Startpagina1 111111111111 Zaalconcerten 111111111 Zomerfestivals 11111111111 CD-tips 11111111111 Concertagenda 1111 11111111111 E-mail
maandag 22 augustus 2011
Ghalia Benali @ Festival d’Art (Hoei)
Op donderdag 18 augustus zakten we af naar Hoei om onze favoriete zangeres nog eens aan het werk te zien. Het beloofde een uniek, avondvullend spektakel te worden met veel verrassingen en nieuwigheden. Ghalia Benali kreeg carte blanche namens de organisatoren van het jaarlijkse Festival d'Art Huy. En ze heeft ons geen seconde ontgoocheld, want we hebben met volle teugen gesmuld van de lekkernijen die we voorgeschoteld kregen. Eerst werd het publiek langzaam opgewarmd met een dromerig gedicht en het aangename stemgeluid van Emanuela Lodato, een onbekende jonge Siciliaanse die enkel begeleid door haar eigen subtiele percussie en Vincent Noiret (contrabas) het beste van zichzelf gaf. Dan was het de beurt aan de opmerkelijkste gast van de avond, Tom Cohen, die met zijn onafscheidelijke mandoline op het podium verscheen. Moufadhel Adhoum (ud), Azzedine Jazouli (percussie) en Anja Naucler (cello) kwamen erbij in het gezelschap van drie jonge violistes en Houssem Ben El Khadi (ney), die we o.a. kennen van Hijaz. Met Tom Cohen als dirigent vlogen ze er ongemeen sterk in met twee instrumentale stukken in majestueuze klassiek Arabische stijl, zoals we ze in onze contreien niet vaak te horen krijgen. De bekendste titel was 'Hatwat Habibi' ('the steps of my love’) van de Egyptische componist Mohammed Abdel Wahab.
Tom Cohen is niet de eerste de beste. Niet alleen blinkt hij uit op de mandoline, ook als lid van de 'Israeli Mandolin Quartet', solist van de Balkangroep Emil Aybinder Ensemble, orkestleider en componist voor het Israeli Andalusian Orchestra en habitué bij diverse opnames voor de Joodse radio en televisie, maakt deze jonge muzikant enorme indruk bij iedereen die hem op zijn weg ontmoet. Hij verkondigde terloops dat hij in Brussel een nieuwe groep heeft opgericht met muzikanten die hij op straat tegen het lijf liep. Het ‘Med orchestra’ is geboren!
Toen Ghalia Benali eindelijk haar entree maakte, was iedereen op temperatuur en zette ze meteen een ijzersterke versie neer van 'Lamouni elli gharou mèni' van de Tunesische componist Lofti Bouchnak. Dit nummer staat al lang op haar repertoire, wat niet geldt voor haar Frans-Arabische mix van Ne me quitte pas. Natacha Atlas deed eerder een verdienstelijke poging, maar Ghalia zet de Jacques Brel klassieker met een vanzelfsprekende naturel naar haar hand, hierbij flink geholpen door haar prachtige gelegenheidsorkest. De pauze (met ramadanversnaperingen) kwam veel te snel en duurde wat lang, maar het wachten werd beloond met nog meer heerlijkheden. Een jong danseresje zette het feeërieke karakter van het evenement extra in de verf en omdat de drie violistes uitgespeeld waren, mochten ze de rest van de avond – volledig uitgedost in het wit - figureren als engeltjes van dienst. De Tunesische violist Zied Zouari nam hun plaats in. Na een streepje Oum Kalthoum werden we met verbluffend knappe nieuwigheden overstelpt, songs vol power en dynamiek, die de eigenzinnige persoonlijkheid van Ghalia beter in de verf zetten dan alles wat ze tot nu toe gedaan heeft. Het trancy karakter van ‘Haraboun’ (waarschijnlijk niet de correcte titel, maar dit nummer sprong er ook al uit in Maaseik enkele maanden geleden) krijgt door de ney en viool een extra dimensie, net als het sprookjesachtige ‘Regarde moi, je suis soleil’. Tussendoor mocht Emanuala Lodato nog een tweede keer schitteren. Ghalia Benali laat zich de laatste tijd opvallend inspireren door de politieke omwentelingen in Egypte en in haar thuisland Tunesië. Een resultaat hiervan is te bewonderen in alweer een stevig nieuw nummer op tekst (in drie woorden) van een jonge Egyptische revolutionaire dichter. We kregen in de gaten dat het optreden bijna ten einde was toen Ghalia en co enkele oudere ‘hits’ uit de kast haalden met ‘Nari Nari’ en ‘Luisa’. Zo mochten ze voor ons gerust nog enkele uren doorgaan. Spijtig dat het hier om een eenmalig evenement ging, want dit betoverende topconcert smaakt naar (veel) meer en doet ons watertandend uitkijken naar een nieuw album!
