Startpagina1 111111111111 Zaalconcerten 111111111 Zomerfestivals 11111111111 CD-tips 11111111111 Concertagenda 1111 11111111111 E-mail

donderdag 29 december 2011

'The original sound of cumbia: the history of Colombian cumbia & porro as told by the phonograph 1948-79'


In de muziekstijlen uit Latijns-Amerika ben ik over het algemeen iets minder goed thuis maar de compilatie Colombia: the golden age of Discos Fuentes - the powerhouse of Colombian music 1960-76 (Soundway) behoort al jaren tot mijn absolute cd-favorieten. Recent verscheen bij datzelfde Soundway The original sound of cumbia: the history of Colombian cumbia & porro as told by the phonograph 1948-79. Op dit dubbelalbum treffen we maar liefst 55 tracks aan, het resultaat van een jarenlange zoektocht naar de wortels van de immens populaire cumbia. Honderden 78-toerenplaten, singles en LP’s werden opgedolven om hieruit ca. 2,5 uur van de allerbeste Colombiaanse cumbia te distilleren. Dit gebeurde allemaal door Will Quantic Holland die, gedreven door zijn passie voor Colombiaanse muziek, de meest afgelegen plekjes van het Zuid-Amerikaanse land doorkruiste en daarbij op pareltjes stootte die nooit buiten Colombia te horen waren! Zo krijgen we enkele van de vroegste opnames gepresenteerd en lezen we hoe cumbia als genre tot stand kwam langs de mangroven van de rivier ‘Magdalena’ aan de Caribische kust. Daar vermengden inheemse fluiten zich met de percussie van Afrikaanse slaven. Het cumbiavirus besmette vervolgens het binnenland en belandde uiteindelijk ook in de hoofdstad Bogota. We volgen de evolutie en komen daarbij enkele grote namen tegen zoals Alberto Pacheco (hier te beluisteren met 'Sembrando Cafe') en Anibal Velasquez, de snelle accordeonduivel die we in juni nog konden bewonderen in het  Zuiderpershuis. Traditionale cumbia werd verrijkt met nieuwe invloeden en instrumenten, waarbij de accordeon alom aanwezig is (de link met vallenato). In een latere fase worden ook koperblazers zoals saxofoon, trombone en trompet binnengehaald. Porro verwijst naar het subgenre dat voornamelijk door brassbands gespeeld wordt.

En moet het gezegd dat al deze zonnige muziek zich het best laat smaken op de dansvloer? Een onmiskenbaar voordeel van het cumbiaritme is dat het weinig gemeen heeft met de heftige polyritmiek van latinstijlen zoals samba en salsa. Bijgevolg kunnen ook stijve harken zoals ondergetekende het erop wagen zonder zich belachelijk te maken!

The original sound of cumbia wordt verdeeld door Xango. Beluister hier een korte medley.


'The Original Sound of Cumbia' Medley by Soundway

Zin in meer cumbia en aanverwanten?
Soundway heeft nog mooie dingen in de aanbieding, zoals Curro Fuentes & The Big Band Cumbia and Descarga Sound of Colombia 1962 – 1972

Een kort portret van Will Quantic Holland kan je lezen bij Mixedworldmusic.

dinsdag 27 december 2011

2011: onze 11 concerttoppers!



We zijn verwend, want net als 2010 was ook 2011 alweer een concertjaar om duimen en vingers bij af te likken. Tussen de 40 zaalconcerten/zomerfestivals zaten nauwelijks afknappers of gemiste kansen. Beslist geen sinecure om hieruit een top 11 te distilleren! Ronduit schitterende concerten van Nena Venetsanou, Solon Lekkas, Anwar Abudragh, Zita Swoon Group, Duo Una Corda, Giorgios Xylouris en Ebo Taylor vielen uiteindelijk uit de boot. We eindigen met de volgende top 11.

01. Conjunto Angola 70 @ Zuiderpershuis (04/11)
02. Françoise Atlan & Orchestre Andalous  @ De Centrale (19/11)
03. Ghalia Benali @ Festival d’Art Huy (18/08)
04. Mdungu @ Theater Parkstad Heerlen (10/12)
05. Café Smyrne @ Art Base (04/02 + 05/02)
06. Wouter Vandenabeele, Emre Gültekin, Ertan Tekin & Joris Vanvinckenroye @ De Rataplan (16/12)
07. Cheikh Lô @ Zuiderpershuis (15/10)
08. Apsilies @ Zuiderpershuis (22/04)
09. El Sur @ Art Base (10/09)
10. Mansum Ibrahimov & Garabagh @ Zuiderpershuis (01/04)
11. Oquestrada @ Esperanzah (07/08)

Op naar 2012!


