uitstekende muzikanten die haar muziek een heel eigen geluid meegeven. Met dit concert bewijst Sayon Bamba dat ze klaar is om de grotere podia te veroveren. Ze maakt deze zomer o.a. haar opwachting op Couleur Café (Brussel) en Feest in 't park (Brugge).
Abonneren op:
Berichten (Atom)