Hieronder kan je Ghalia Benali aan het werk zien in Amsterdam tijdens een ander uniek concert met het Metropole Orchestra. In het tweede, intrigerende filmpje brengt ze één van haar nieuwe nummers met totaal andere begeleiding. Benieuwd waar en wanneer dit werd opgenomen !?
http://www.myspace.com/ghaliabenaliofficial
woensdag 17 augustus 2011
‘Darshan’ van Soraya Zekalmi
Op Esperanzah maakten we een tweetal weken geleden kennis met Soraya Zekalmi. Deze Algerijnse zangeres woont in Brussel en valt op omdat ze haar hart verloren heeft aan muziek uit India. Op haar nieuwe cd Darshan wordt Soraya in elk geval door schitterende muzikanten omringd. Een prominente rol is daarbij weggelegd voor Aftab Gulab (zang, harmonium). Deze Pakistaan heeft o.a. nog les gehad van Nusrat Fateh Ali Khan en fungeert zo een beetje als leider van Soraya’s groep, die verder bestaat uit Shabbir Hussain, een tablaspeler uit Rajasthan (India), die naast de begeleiding van diverse Bollywoodzangers o.a. samenwerkte met de vermaarde Jagjit Singh. De Marokkaan Mohammed Al’Mokhlis (viool) speelde o.a. bij Urban Trad en Mousta Largo. Mady Kouyate (ngoni en basgitaar) zagen we al vaak aan het werk, o.a. met Malick Pathé Sow, Issa Sow en Sayon Bamba. Bij Soraya staat hij in voor een kleurrijke, Afrikaanse toets. Marc Bogaert (sitar en gitaar) maakt het plaatje compleet.
Net zoals tijdens het optreden op Esperanzah, krijgen we op ‘Darshan’ heel wat verschillende muziekstijlen uit India en Pakistan aangereikt. Opener Lathe di Chaader (een volksliedje uit Punjab) drijft plezant voort op bas en ‘Tín-ta-ka-tá-tá-ka-tá’, daarna volgt de zoete Bollywoodmelodie Ek Pyaar (uit ‘Shor’, 1972), die naar mijn smaak in een iets te melig arrangement gestoken werd. ‘Payo Ji’ is een bekend Bhajan devotielied, terwijl met Chaaptilak een Qawwali uit het repertoire van Nusrat Fateh Ali Khan wordt aangepakt. In het midden zorgt de ngoni voor een verrassende bluesy toets. Ook in Ghoom Charakhra, opnieuw een feestelijk liedje uit Punjab, werken die Afrikaanse accenten wonderwel. Dit is meteen de vlotste deun uit de set. Bij Tu Akh (een religieus lied) domineert het verfijnde vioolspel van Mohammed Al’Mokhlis. De groep slaagt erin al deze genres naadloos in elkaar te laten overvloeien. Ze maken hiermee muziek die toch vooral als ‘moeilijk’ beschouwd wordt, toegankelijk voor een breder publiek, want het album ligt vlot in het ‘Westers’ gehoor. Natuurlijk gaat er tegelijk een stuk van de subtiliteit verloren, maar je voelt dat ze er met hart en ziel voor gaan en er iets nieuws mee proberen te doen. De muzikanten spelen hoogstaand en de combinatie van instrumenten klinkt fris. Vooral bij Ishwar Allah (voor mij het hoogtepunt) leveren de ngoni en een Afrikaanse zanger (in Pulaarstijl à la Baaba Maal) een flinke meerwaarde aan de totaalsound. ‘Ishwar Allah Tere Naam’ is een klassieke hit van de vermaarde Bollywoodzanger Mohammed Rafi (uit de film ‘Naya Raasta’, 1970). Aftab Gulab toont in al deze nummers dat hij verdomd mooi kan zingen. Hij is constant op de voorgrond te horen, terwijl Soraya vocaal een beetje verstoppertje lijkt te spelen. Zingen kan ze nochtans goed genoeg, maar daarvan overtuigt ze ons pas op het moment dat ze de Arabische toer opgaat en er voluit voor gaat.
