Startpagina1 111111111111 Zaalconcerten 111111111 Zomerfestivals 11111111111 CD-tips 11111111111 Concertagenda 1111 11111111111 E-mail

dinsdag 31 mei 2011

Greek blues night @ Art Base (Brussel)


In het kader van de Brussels Jazz Marathon konden we op zaterdag 28 mei terecht voor een Greek blues night in Art Base. In dit gezellige zaaltje (annex galerij) genoten we al vaak van topavonden vol ouzo en goede rebetiko. Deze keer keken we vooral uit naar het eerste optreden. Skafari is namelijk niet zo maar een Rebetikogroepje. Ze omschrijven hun muziek als nederbetika, rebetikomuziek met Nederlandse teksten. Een curiosum dus en daarenboven krijgen we de kans om Frans De Clercq himself (concertorganisator bij Art Base) aan het werk te zien op de bouzouki. De groep bestaat verder uit Dimi Dumortier (curator van de galerij). Hij speelt mondharmonica en percussie (darbouka). Karsten Devilder (gitaar) vervolledigt het trio. Dimi dumortier (of kortweg Dimi Dumo) en Karsten Devilder zijn niet aan hun proefstuk toe. Ze maken beiden deel uit van het grappige wereldfolkcollectief Les Øffs, op hun website omschreven als ‘Een wervelende mix van kolder en muziek, de jonge Nieuwe Snaar waardig’. Bij die groep deden ze al ervaring op in het spelen van rebetikoliederen in het Nederlands, weliswaar zonder bouzouki. Daarnaast zijn ze actief in allerlei andere groepen. Dimi Dumo waagt zich bijvoorbeeld aan latin/flamenco in het tienkoppig ensemble Brrraka (lijkt wel Genker dialect).

In de nederbetika van Skafari komen we dezelfde thema’s tegen als in de authentieke rebetiko. Ook hier maken ruige Mangkes (muzikanten uit de achterbuurten van Athene en Thessaloniki), criminelen (zakkenrollers, rovers) en drugs (waterpijpen, hasj) de dienst uit. De vrouwen die dit universum bevolken zijn in te delen in een viertal categorieën: wijven, teven, engelen en trienen. Geen letterlijke vertalingen, maar wel getrouwe adaptaties, waarin het harde ondergrondse karakter van de originele rebetiko overeind blijft, worden afgewisseld met hier en daar een volledig nieuwe ‘moderne’ tekst. Een flinke dosis humor en zelfrelativering is deze muzikanten niet vreemd. Hun nederbetika klinkt vooral heel plezant en luchtig.

Opener ‘Soura Kai Mastoura’ (een liedje over het genot van de waterpijp) komt uit het repertoire van Anestis Delias (beluister hier het origineel). Hetzelfde thema komt regelmatig terug, zoals in ‘een kerel’ waarin het gevoel van ontreddering na het verlies van een waterpijp aan bod komt. De mangkes belanden ook wel eens in de gevangenis, zoals in ‘Sint-Gillis’.

In Sint-Gillis is het goed toeven, 
tussen de dieven en de boeven (uit 'Sint-Gillis)

Ook ‘een Amerikaan’ en ‘Tomaten’ zitten in de criminele sfeer van straatrovers en messentrekkers.

Heb ik met je vrouwtje liggen stoeien, 
trek dan je mes het bloed zal vloeien  (uit ‘Tomaten’)

Als het over vrouwen gaat, worden de Nederlandse teksten soms wel heel hilarisch. Opgelet aan de feministen onder ons. Hier overlopen we er enkele.

Sluw als een vos en fier als een haan, 
ik wil een vrouw die ik nu en dan kan slaan (uit ‘Boerengriet’)

Teef je loopt met mij te sollen, in Brussel Noord en de Marollen.
Teef je koude zwarte ogen, hebben mij keihard bedrogen (uit ‘Teef’)

'Teef' is een bewerking van Skyla m'ekanes kai liono van Markos Vamvakaris. Deze Vamvakaris had zo te horen veel problemen met de vrouwen, want ook ‘Wijf’ ('I gynaika mou gkriniazei') is van zijn hand.

Ik heb e wijf dat zeurt en zaagt, antwoordt ook als je niks vraagt (uit 'Wijf'). Hier kan je een kort fragment beluisteren.

Gelukkig is het niet allemaal kommer en kwel met de vrouwen. In ‘Paleizen’ (Paleizen vol van zuiver goud had ik je willen geven) regeert het verlangen naar de ideale ‘engel’. 'Palatia Hrysostolista' werd geschreven door Vassilis Tsitsanishier horen we het in de mooie versie van Tsaousakis Prodomos. Ook 'An-Sofietje' (Sofietje ik aanbid je, ik loop je achterna) doet de harten van de heren sneller kloppen. Hiervoor werd geput uit het repertoire van  Panagiotis Toundas. De originele titel is ‘Hariklaki’, beluister hier de interpretatie door rebetiko diva Rita Abatzi.