donderdag 22 december 2011

‘Reggelig mulatok’ (Don’t stop till the break of dawn) van Parno Graszt


In juni 2007 brachten we een week in Boedapest door. Toevallig kwamen we er terecht in de Godor Klub  waar op dat moment de eerste editie van het Athe Sam festival plaatsvond. We geloofden onze ogen en vooral oren niet, want hier passeerde een hele week lang de crème de la crème van de Hongaarse authentieke zigeunermuziek. Met authentiek bedoel ik dat deze muziek niets uitstaans heeft met de kleffe salonvariant zoals die in veel restaurants wordt opgevoerd. Hongaarse zigeunermuziek associëren de meeste mensen dadelijk met weemoedige violen en cimbalom. De meer volkse variant is een stuk minder bekend. Hiermee bedoel ik de Hongaarse zigeunermuziek in traditionele Olah-stijl, waarbij het instrumentarium eerder beperkt is. De stem vormt het middelpunt, enkel begeleid door eenvoudige percussie (o.a. potten, pannen en kruiken). De liedjes starten vaak traag en leiden via meerdere versnellingen naar een climax, waarbij voor hoogstandjes gezorgd wordt met behulp van vocale percussie (‘oral bass’). Dergelijke muziek hoorde ik een 15-tal jaren geleden voor het eerst in de pure vorm tijdens een concert van Ando Drom, waarbij een jonge Mitsou (ondertussen heel andere wegen ingeslagen met Mitsoura) in die tijd het mooie weer maakte. Van Boedapest hebben we niet veel gezien, wel tot diep in de nacht genoten van o.a. Etnorom, Khamoro  Szilvasi Gipsy Folk Band, Romano Drom en ‘last but not least’ Parno Graszt. Deze groep speelde ’s nachts, niet in de zaal maar in het bijhorende café, dat uit zijn voegen barstte bij hun opzwepende liedjes. Een onvergetelijke ervaring was dit hele Athe Sam festival, we zagen er zo goed als geen ‘niet-zigeuners’ en er hing een familiale sfeer. De piepjonge zigeunermeisjes die de hele tijd het podium opklommen om beurtelings hun geweldige dansjes op te voeren zijn ons natuurlijk ook bijgebleven. Een dergelijke dynamiek voel je nooit als deze groepen bij ons optreden.

We zijn al die boeiende bands de laatste jaren cd-gewijs vanzelfsprekend op de voet blijven volgen. Het geluid van Parno Graszt (‘wit paard’ in het Romani) vindt zijn wortels in de traditionele muziek van een zigeunerminderheid uit Noord-Oost Hongarije en de groep maakt daarbij gebruik van een lokaal Roma dialect. Hun instrumentarium bestaat uit akoestische gitaren, contrabas, tambura, accordeon, lepels, melkkannen en vocale improvisaties (‘oral bass’). Rávágok a zongorára (Hit the Piano) uit 2002 betekende als debuut meteen een schot in de roos. Het onweerstaanbare titelnummer is op zich al voldoende om dit album een klassieker in het genre te noemen. Hier is frisse, voornamelijk vocale ‘ruwe’ zigeunermuziek te horen. Wat Parno Graszt extra speciaal maakt is dat het bij deze groep om gewone dorpsmensen gaat die hun ding al generaties lang op dezelfde manier doen en hiermee als bij toeval op een podium terecht gekomen zijn. Voor Parno Graszt betekent authenticiteit gewoon zichzelf zijn. Simon Broughton (Songlines magazine) vatte het mooi samen nadat hij een weekend met hen doorbracht in hun dorp Paszab:

'They do not use sources of Gypsy music, they are the source itself.'

Ze hebben net een vierde album (inclusief dvd) uit. Veel evolutie is er niet te bespeuren in het repertoire, maar het belangrijkste is dat ze er bij alles wat ze doen in blijven slagen de vonk te laten overslaan en dat ze nooit gaan vervelen. We komen bij hen geen geschoolde muzikanten of topstemmen tegen, maar zangers en muzikanten die hun muziek met de paplepel meegekregen hebben en dat met een ongelooflijk energieke drive laten zien. Er bevinden zich op het album enkele opmerkelijke gastbijdragen van Kalman Balogh (cimbalom), Attila Jakab (viool) en Laszlo Horvath (taragot) die aan de songs waarop zij meespelen een extra cachet meegeven. Dit is vooral opmerkelijk in het superaanstekelijk swingende ‘Ussed Neki’ waar alle instrumenten spontaan samenkomen in een ratjetoe van stijlen. Net als op de vorige drie cd’s gaat Parno Graszt er tijdens het merendeel van de nummers flink dansbaar tegenaan. Bij teksten waarin met een knipoog dagdagelijkse problemen en moeilijke leefomstandigheden de revue passeren, fungeert de erbij horende opwekkende muziek wellicht als krachtige oppepper. Plezier en melancholie liggen in dit geval duidelijk dicht bij elkaar. De extra dvd bevat de documentaire 'Ramblers, Roamers, Vagabonds' van Sándor Silló, opgenomen n.a.v. een rondreis in Rajasthan (India), waar de groepsleden op zoek gingen naar hun roots door samen te spelen met lokale muzikanten.

Parno Graszt laat op dit vierde album opnieuw zien dat ze op gebied van opwindende zigeunermuziek onklopbaar zijn. Probeer ze zeker eens live te spotten, als je de kans krijgt!

Hieronder tonen we je filmpjes van ‘Rávágok a zongorára’, 'Muro Kiki' en 'Sáros a kocsim kereke'. Het derde filmpje werd opgenomen tijdens de laatste editie van het Athe Sam Festival in Boedapest, de broeierige ambiance is voelbaar.