De cd bevat namelijk ook twee Arabisch gezongen nummers, waarin totaal andere instrumenten te horen zijn zoals ud en kanun. ‘Moushah’ is een compositie van Anwar Abudragh op een tekst van de Perzische sufidichter Mansur Al-Hallaj, het best gekend voor zijn goddelijke tekst ‘Ana El Haq’ ('Ik ben de waarheid'). Anwar abudragh is een Irakees die in België woont en zich bekwaamt in een eigentijdse interpretatie van het Maqam liedrepertoire. Hij speelt bij verschillende groepen (jazz, flamenco, Turks, Grieks,…) en geeft les aan het Centre Culturel Arabe in Brussel. ‘Habiboun El Halaj’, het andere Arabische nummer op de cd is ook een compositie van hem. Knap!
De website van Soraya Zekalmi.
Beluister hier enkele fragmenten uit 'Darshan'.
Bekijk hier een aantal filmpjes.
dinsdag 9 augustus 2011
Esperanzah @ Floreffe
Het festival Esperanzah verdient wat mij betreft onmiddellijk de prijs voor mooiste locatie. In en rondom de pittoresk gelegen abdij van Floreffe worden de (opvallende veel jeugdige) muziekliefhebbers er niet alleen jaarlijks verwend met een mooi uitgebalanceerd muziekaanbod, ze krijgen er de prachtige vergezichten gratis bovenop. Afgelopen weekend vond de tiende editie plaats, waarvan vooral het zondagprogramma er op wereldmuziekgebied veelbelovend uitzag.
In de vroege namiddag begaven we ons eerst naar het podium ‘Côté Cour’, waar een hoop jong volk opgetrommeld was voor Jupiter & Ma Shi Fai. Jupiter Diop is een Senegalees die in het voorjaar een verrassend knap reggae album afleverde met zijn Belgische groep (zie mijn bespreking). Vanzelfsprekend waren we benieuwd of ze dit niveau ook live kunnen waarmaken met een beperkter instrumentarium. Het begon een beetje aarzelend met ‘Jahdieuf’, dat de subtiliteit miste van de cd-versie en het eerste halfuurtje geraakte de groep niet echt op gang, o.a. omwille van rommeligheid, teveel tempowisselingen en een minder goed afgestelde klank met veel te luide bas. Na een tamme versie van de Bob Marley klassieker ‘Stir it up’ kwam er gelukkig meer schot in de zaak en haalde Jupiter zijn aanstekelijkste deunen uit de kast, zoals ‘Bamba’, ‘Xelkom’, ‘Praising Jah’ en een ijzersterk gezongen ‘Jahzaka’. Spijtig dat het slotnummer ‘Amini’ vervolgens ontgoochelde, omdat het publiek iets te snel tot meezingen aangespoord werd en daardoor de vaart uit deze hitgevoelige, swingende deun jammerlijk verloren ging. Kortom, er is nog werk aan de winkel voor Jupiter en co. De groep zal wellicht groeien met behulp van meer podiumervaring.