Een mooi voorbeeld van een moderne tekst handelt over de ‘Afstandsbediening’ die kapot is, vervolgens hersteld, maar eigenlijk maakt het allemaal niet uit, want er is toch niets op TV. Dat nummer fungeert als opener op ‘de ringen van Saturnus’, het tweede album van les Øffs, waarop Frans De Clercq als gast zijn bouzouki mag bovenhalen. Hier kan je een kort fragmentje beluisteren. De melodie werd gehaald uit Athinaïssa van Anestis Delias. En of ‘haring’ echt kan beschouwd worden  als een parabel over de huidige economische toestand van Griekenland laat ik in het midden.

Nooit zal ik nog vis verkopen,
ik zit alleen maar hasj te roken. (Uit 'Haring')

Kortom, wat Skafari doet lijkt mij uniek, misschien moeten ze dit hobbyproject toch naar een hoger niveau optrekken. Hun aanpak zou wel eens kunnen scoren als een laagdrempelige kennismaking met rebetiko bij een ruimer Nederlandstalig publiek.

Na Skafari was het aan Vinylio  om het feestje verder te zetten. Dit is onmiskenbaar de beste Rebetikoformatie van België en omstreken. Over hen had ik het vorig jaar al tweemaal uitgebreid op deze blog, naar aanleiding van hun concerten in februari en september 2010. Met deze set bewezen de muzikanten dat ze erop blijven vooruitgaan. We hoorden een aantal nieuwe nummers en zangeres Maria liet voor het eerst zien dat ze ook met een kleine baglama uit de voeten kan. Zoals verwacht schotelden ze het enthousiaste publiek veel vlotte nummers voor. Het zaaltje liep ondertussen aardig vol, de ouzo vloeide rijkelijk en veel toehoorders lieten zich verleiden tot enkele heftige sirtaki’s. En ze gingen ermee door tot de vroege uurtjes met nog een jamsessie voor de nachtraven als toemaatje. En is het nodig te vermelden dat  de mezze van Elpida ook deze keer voortreffelijk waren?

Hieronder zie je Frans De Clercq bezig op de bouzouki met Vinylio, een opname die gemaakt werd tijdens het Balkan Trafik festival in 2010.



zaterdag 28 mei 2011

‘Présente!’ van Los Callejeros


Los Callejeros (de straatmuzikanten) is een groep uit het Leuvense. Wereldverbeteraars à la Manu Chao die mij met hun eerste cd ‘El Camino Es El Destino’ aangenaam verrasten.Op dit debuut is namelijk niet het zoveelste mestizogroepje te horen, maar we worden bedolven onder ijzersterke nummers, gespeeld door een enthousiaste band met een heel fris en origineel geluid. Een mix van latin, klezmer, cumbia, reggae, ska, gipsy, Balkan en van alles ertussenin, maar zonder de opgepepte feestclichés waarin op papier vergelijkbare festivalgroepjes grossieren.Op het Fiesta Mundial in Balen (2009) kon deze gekke bende mij ook live meer dan bekoren. Globetrotters als ze zijn, vertoeven de muzikanten veel in het buitenland, daarom kregen we tot nu toe weinig kans om ze aan het werk te zien. Maar sinds kort zijn ze terug in België met een nieuwe cd op zak. De festivalganger zal er deze zomer niet naast kunnen kijken!

‘Présente’ zit opnieuw in een prachtig, tot de verbeelding sprekend hoesje en we krijgen wederom een collectie knappe liedjes voorgeschoteld. De drie aanstekelijke openers ‘Encuentro’, ‘La Mula’ en ‘Chicha Patchanka’ zouden zo uit een topalbum van Manu Chao afkomstig kunnen zijn, inclusief de radio effectjes (Radio Charango), hoewel die toch minder leuk uitvallen dan bij Manu Chao met zijn Radio Esperanza of de heftige kermistoestanden die we tegenkomen op platen uit Colombia, zoals die van Batata (Radio Bakongo). Geef toe dat de radiostem van Xavier Taverne (VRT) hier als gangmaker wat schraaltjes tegenover staat. Zeker vanaf de tweede luisterbeurt is die gimmick (die tot op het eind als een rode draad blijft opduiken) opgebruikt. Gelukkig tapt Los Callejeros niet alleen uit het Manu Chao vaatje. Zo zoeken ze in ‘Amourouse’, dat volledig in het Frans gezongen wordt,  meer het sfeertje op van bijvoorbeeld Jaune Toujours. Een andere troef is de gevarieerde instrumentatie met Cubaanse tres, accordeon, charango, balafon, sitar, duduk, ocarina, Afrikaanse percussie en noem maar op. Op het tweede deel van de cd verkent de groep enkele nieuwe horizonten. Eerst was het voor mij wel even schrikken bij het ondermaatse ‘Let’s go Banananas’, een genante ‘Madness meets VOF De Kunst’ pastiche die het beslist goed zal doen op een bepaald soort van bonte avonden met veel bier, waarvan ik liever ver uit de buurt blijf. Maar ‘Zouk’ swingt lekker tropisch weg, in ‘Caravan Seraï' horen we een eclectische versmelting van een door de blazers aangestuurde Balkanmelodie, gekruid met Indische ritmiek in een jazzy aanpak. Op ‘Nifuna Ndoni' (waarop 26 talen te horen zouden zijn) bieden enkele leden van het Portugese collectief Terrakota ondersteuning. Bekijk hier een repetitie. Daarna hebben we nog het mooie ‘Imada’ tegoed, een ballad die baadt in Afropop met Andesinvloeden, gevolgd door ‘Telemurga’ (feestelijke cumbia/klezmer) om te eindigen met ‘Dimelo’ en dat is helemaal old-style Cubaanse son.

Met ‘Présente!’ als visitekaartje tonen de jongens van Los Callejeros dat ze voldoende potentieel in huis hebben voor de grote doorbraak. Hun ijzersterke live reputatie zal hen daarbij zeker helpen.

Los Callejeros op Myspace
De website van Los Callejeros

Bekijk hieronder de videoclip van ‘Encuentro’ (unplugged!) en een live uitvoering van het plezante ‘La Mula’. Op het Youtube kanaal van Los Callejeros valt nog veel meer moois te rapen!





woensdag 25 mei 2011

‘Chansons pour la fin d’un jour’ van Wouter Vandenabeele


Wouter Vandenabeele was bij mij tot voor enkele jaren vooral bekend als de sympathieke violist bij Ambrozijn en Olla Vogala, folkgroepen die mij - hoewel baanbrekend in het genre - minder bekoren. Ik ben namelijk niet zo een liefhebber van de geiten wollen sokkensfeer, inclusief volksdansjes en boombals waaraan folk mij automatisch doet denken. Natuurlijk zondig ik mij hier aan stereotypering die weinig met de muziek op zich te maken heeft, maar vooral met de omkadering die rond het hele gebeuren hangt.

Chansons sans paroles, het eerste soloalbum van Wouter Vandenabeele, beschouw ik nog altijd als één van de mooiste cd’s uit 2007. Een pareltje met 14 betoverende miniatuurtjes om steeds weer opnieuw op te zetten. De composities leunen sterker aan bij klassieke muziek dan folk. Impressionistisch en poëtisch! De viool van Wouter Vandenabeele wordt enkel ondersteund door bas en accordeon. Enkele gastmuzikanten zorgen voor een sober exotisch accent (Senegalese hoddu, Afrikaanse percussie en Arabische qanun). Beluister de cd via Deezer.

De voorbije jaren zagen we Wouter Vandenabeele steeds vaker opduiken op cd’s en tijdens concerten van artiesten uit Senegal, zoals Malick Pathé Sow, Issa Sow en Daby Balde. Ook trad hij onder de noemer ‘Nervin’ een aantal keren op met Turkse muzikanten. Daarbij deed hij de nodige inspiratie op voor het vervolgverhaal op ‘Chansons sans paroles’.

Chansons pour la fin d'un jour verscheen vorige week bij Homerecords. Voor dit nieuwe muzikale hoofdstuk bracht Wouter Vandenabeele indrukken bij elkaar van recente reizen en bijhorende ontmoetingen. Hij verzamelde ook deze keer uitstekende muzikanten om zich heen, namelijk Joris Vanvinckenroye (contrabas) , Emre Gültekin (saz en tanbur) en Ertan Tekin (duduk en mey).

Joris Vanvinckenroye was één van de bezielers van Troissoeur én oprichter van Aranis. Hij speelde bij Roby Lakatos, Björk, Olla Vogala en vele anderen. Emre Gültekin (Turkije) vormde met zijn broer en zijn vader Lüftü Gültekin het ensemble Gültekinler en werkte samen met o.a. Dadmehr (Iran), Malick Pathé Sow (Senegal), La Roza Enflorese (Sefardische muziek) en de beroemde Goran Bregovic. Ertan Tekin (Turkije) speelde met zowat alle grote muzikanten uit de Turkse muziekwereld en werkte mee aan honderden muziekopnames.

Het resultaat? Een nog soberder album met veel Turkse accenten!

Wouter stond in voor de meeste composities, waarin zijn viool schitterende melodieën produceert, fijntjes ingekleurd door de andere instrumenten. De duduk en mey zijn verantwoordelijk voor een weemoedige, lichtjes sombere herfststemming waarvan het hele album doordrenkt is. Klanken die trouwens perfect passen bij de grijze hoesfoto. Het heel melancholische ‘Chanson du peuple oublié’ en de Oosterse pracht van ‘Chanson pour Badji’ springen er voor mij het meest uit, maar eigenlijk klinken de stukken weer allemaal even intrigerend. Ook Emre Gultekin leverde enkele composities en zingt het nummer ‘Kar yagdi gülumüze’. Spijtig dat er geen vertaling ingesloten zit van de Turkse tekst. Dat geldt ook voor het gedicht van de Turkse sufidichter Yunus Emre, waarvan de tekst opgenomen werd in het cd-boekje.