Op naar het een stuk hoger gelegen podium ‘Côté Jardin’ voor Oquestrada, een bont collectief uit Portugal. Net als bij hun landgenoten van Deolinda vertrekt de muziek van Oquestrada bij de fado en gaat er vervolgens op een nieuwe, vrolijke manier mee aan de slag. Oquestrada werd enkele jaren geleden als straatorkestje opgericht door Miranda (zang) en de Fransman Pablo (zang en contrabas). Ze noemen hun muziek ‘Tasca beat’, meteen ook de titel van hun eerste cd (2010). Dit optreden was om van te snoepen, vooral omdat we hier met steengoede muzikanten te maken hebben. Zeker het gitaarwerk stond op een constant hoog niveau en zangeres Miranda heeft stem en podiumuitstraling te over. De straattheater elementen in hun act zijn misschien niet altijd even geslaagd en de sporadische zangpartijen van de heren halen de kwaliteit soms heel even naar beneden - wat trouwens ook voor de cd geldt – maar het spelplezier en gemak waarmee dit groepje het publiek inpakt zijn gewoonweg hartverwarmend. Hoogtepunten waren o.a. ‘Oxalá te veja’ (hun beste liedje), ‘Se esta rua fosse’ en ‘Kekfoi’. In ‘Eu o meu país’ zit een thema verwerkt uit Billy Idol’s hit ‘dancing with myself’, aangekondigd als ‘in het land van de fado als een toerist triestig zijn op muziek van Billy Idol’ of iets dergelijks.
Hierna moesten we ons haasten naar het kleine podium ‘Côté Souk’ voor Soraya Zekalmi, een Algerijnse zangeres die in België woont. Het ongewone is dat zij zich helemaal toelegt op muziek uit India. Op het podium treffen we haar aan in het gezelschap van typische instrumenten uit India, zoals sitar (bespeeld door Mark Bogaerts), harmonium en tabla. Een violist (Mohammed Al'mokhlis) en basgitarist (Mady Kouyate) maken het plaatje compleet. We genoten van een mooi, gevarieerd optreden. Soraya beperkt zich niet tot een bepaald genre, in het repertoire figureren populaire Bollywooddeuntjes naadloos naast feestelijke volksmuziek uit Punjab of devotieliederen. De zeemzoete opener ‘Ek Pyaar’ komt bijvoorbeeld uit de Bollywoodfilm ‘Shor’ (1972). Bekijk hier de originele versie door de legendarische playback diva Lata Mangeshkar. Payo ji is een bekend Bhajan devotielied, terwijl Chaaptilak een onvervalste qawwali is uit het repertoire van Nusrat Fateh Ali Khan. De versie die Soraya hiervan met haar muzikanten neerzet is waarschijnlijk eerder gebaseerd op populaire bewerkingen van deze klassieker, zoals deze. Swingen doet het met Lathe di chaader en 'ghoom charakhra' (hier gezongen door Abida Parveen), allebei bekende volksdeuntjes uit Punjab. Puristen zullen beweren dat de complexe muziek uit India hiermee te fel vereenvoudigd wordt, maar ik vind het vooral heel verfrissend van Soraya en haar muzikanten dat zij er op deze manier in slagen dit rijke repertoire toegankelijk te maken voor een breder publiek. In september verschijnt Soraya's album ‘Darshan’. Hierover lees je binnenkort meer op deze blog!
De heren van AfroCubism kwamen we vorige week al tegen op Sfinks. Toumani Diabate, Bassekou Kouyate, Djelimady Tounkara, Baba Sissoko, Kasse Mady Diabate, Eliades Ochoa en de rest stonden opnieuw garant voor een waardige afsluiter. Ongeveer alle liedjes uit hun cd passeerden in dezelfde volgorde de revue. Om elke muzikant te laten scoren, werden de nummers naar mijn smaak soms wel iets te lang uitgesponnen en de blazers klonken eerder vlak, maar voor de rest was dit de topper die we ervan mochten verwachten met als hoogtepunten het onweerstaanbare ‘jarabi’, ‘Djelimady rumba’ (een nummer waarin Djelimady Tounkara zijn oude Rail Band sound nieuw leven inblaast) en ‘Aa la luna yo me voy’, waarbij Eliades Ochoa te vertellen had dat de groep zou verhuizen naar de maan totdat het op aarde weer allemaal in orde komt met de klimaatopwarming.
De tiende editie van Esperanzah werd afgesloten met een feestelijk vuurwerk en daarna – en geen minuut eerder – arriveerden de beloofde stortregens!
vrijdag 5 augustus 2011
‘Anchors’ van Makis Seviloglou
‘De moderne Griekse liedjes zijn geen Yassou-liedjes meer. Dat zijn liedjes die je naar een glas wijn doen grijpen en dan tegen elkaar zeggen ‘op je gezondheid’, liedjes die een sfeer van lange, volgeladen tafels op gezellige dorpsfeesten van weleer oproepen’.