Beluister fragmenten via homerecords.be. Achtergrondinformatie over de muzikanten lees je hier. Bekijk hieronder een kort fragment van 'Rêve d’une vie'



donderdag 19 mei 2011

‘Chemsi’ van Hijaz


Onder de naam Hijaz werkt de Tunesische udspeler Moufadhel Adhoum -bij mij vooral bekend omwille van zijn samenwerking met zangeres Ghalia Benali - sinds 2004 samen met de Grieks-Belgische pianist Niko Deman. Een vreemde dialoog tussen het grootste instrument van de Westerse muziektraditie en het snaarinstrument dat symbool staat voor het Midden-Oosten. Maar ondersteund door de Marokkaanse percussionist Azzedine Jazouli, de Belgische jazzdrummer Chryster Aerts en bassist Vincent Noiret creëren ze een wondermooi klankenweefsel. De Armeense dudukspeler Vardan Hovanissian voegt hier de nodige melancholie aan toe met als eerste resultaat het intrigerende album Dunes (2008).

Goed nieuws is dat de nieuwe cd Chemsi nog beter klinkt dankzij een gevarieerder klankpalet en pittiger ritmes. Chemsi overtuigt echter in de eerste plaats door de bezieling waarmee de muzikanten zich deze keer tot de luisteraar richten. De ud en de piano bieden een stevig fundament. Moufadhel Adhoum mocht wat mij betreft iets minder bescheiden zijn, zijn ud beweegt zich zelden op de voorgrond, terwijl ik net hem zo ontzettend graag hoor spelen! Drie gastmuzikanten leveren een onmiskenbare meerwaarde. De ney van Houssem Ben El Khadi fungeert als welkome aanvulling op de duduk, het zijn deze twee instrumenten waaruit de warmste, weemoedige melodieën tevoorschijn getoverd worden. De complexe ritmes die Indiër Prabhu Edouard op de tabla produceert dagen de andere muzikanten uit tot verrassende wendingen. De passie is gereserveerd voor de viool van de ongelooflijke Tcha Limberger. Wat een talent! Gypsy jazz, Hongaarse zigeunermuziek, Balkan, we wisten al dat hij het allemaal in de vingers heeft, maar dat hij ook in het bijzondere crossover verhaal van Hijaz zo sterk uit de hoek zou komen, had ik niet durven dromen.

Opener ‘Hems’ gaat met een geheimzinnige fluistering van start en groeit via een knappe opbouw en mooie melodie langzaam naar een voorzichtige climax. Wel heel jazzy! In ‘Sidi Bou Said’ schept elke muzikant zijn eigen sfeer in een Oriëntaals ‘latin’ bedje, waarvoor de piano van Niko Deman borg staat. De ingewikkelde ritmiek van ‘Leaving Adana’ is verrassend genoeg niet afkomstig van de tabla. Het is Azzedine Jazouli die de verantwoordelijkheid op zich neemt voor de moeilijke ritmische constructie. Wanneer naar het einde toe even een zekere mate van oeverloosheid om de hoek loert, duikt Tcha Limberger plots op met zijn viool en voegt een dikke brok doorleefde emotie toe aan deze voor de rest nogal bestudeerde compositie. Ook tijdens het epische ‘Ila Sadiqui’ (over vriendschap) is het dezelfde Tcha die voor de zinderende apotheose zorgt in het laatste snelle deeltje. Bij ‘Hafla’ roept de pianostijl vage echo’s op van Maurice El Medioni. ‘Meltemia’ betekent voor de Grieken zoiets als de ‘Mistral’ voor de Fransen. De wind waait je letterlijk tegemoet in dit mysterieuze stuk muziek, waarbij de glansrol ditmaal toekomt aan Vardan Hovanissian met zijn duduk. Een troef van Hijaz is dat alle muzikanten evenwichtig aan bod komen, niemand domineert of laat gratuite kunstjes zien, alles staat ten dienste van het geheel. Het slotnummer Chemsi vat wat dat betreft mooi samen waar Hijaz voor staat!

De albums van Hijaz zijn niet geschikt om eventjes snel te beluisteren. Ook kan je er moeilijk een feestje op bouwen. Het best komt deze muziek tot zijn recht tijdens een intensieve luisterbeurt, liefst in de zetel met de ogen toe, op reis vertrekken met je hoofd, iets dergelijks…Of maak Hijaz live mee! Hierbij hun concertagenda. Beluister ‘dunes’ en ‘chemsi’ via www.zephyrusvzw.be.




Myspace Hijaz

zondag 15 mei 2011

Zita Swoon Group @ Zuiderpershuis (Antwerpen)



Stef Kamil Carlens, frontman van de bekende rockgroep Zita Swoon, reisde vorig jaar onder impuls van het Zuiderpershuis enkele keren af naar Burkina Faso. Ibrahim Diallo, artistiek directeur van het Cultureel Centrum Le Grenier Culturel, was zijn gids ter plaatse. Dat centrum ligt in Fada N’Gourma, aan de grens met Togo, Benin en Nigeria en er bestaat al jarenlang een samenwerking met het Zuiderpershuis. Artiesten krijgen er ondersteuning en worden gestimuleerd tot culturele creativiteit en vernieuwing. In Bobo-Dioulasso ontmoette Stef Kamil Carlens balafonspeler Mamadou Diabaté Kibié en zangeres Awa Démé. Beiden werkten o.a. samen met Adama Drame, een djembegrootmeester waarmee het Zuiderpershuis in het verleden een aantal projecten uitwerkte. Stef Kamil Carlens’ wortels liggen in de Amerikaanse en Europese blues. De Burkinezen zijn verankerd in de Mandingue, de traditionele muziek van West-Afrika. Muzikale woordkunstenaars (griots) waken erover dat orale tradities niet verloren gaan, ze zijn het muzikale geheugen van West-Afrika. Vaak spreekt men bij dit genre van de Afrikaanse bluestraditie.

Het klikte meteen, ze gingen op zoek naar gemeenschappelijke invalshoeken en componeerden samen een aantal nieuwe nummers voor dit project, dat als titel Wait for me  meekreeg. Nu moet ik bekennen dat mijn wenkbrauwen op voorhand gaan fronsen bij goedbedoelde samenwerkingen tussen artiesten die vanuit totaal verschillende muzikale tradities moeten vertrekken, vooral als ze opgezet worden ‘in opdracht’ van een subsidiërende overheid. Zelden leiden dergelijke projecten tot bevredigende resultaten. Ofwel klinkt het te geforceerd, ‘als een tang op een varken’ om het oneerbiedig uit te drukken. Een andere optie is dat de artiesten gewoon om beurt hun ding doen en er eigenlijk van kruisbestuivingen tussen genres geen sprake is. Als fan van het eerste uur, was ik heel benieuwd wat Stef Kamil Carlens ervan terecht zou brengen. Met de Zita Swoon Group (vroeger gewoon Zita Swoon) stond hij tot nu toe altijd al garant voor kwaliteit en de groep ontpopte zich door de jaren heen tot een sterk los-vast collectief, niet bang om regelmatig nieuwe artistieke wegen in te slaan.

Wait for me is publieksklaar en het Zuiderpershuis vier opeenvolgende avonden uitverkocht! Op vrijdag 13 mei zaten we op de eerste rij. De groep bestond uit Stef Kamil Carlens (zang en gitaren), Awa Démé (zang), Mamadou Diabaté Kibié (balafon), Kapinga Gysel  (zang, harmonium, melodica en glockenspiel), Simon Pleysier (akoestische gitaar en banjo), Amel Serra Garcia ( percussie), Karen Willems (cocktail drum) en Christophe Albertijn  (bas en akoestische gitaar).

In de rustige instrumentale opener 'Momo le magnifique' (hier te bekijken in een filmpje, opgenomen in Burkina Faso) horen we vooral vintage Zita Swoon. Stef Kamil in de weer met zijn bluesy pedal steel gitaar, fijntjes ingekleurd door percussie met de balafon van Mamadou als licht exotische toets. Gewoon mooi, maar niet verrassend. Na nog een instrumental betreedt Awa Démé het podium en geeft de groep meteen drie absolute hoogtepunten prijs. Eerst het swingende ‘Sababou’, waarin de heftige vocalen in American rootsstijl van Stef Kamil krachtig samenvloeien met de declamerende vocale stijl van Awa. Toch iets meer Zita Swoon dan mandingue in tegenstelling tot het nog sterkere ‘A Ni Baara’ (over gedwongen migratie), waarin de stem van Awa pas echt de kans krijgt om voluit te schitteren. Een topnummer dat je niet meer loslaat als je het één keer gehoord hebt. Het beklijvende ‘Allah Nomadie’ is pure mandingue met naast een alweer sublieme Awa ook meer ruimte om de balafon meer naar voor te halen. De rol van Stef Kamil en zijn groep bestaat hier uit niet meer dan wat sobere, respectvolle ondersteuning.Vanaf hier is het concert voor mij al geslaagd. Daarna wordt het moeilijker om titels te identificeren. Het zijn immers stuk voor stuk nieuwe songs, die ik voor de allereerste keer hoor en niet meer heb kunnen herbeluisteren, want er is nog geen cd van ‘wait for me’ op de markt. ‘Taare’ is mij bijgebleven als opnieuw een opvallende prestatie van Awa Déwé en geslaagde fusie. ‘Tasuma-Jii' (water-vuur) springt er ook letterlijk uit, heel eclectisch en barok. Het nummer breekt een lans om minder bossen te verbranden en minder bomen te kappen. Het heeft iets weg van vier knappe nummers in totaal verschillende stijlen, losjes aan elkaar gesmeed. Tijdens het schreeuwerige refrein gaat het voor mij een beetje de mist in, te trendy. Ik zag al beelden voor mij van een ‘jumpend’ festivalpubliek. Waarschijnlijk moet ik dit nummer nog enkele keren horen, het is mogelijk dat het nog niet helemaal op punt staat. De cd zou pas voor 2012 zijn, in tussentijd kan het project nog groeien met nieuwe songs of hier en daar bijgestuurd worden.

Tijdens de bisronde staat Awa Démé even helemaal alleen op het podium en zingt het bloedstollend mooie ‘Bado Bade’. Er volgt nog een voorzichtig dansje in ‘soukous’ stijl en met ‘teach me’, een laatste kruisbestuiving, trekt de groep een streep onder een alles bij elkaar zeer hoogstaand concert.