Anchors verschijnt in de loop van 2010 bij het Nederlandse label Coast to coast. Makis Seviloglou begeleidt zichzelf op verschillende tokkelinstrumenten (8-snarige citharone, akoestische gitaar, bouzouki en tzouras). Verder komen we een indrukwekkend lijstje klasse muzikanten tegen op het album, waaronder Dimitris Mistakidis (akoestische gitaren, luit, contrabas), die we onlangs nog in het Zuiderpershuis bezig zagen met zijn eigen groep Apsilies. Ook Kiriakos Gouventas (violen) is van de partij. Hem konden we begin 2011 nog bewonderen in het gezelschap van Solon Lekkas bij Art Base.
Het moet gezegd worden, de veertien composities op ‘Anchors’ zijn allemaal sterk en bovendien is er variatie troef. Een te bonte mix van stijlen kan een plaat stuurloos maken, maar de fijngevoelige arrangementen maken er toch een coherent geheel van. Het album gaat van start met een opeenvolging van vier midtempo stukken ('Εγώ το διάλεξα', 'Βυθός', 'Μια φλέβα που χτυπά' en Άγκυρες') waarin het warme timbre van Makis op zijn best uit de verf komt. Deze nummers klinken onmiskenbaar Grieks. Vooral de heftige, emotionele passages tijdens 'Βυθός' (hier te beluisteren) en titelsong Άγκυρες' (met een refrein dat de intensiteit van Bosnische sevdah oproept) zorgen voor kippenvel. 'Μια φλέβα που χτυπά' wordt alleen even ontsierd door de lichtjes gezwollen instrumentale outtro. Tijdens het met een bluesy piano gelardeerde Όνειρο φυλαγμένο' gaat het een beetje richting kleinkunst à la Kris De Bruyne en terwijl Makis in 'Πόσο σ' αγάπησα μετρώ' op parlando overschakelt, meandert het nummer rustig verder met behulp van Dire Straits achtig gitaarwerk. Nog altijd niet mis, maar minder beklijvend. Dan volgt met 'Κορμί καράβι' opnieuw een hoogtepunt, een knappe melodie ingebed in ritmische rebetiko accenten. In Έρωτας σαν μήνας Μάρτης', het enige snelle nummer, worden we getrakteerd op een speelse ‘Django Reinhardt & Paolo Conte goes Balkan’ mix waarna de dromerige ballad 'Ποιός τον κόσμο τον ορίζει' eerder op maat van een zangeres zoals Melina Kana geschreven lijkt. De cd opent niet alleen heel sterk, maar ook op het eind mogen we nog genieten van een vijftal toppers. Zo is 'Σ' ένα δέντρο' (hier te beluisteren) pure, ruwe rebetiko eerste klas terwijl we in 'Του Δρίνου το γεφύρι' gewoon een frisse, vanzelfsprekende radiovriendelijke deun herkennen die lang in het hoofd blijft hangen. Haris Alexiou komt niet meer in beeld, maar de jonge Maria Papanikolaou doet het minstens even goed in 'Στη ζεστή σου την αγκάλη', een vintage Grieks nummer in de stijl zoals we die kennen van de allerbeste ‘rebetiko meets laiko’ traditie. Deze veelbelovende zangeres is vooral bekend omwille van haar samenwerking met Sokratis Malamas. Het intiem epische 'Νόνα' en de filmische instrumental 'Ταξίδια πο' ronden dit zeer geslaagd album af. En jawel, de ‘Yassou’ sfeer zit er helemaal in!
Makis Seviloglou wordt dankzij ‘Anchors’ terecht binnengeloodst in de internationale wereldmuziekmarkt. Op woensdag 25 april 2012 (nog even geduld dus) treedt hij op in De Roma (Borgerhout). Geniet hier alvast van de titelsong in live uitvoering plus een korte voorstelling van de dvd die vorig jaar tijdens een tournee in Nederland opgenomen werd.