‘Wait for me’ is niet alleen een verdienstelijk project, maar het optreden bewijst dat je bij Stef Kamil Carlens en zijn groep aan het juiste adres bent voor boeiende, spannende muziek en dat ze zo goed als perfect aanvoelen waar hun muzikale grenzen liggen en hoe ermee om te gaan. Respect!

De kalender van 'Wait for me'.

Cobra-TV trok naar de repetitieruimte van Zita Swoon Group in Hoboken om er met Stef Kamil Carlens over 'Wait for me' te spreken. Dat interview is te bekijken via deze link. Hieronder kan je filmpjes bekijken van ‘A Ni Baara’ en ‘Sababou’ tijdens repetities in Burkina Faso.


Wait For Me * Sababu from Zita Swoon Group on Vimeo.


Wait For Me * A Ni Baara from Zita Swoon Group on Vimeo.

woensdag 11 mei 2011

‘Today & Tomorrow’ van Jupiter & Ma Shi Faï

 
Vandaag, woensdag 11 mei 2011, is het precies 30 jaar geleden dat Bob Marley het tijdelijke met het eeuwige verwisselde. Wie had toen durven vermoeden dat de erfenis van deze charismatische Jamaicaan  vandaag nog altijd zo levendig zou uitgedragen worden?

Reggae is als muziekgenre nooit echt mijn ding geweest. De klassieke hits van Bob Marley en zijn tijdgenoten (vb. Peter Tosh) hoor ik nog altijd heel graag, maar de reggae en bijhorende subcultuur waarmee ik soms op festivals in aanraking kom, is niet aan mij besteed. Steeds weer die slome ritmes,  druk geschreeuw over ‘Jah’,  gladde keyboards en dubberige effectjes…. Het zal wel aan mij liggen en waarschijnlijk moet ik mij er wat meer in verdiepen om het kaf van het koren te kunnen scheiden.

Enkele weken geleden kreeg ik de cd ‘Today & Tomorrow’ van Jupiter & Ma Shi Faï in de handen gestopt en ik moet bekennen dat dit album mij aangenaam verrast heeft. Frontman Jupiter Diop is geen Jamaicaan, maar een Senegalees die al een hele tijd in België vertoeft. In Afrika is reggae razend populair, denk maar aan  Alpha Blondy (Ivoorkust), de betreurde Lucky Dube (Zuid-Afrika) of recenter Tiken Jah Fakoly (Ivoorkust). Sinds 2005 heeft Jupiter Diop zijn eigen band, waarin allemaal Belgische muzikanten de dienst uitmaken. Samen begeven ze zich op het kruispunt van Jamaicaanse, Afrikaanse en Westerse tradities. Instrumenten zoals mondharmonica, viool of saz zijn vermoedelijk niet gebruikelijk in het reggaewereldje. Jupiter is lid van de the Baye Fall beweging, een sufi moslim broederschap, waarvan ook zijn landgenoten Cheikh Lo en Carlou D. deel uitmaken. Aanhangers van de 'Baye Fall' hebben dreadlocks, net zoals de Rastafari.  Uit titels en songteksten wordt meteen duidelijk dat Jupiter Diop een geëngageerde artiest is  die een boodschap wil uitdragen via zijn muziek, niet altijd een geslaagd huwelijk. Maar gelukkig valt deze artiest niet in de valkuil van drammerigheid.

'Today & Tomorrow' opent intrigerend met ‘Jahdieuf’. Geen reggae, maar een majestueuze ‘praise’ song in een subtiele experimentele verpakking, waarin naast de krachtige stem van Jupiter vooral de viool en het gitaarwerk in Ry Cooder stijl opvallen. Daarna stappen we pas over op de reggae trein. Jupiter zingt afwisselend in het Engels en het Wolof (de nationale taal van Senegal). De twee uitstapjes in het Frans had hij wat mij betreft achterwege mogen laten. 'Fighting against' wordt er op het eind zelfs danig door ontsierd. De gezapige old-school reggae van tracks zoals ‘Thanks & Praises’, 'Praising Jah’ of  ‘Xelkom’ gaat er vlot in, maar blijft niet lang hangen. Rechtveren doe ik wel bij pittiger liedjes zoals ‘Bamba’, ‘Amini’ en vooral bij het hitgevoelige ‘Xam Sa Bop’. Het eveneens aanstekelijke 'Beug Dég Deug Dong' fungeert als krachtig eerbetoon aan Jupiter's muzikale helden. De mondharmonica van Johan 'Mr. Jo' Serck en de bluesy rockgitaar van Jérémy Michel drukken hun stempel op de gezellige, ouderwets bluesy totaalsound. Ook het relaxte dameskoortje valt nergens uit de toon. In het Wolof hoor ik de nummers het liefst, alsof de persoonlijkheid van Jupiter op die momenten vanzelf beter uit de verf komt. Wat een muzikale taal is dat toch, het Wolof! Blijven nog twee uitschieters over met de weerspannige bluesrocker ‘Diéguelou' en vooral de ijzersterke afsluiter 'Jahzaka'. Net als de openingstrack geen reggae, maar in dit geval heerlijk meanderende afropop. Hier creëren deze boeiende muzikanten samen echt iets nieuws en krijgen we eindelijk die beloofde Saz te horen!