Makis Seviloglou Myspace
Makis Seviloglou website
Makis Seviloglou biografie (Skopos)
dinsdag 2 augustus 2011
Sfinks Mixed @ Boechout
Van 1996 tot en met 2004 keken we ieder jaar gretig uit naar Sfinks, dat we beschouwden als dé kers op de taart van een jaartje wereldmuziek. Het was immers in Boechout dat we kennis maakten met de boeiendste nieuwe artiesten en tegelijk een aantal favorieten aan het werk konden zien. Maar vanaf 2004 startte de ‘restyling’ met als ingrijpendste stap het verdwijnen van het grote openluchtpodium. Sfinks Mixed is nog steeds een plezant en sfeervol festival maar zo kennen we er nog wel een aantal. Hun label als 'mekka van de wereldmuziek' hebben ze onderweg kwijtgespeeld, baanbrekende ontdekkingen zijn de laatste jaren eerder een zeldzaamheid geworden. De nieuwe formule focust immers vooral op gezelligheid en een zo breed mogelijk publiek, ten koste van de verwende wereldmuziekliefhebber, die bij dit alles een beetje in de kou blijft staan. Vorig jaar hebben we het feestje voor het eerst bewust aan ons voorbij laten gaan, wegens een te doordeweeks programma. Er figureerden wel sterke artiesten tussen zoals Tcha Limberger, Tri A Tolia en Najma Akhtar maar ook zagen we voor de zoveelste keer Youssou N’Dour en Buena Vista Social Club opduiken en vooral de keuze voor de sympathieke Bart Peeters als afsluiter ging ons net iets te ver de populistische toer op.
Op zondag 31 juli hebben we toch vol goede moed een nieuwe poging ondernomen. Het begon allemaal aangenaam met de opzwepende traditionele merengue en iets meer zoetgevooisde bachata die Joaquin Diaz (Dominicaanse republiek) uit zijn accordeon toverde. Aardig dansorkestje en een verademing in vergelijking met de ultra gladde, moderne merengue, zoals we die meestal te horen krijgen. maar toch een beetje vlak om langer dan een halfuur te boeien. En waarom moest het zo verschrikkelijk luid dat het niet alleen mij pijn aan de oren deed, want opvallend veel toeschouwers haalden hun oordoppen boven.
Op naar de clubtent voor Windstreken. Dit kwartet bestaat uit twee Nederlanders (blazers en keyboards), een Indische tablaspeler en een Marokkaanse ud speler die ook een beetje zingt. Samen proberen ze een soort fusie uit tussen Arabische muziek en jazz, met een lichte Indische toets. Hun cd kreeg lovende recensies, maar mij konden ze niet overtuigen. We hebben namelijk al veel betere groepen gezien die op een gelijkaardige manier experimenteren, maar met een geslaagder resultaat (vb. Arifa en Hijaz).
Ongeveer elk jaar zien we op sfinks een zangeres uit Mali aantreden. Deze keer mocht Khaira Arby uit Timboektoe de show stelen. Haar ruwe, krachtige stem deed fel denken aan die van Malouma (Mauritanië) en Mariem Hassan (Westelijke Sahara). Net als die laatste woestijndiva die we vorig jaar nog op het Afrikafestival (Hertme) aan het werk zagen laat Khaira Arby zich begeleiden door elektrische bluesy gitaren. Wie had kunnen denken dat in het kielzog van Tinariwen zoveel groepen op hetzelfde idee zouden komen? Voor mij blijft het iets van een gimmick hebben, zeker als de zoveelste Afrikaanse Jimi Hendrix aan ons voorgesteld wordt. Maar deze Khaira Arby heeft wel de stem, inhoud en uitstraling om nog even mee te gaan!
Met Mamer uit China werd pas een echte verrassing uit de kast gehaald. Ik voelde me even terug gekatapulteerd naar mijn jeugd, naar de zwarte jassen van Einsturzende Neubeuten, Front 242 en andere kwaad voor zich uit starende industrial coldwavers. Grappig natuurlijk, zeker als je merkt dat hier ook traditionele instrumenten ingezet worden en de heren het klaarspelen om hun hypnotische slijpschijf geluiden zonder gebruik van elektronica uit te spuwen.