‘ Today & Tomorrow ‘: een aangename ontdekking en voor mij meteen een hernieuwde kennismaking met Reggae. Op 7 augustus kan je Jupiter & Ma Shi Faï live bewonderen op Esperanzah (Floreffe). Beluister ‘Today and tomorrow' via Soundcloud.

 

zondag 8 mei 2011

‘Doverie’ van Zongora

Na opmerkelijke cd’s van Malick Pathe Sow, Shahkilid en het project Blindnote komt het jonge cd-label van Muziekpublique nu aanzetten met Doverie, het sterke debuutalbum van Zongora. In het Brusselse worden ze sinds enkele jaren beschouwd als de opwindendste Balkanband. Toch heeft de muziek waarmee Brusselaars Nicolas Hauzeur (viool) en Benjamin Clement (gitaar) al sinds eind jaren 90 aan de weg timmeren niets te maken met de trendy Balkan gekte die de laatste jaren overal de kop op steekt. Hun unieke sound is het resultaat van de inspiratie die zij opdeden tijdens talloze muzikale reizen en ontmoetingen met muzikanten zowel in Brussel als Oost-Europa. Op dit moment bestaat Zongora verder uit de Roemeen Relu Merisan (cimbalom), de Bulgaren Mladen Mladenov (klarinet) en Niki Alexandrow (drums) en de Argentijn Javier Breton (bass). De kruisbestuiving tussen deze muzikanten met heel verschillende culturele achtergronden maakt van Zongora een ensemble met een nieuw geluid.

Op Doverie horen we geen aaneenschakeling van populaire, traditionele Balkandeuntjes, waarmee zoveel groepjes ons vandaag overspoelen. Hier is volop ruimte voor muzikale experimenten en improvisaties. Toegankelijk en feestelijk maar geen hapklare brokken muziek. De cd vereist meerdere luisterbeurten omwille van de grote onvoorspelbaarheid. Bij een eerste kennismaking komen sommige overgangen nogal bruusk aangewaaid en lijkt het alsof de samenhang erdoor verstoord wordt. Dit is vooral het geval bij de Bulgaarse stukken zoals opener ‘Gralvsko i shopsko’, ‘Mladena’ en ‘Severniashko’. Aan die hectische nummers moest ik in het begin even wennen. ‘Hora de Lala’, ‘Iarna La Beica’ en ‘Bihor et Bidirel’ slaan wel dadelijk aan, dankzij de aanstekelijke Roemeense swing waarin de cimbalom een prominente rol opeist. Dit geldt eveneens voor het prachtige ‘Neden Geldim’, gebaseerd op een weemoedige Turkse melodie.

Duidelijk is alvast dat je voor de bekende Balkanhits tevergeefs zal aankloppen bij Zongora. Uitzondering vormt de Macedonische klassieker ‘Hajde Jano’, die hier via een knappe improvisatie op klarinet uitmondt in een Turks/Griekse melodie. ‘Familia’ is een typisch melancholisch Romaliedje, passioneel gezongen door klarinettist Mladen Mladenov. Spijtig dat hij slechts eenmaal vocaal aan bod komt, die Mladen wil ik in de toekomst beslist vaker op de voorgrond zien treden!

Doverie betekent zoveel als er samen in geloven en er vervolgens voor gaan. Met dit debuut presenteert Zongora de luisteraar alvast een rijk visitekaartje! Beluister het album integraal via Deezer.

Sirba (de la suite)

Zongora | Myspace Vidéo



Zongora op myspace

Duo Una Corda @ Art Base (Brussel)


Coline Dutilleul zingt en Kamal Abdul-Malak speelt gitaar. Beiden zijn jong, klassiek geschoold en barsten van talent. In het Duo Una Corda leggen ze zich toe op oude muziek, vooral uit Spanje, met een repertoire dat composities van klassieke componisten voor zang en klassieke gitaar combineert met bewerkingen van Sefardische liederen.

Op vrijdag 6 mei streek dit duo neer in Art Base voor een intiem concert. Een 15-tal aanwezigen maakten kennis met de uitzonderlijk mooie stem van Coline Dutilleul die ondersteund door subtiel gitaarwerk van Kamal Abdul-Malak garant stond voor een uurtje miniatuurtjes vol intense passie. Allemaal korte stukjes volgden elkaar op. Eerst '5 Seguidillas' uit de negentiende eeuw van Fernando Sor. Klassieke muziek op het ritme van de bolero, licht en speels. Daarna volgden '3 Villancicos' van Joaquin Rodrigo, beter bekend van
Concierto de Aranjuez. Muziek voor Kerstmis, niet echt toepasselijk voor deze hete tijden, maar 'who cares'. Beluister op myspace enkele fragmentjes (‘Aire y Donaire’ en 'Pastorcito Santo').

‘A la una’, ‘Endecha’ en ‘Los Bilbilicos’ (ook bekend als ‘la rosa enflorese’) behoren tot de 'Endechas y cantares de Sefarad’, gearrangeerd door Matilde Salvador. Bloedmooie muziek! Op youtube vond ik tientallen versies van 'Los Bilbilicos', hier een mooi voorbeeld. ‘Compadre’ uit ‘Cinco Piezas’ voor sologitaar van Astor Piazzolla fungeerde als kort intermezzo, waarna nog meer Joodse pracht met een ‘Jewish-Spanish song cycle’, deze keer gearrangeerd door Daniel Akiva. Heftige emotionele opflakkeringen, afgewisseld met twee breekbare wiegeliedjes, waarvan ‘Durme Durme Hermozo Hijico’ wellicht het bekendst is, ook te beluisteren via myspace. Hier een andere mooie interpretatie die ik op youtube aantrof. 'Hop!' en 'Certidumbre', '2 songs for voice and guitar' van Sergio Assad lagen met hun delicate, impressionistische dissonanten iets moeilijker in het gehoor. Tenslotte opteerde het duo voor Marinero en tierra, poëzie van Rafael Alberti, op muziek gezet door de Catalaanse componist Manuel Garcia Morante. Met deze aaneenschakeling van korte stukjes kreeg dit concert een zinderende finale vol tederheid en sensualiteit. Ook hiervan kan je fragmenten via myspace beluisteren.

Jammer voor de afwezigen die (waarschijnlijk omwille van het mooie weer) al deze schoonheid aan zich voorbij lieten gaan! Het goede nieuws is dat er een herkansing volgt want Frans De Clercq is vastbesloten dit originele tweetal opnieuw uit te nodigen!

Myspace Duo Una Corda
Website Duo Una Corda

maandag 2 mei 2011

The Cambodian Space Project


Een klein kadertje in Songlines (nr. 75) maakte mij attent op het bestaan van the Cambodian Space Project. Op hun facebookpagina noemen ze zichzelf  ‘a Cosmic cross-culture rendez vous featuring space trippers from various planets preparing a mission to beam its unique mix of space rock, surf, reggae, dub, Khmer surin, Cambodian rock psychedelica out-of-this-world’ and into another’. Droger gezegd gaat het simpelweg om enkele in Phnom Penh (Cambodja) verblijvende ‘Expat Aussies’ die o.l.v. gitarist Julien Poulson samen met enkele ‘locals’ een 9-koppig rockgroepje opgezet hebben. Net als de Amerikaanse band Dengue Fever concentreren ze zich op de rehabilitatie van Khmer klassiekers uit de jaren zestig en begin jaren zeventig. In die tijd kende Cambodja een bloeiende psychedelische rockscene met sterren zoals Sinn Sisamouth, Ros Sereysothea en Pan Ron. Over Dengue Fever en de achtergrond van deze muziek rapporteerde ik al enkele keren op deze blog (zie 1 en 2).

Hebben we hier te maken met copycats van Dengue Fever? Op het eerste zicht wel, want net als bij Dengue Fever gaat het om een Cambodjaanse zangeres, omringd door voornamelijk Westerse muzikanten. Ook hier horen we een hoop bewerkingen van oude Khmerklassiekers, zoals chom dop kae theav (New Years Eve), dop pram moi (I'm sixteen) en A go go, aanstekelijke popdeuntjes met weerhaakjes die oorspronkelijk gezongen werden door Ros Sereysothea, de 'golden voice of Phnom Penh'.

 
I've met my love, I'm unsatisfied en Dancing a go go komen uit het repertoire van Pan Ron, die andere Cambodjaanse popdiva uit vervlogen tijden. De laatste twee liedjes worden door the Cambodian Space Project tot vettige bluesrockers omgeturnd, inclusief mondharmonica.

Knyom mun sok jet te (I'm unsatisfied) / Pan Ron
Rom a go go / Pan Ron

The house of the rising sun kennen we natuurlijk dankzij the Animals, maar CSP baseert zich op de Khmerversie door Sinn Sisamouth, de Elvis van Cambodja.


Venus van Shocking Blue wordt voorzien van een een heel originele Khmer-aanpak, met gebruik van de Tro, een Cambodjaanse viool, bespeeld door gastmuzikant Yun Theara. Woman is een opvallend duet met Kong Nay, een meester op de Chapei (een traditionele Cambodjaanse gitaar).

Zangeres Srey Channthy moet qua stem en uitstraling zeker niet onderdoen voor Chom Nimol (Dengue Fever). Ze verrijkt het repertoire van de groep met sterke eigen songs in Khmer zoals If you go I go too, Tek thom big waterHave visa no have rice en broken flower.

'The Cambodian space project' tapt wel degelijk voor een stuk uit hetzelfde vaatje als Dengue Fever, maar ze pakken het muzikaal toch anders aan qua sound (instrumentarium) en nummers die exclusief gezongen worden in het Khmer. Het is afwachten welke richting ze verder zullen uitslaan, want in tegenstelling tot Dengue Fever, waarvan recent al een vijfde album (Cannibal Courtship) op de markt kwam, moet deze band nog bewijzen of ze ons over enkele jaren nog steeds kunnen boeien.

Na de EP I'm unsatisfied verschijnt binnen enkele weken een eerste cd, die verdeeld wordt door Rough Trade. Begin september treden ze op in Groot-Brittannië (End of the road festival). Laten we hopen dat ze ook de Benelux aandoen!

Je kan nummers beluisteren via myspace en soundcloud.