Na zoveel kilte snakten we naar een streepje zonnige cumbia, maar dat was buiten de waard gerekend. Uit Colombia komt ons de laatste jaren ongelooflijk veel goede muziek toegewaaid. Keuze te over aan interessante groepen. Wraakroepend dat uitgerekend de platte MTV electro house van Bomba Estereo het hier moet komen doen. Ondermaats en Sfinks onwaardig! Wil men hiermee misschien het Tomorrowland publiek naar Boechout lokken?
Gelukkig stonden er tegen de avond enkele kleppers op het menu. Voor Dikanda reisden we in 2009 al af naar Bonn (zie blogverslag). Verdienstelijk van Sfinks dat dit Poolse groepje eindelijk de kans krijgt in België op te treden, al is een set van een uurtje natuurlijk veel te kort. In Bonn waren Anja Witczak en haar bende nog beter in vorm, deze keer werd de contrabas wat te fel naar voren gemixt en ook de setlist viel een klein beetje tegen als visitekaartje. Voor mij hadden er iets meer nummers in zigeunerstijl mogen tussen zitten en iets minder Bulgaarse samenzang en gezwollen dramatiek. Maar Dikanda blijft een schitterend ensemble dat het sfinks publiek wist te overrompelen met een lange bis (tot twintig minuten over tijd) als toemaatje.
Wegens een beetje moe en hongerig kozen we ervoor om Hindi Zahra over te slaan, want Faiz Ali Faiz wilden we zeker niet missen. Deze Pakistaanse qawwali-artiest kennen we vooral dankzij enkele grensverleggende cd’s, zoals Qawwali Flamenco, waarop hij te horen is met flamenco artiesten zoals Miguel Poveda. Op Jaadu (Magic) werkt hij samen met Thierry Robin. Op Sfinks werd Faiz Ali Faiz omringd door zijn eigen groep. Ze kozen voor enkele heftige lange nummers in pure qawwali stijl, inclusief de acrobatische vocalen, zoals we die kennen van de legendarische Nusrat Fateh Ali Khan, wiens grootste hit mustt mustt als afsluiter werd losgelaten op een uitzinnig publiek. Knap maar toch hebben we al betere concerten in het genre meegemaakt.
Restte ons enkel nog de heren van AfroCubism, die zoals verwacht voor een prachtige afsluiter zorgden. Hoe kan het ook anders met al die topartiesten in één groep. Toumani Diabate, Bassekou Kouyate, Djelimady Tounkara, Baba Sissoko, Kasse Mady Diabate, Eliades Ochoa en nog enkele anderen gaven het beste van zichzelf. Ik heb het grootste deel van dit concert van op een afstand meegemaakt. Op zondag 7 augustus zien we ze namelijk nog een keertje op Esperanzah (Floreffe).
Conclusie: deze zondagse Sfinks kwam traag op gang, nieuwe ontdekkingen bleven uit, maar later op de avond werden ons gelukkig enkele stevige headliners voorgeschoteld. Op naar volgend jaar!
Op zondag 31 juli hebben we toch vol goede moed een nieuwe poging ondernomen. Het begon allemaal aangenaam met de opzwepende traditionele merengue en iets meer zoetgevooisde bachata die Joaquin Diaz (Dominicaanse republiek) uit zijn accordeon toverde. Aardig dansorkestje en een verademing in vergelijking met de ultra gladde, moderne merengue, zoals we die meestal te horen krijgen. maar toch een beetje vlak om langer dan een halfuur te boeien. En waarom moest het zo verschrikkelijk luid dat het niet alleen mij pijn aan de oren deed, want opvallend veel toeschouwers haalden hun oordoppen boven.
Op naar de clubtent voor Windstreken. Dit kwartet bestaat uit twee Nederlanders (blazers en keyboards), een Indische tablaspeler en een Marokkaanse ud speler die ook een beetje zingt. Samen proberen ze een soort fusie uit tussen Arabische muziek en jazz, met een lichte Indische toets. Hun cd kreeg lovende recensies, maar mij konden ze niet overtuigen. We hebben namelijk al veel betere groepen gezien die op een gelijkaardige manier experimenteren, maar met een geslaagder resultaat (vb. Arifa en Hijaz).
Ongeveer elk jaar zien we op sfinks een zangeres uit Mali aantreden. Deze keer mocht Khaira Arby uit Timboektoe de show stelen. Haar ruwe, krachtige stem deed fel denken aan die van Malouma (Mauritanië) en Mariem Hassan (Westelijke Sahara). Net als die laatste woestijndiva die we vorig jaar nog op het Afrikafestival (Hertme) aan het werk zagen laat Khaira Arby zich begeleiden door elektrische bluesy gitaren. Wie had kunnen denken dat in het kielzog van Tinariwen zoveel groepen op hetzelfde idee zouden komen? Voor mij blijft het iets van een gimmick hebben, zeker als de zoveelste Afrikaanse Jimi Hendrix aan ons voorgesteld wordt. Maar deze Khaira Arby heeft wel de stem, inhoud en uitstraling om nog even mee te gaan!
Met Mamer uit China werd pas een echte verrassing uit de kast gehaald. Ik voelde me even terug gekatapulteerd naar mijn jeugd, naar de zwarte jassen van Einsturzende Neubeuten, Front 242 en andere kwaad voor zich uit starende industrial coldwavers. Grappig natuurlijk, zeker als je merkt dat hier ook traditionele instrumenten ingezet worden en de heren het klaarspelen om hun hypnotische slijpschijf geluiden zonder gebruik van elektronica uit te spuwen.
Na zoveel kilte snakten we naar een streepje zonnige cumbia, maar dat was buiten de waard gerekend. Uit Colombia komt ons de laatste jaren ongelooflijk veel goede muziek toegewaaid. Keuze te over aan interessante groepen. Wraakroepend dat uitgerekend de platte MTV electro house van Bomba Estereo het hier moet komen doen. Ondermaats en Sfinks onwaardig! Wil men hiermee misschien het Tomorrowland publiek naar Boechout lokken?
Gelukkig stonden er tegen de avond enkele kleppers op het menu. Voor Dikanda reisden we in 2009 al af naar Bonn (zie blogverslag). Verdienstelijk van Sfinks dat dit Poolse groepje eindelijk de kans krijgt in België op te treden, al is een set van een uurtje natuurlijk veel te kort. In Bonn waren Anja Witczak en haar bende nog beter in vorm, deze keer werd de contrabas wat te fel naar voren gemixt en ook de setlist viel een klein beetje tegen als visitekaartje. Voor mij hadden er iets meer nummers in zigeunerstijl mogen tussen zitten en iets minder Bulgaarse samenzang en gezwollen dramatiek. Maar Dikanda blijft een schitterend ensemble dat het sfinks publiek wist te overrompelen met een lange bis (tot twintig minuten over tijd) als toemaatje.
Wegens een beetje moe en hongerig kozen we ervoor om Hindi Zahra over te slaan, want Faiz Ali Faiz wilden we zeker niet missen. Deze Pakistaanse qawwali-artiest kennen we vooral dankzij enkele grensverleggende cd’s, zoals Qawwali Flamenco, waarop hij te horen is met flamenco artiesten zoals Miguel Poveda. Op Jaadu (Magic) werkt hij samen met Thierry Robin. Op Sfinks werd Faiz Ali Faiz omringd door zijn eigen groep. Ze kozen voor enkele heftige lange nummers in pure qawwali stijl, inclusief de acrobatische vocalen, zoals we die kennen van de legendarische Nusrat Fateh Ali Khan, wiens grootste hit mustt mustt als afsluiter werd losgelaten op een uitzinnig publiek. Knap maar toch hebben we al betere concerten in het genre meegemaakt.
Restte ons enkel nog de heren van AfroCubism, die zoals verwacht voor een prachtige afsluiter zorgden. Hoe kan het ook anders met al die topartiesten in één groep. Toumani Diabate, Bassekou Kouyate, Djelimady Tounkara, Baba Sissoko, Kasse Mady Diabate, Eliades Ochoa en nog enkele anderen gaven het beste van zichzelf. Ik heb het grootste deel van dit concert van op een afstand meegemaakt. Op zondag 7 augustus zien we ze namelijk nog een keertje op Esperanzah (Floreffe).
Conclusie: deze zondagse Sfinks kwam traag op gang, nieuwe ontdekkingen bleven uit, maar later op de avond werden ons gelukkig enkele stevige headliners voorgeschoteld. Op naar volgend jaar!
Abonneren op:
Berichten (Atom)