De cd’s van Parno Graszt zijn o.a. on-line te koop via Passiondiscs.

Discografie
Rávágok a zongorára (2002) (Hit the Piano)
Jarom az utam (2004) (...In My World)
Ez a világ nekem való (2007) (This World Is Made for Me)
Reggelig Mulatok (2011) (Don't Stop Till The Break of Dawn)

Op Deezer kan je de eerste drie albums integraal beluisteren. En wat een mooie, speelse hoesjes!


Website Parno Graszt (enkel Hongaars)
Parno Graszt op Wikipedia
Parno Graszt op Myspace
Videokanaal van Parno Graszt op Youtube met o.a. filmpjes in het gezelschap van Tcha Limberger en opnames uit Rajasthan.

woensdag 21 december 2011

Femi Kuti @ De Roma (Antwerpen)

Foto: Deejay Baobab
Voor liefhebbers van stevige afrobeat uit Nigeria was De Roma (Borgerhout) op zaterdag 17 december ‘the place to be’. Niemand minder dan Femi Kuti trad er aan met zijn band  'The Positive Force’.

Als oudste zoon van de legendarische Fela Kuti is het niet moeilijk om zichzelf de schijnwerpers in te werken, maar het mes snijdt vanzelfsprekend langs twee kanten, vermits de verwachtingen tegelijk extra hoog gespannen zijn. Femi Kuti timmert al ca. 20 jaar aan de weg, waarbij hij met wisselend succes probeert om met een eigen geluid voor de dag te komen. Net als zijn vader gebruikt hij de muziek om een kritische boodschap te verspreiden. De gedrevenheid en sterke nummers op zijn eerste internationale cd 'Femi Kuti' (1995) en opvolger 'Shoki Shoki' (1998) maken de nodige indruk, maar de daaropvolgende albums kampen met bloedarmoede (weinig songs die blijven hangen) en vooral een te gladde productie. Met zijn laatste cd Africa for Africa laat Femi eind 2010 zien dat we hem zeker nog niet mogen afschrijven. De plaat staat vol heftig swingende nummers, waarbij hij ook tekstueel flink zijn tanden laat zien. Corrupte leiders, politieke incompetentie en arrogante rijke landgenoten moeten het ontgelden, terwijl hij tegelijk alle Afrikanen oproept om samen op te komen voor hun mooie continent. De sound leunt sterker dan vroeger aan bij het geluid van zijn vader, maar dan met veel kortere nummers, waardoor de teksten soms net iets te drammerig worden. Femi Kuti sleept met deze cd een nominatie in de wacht in de categorie 'World Music' bij The Grammy Awards 2012.

Misschien voelt Femi de hete adem van jongere broer Seun Kuti in zijn nek en doet hij daarom extra moeite om met minstens evenveel energie en kwaadheid op de proppen te komen? Seun Kuti profileert zich de laatste jaren immers nog meer als opvolger van zijn beroemde vader. Niet alleen maakt hij het mooie weer met opzwepende concerten - we waren enkele jaren geleden onder de indruk van zijn aantreden op Sfinks en Afro Latino - ook op zijn twee cd’s steekt hij zijn oudere broer wat mij betreft de loef af. We moeten er eerlijkheidshalve wel bij vermelden dat Seun hierbij veel te danken heeft aan het feit dat hij zich geflankeerd weet door ‘Egypt 80’, de vroegere begeleidingsband van zijn vader.

In de Roma mocht Deejay Baobab de boel eerst een uurtje opwarmen met een staaltje uit zijn rijke collectie Afrobeat. Hij had lekker dampende grooves voor ons in petto, waaronder verrassend sterke obscuriteiten.

Vervolgens verschenen de muzikanten van ‘The positive force’ op het podium, Femi Kuti himself vervoegde hen als laatste met het elan van doorwinterd entertainer. Truth don die had als opener last van teveel opgeblazen, georchestreerde show en te weinig grooves, het kwam langzaam op gang. Van de daaropvolgende nummers kunnen we zeggen dat ze sterke momenten hadden. Het probleem is alleen dat Femi soms teveel hooi op zijn vork neemt. Hij switcht de hele tijd tussen zingen, saxofoon spelen (wat hij overigens schitterend doet!) en plaats nemen achter de keyboards. Bij iedere wissel gaat er een stuk vaart verloren. Midden in het concert werd het tempo wel opgevoerd en leek het erop dat Femi en co eindelijk op dreef kwamen toen ze een resem ‘hits’ uit het laatste album op ons afvuurden, waaronder Dem Bobo, Africa for Africa, Nobody beg you en Can't buy me. Daarna zakte de pudding  in en verzandde het concert verder in bombast. De blazerssectie miste creativiteit, het totaalgeluid leed onder een afstompende 'wall of sound' (achter in de zaal zelfs een kakafonie). Ook de militante boodschappen, hoewel op zich goedbedoeld, werden ons herhaaldelijk en prekerig in de strot geduwd, waardoor ze op den duur niet enkel gingen vervelen maar ook hol overkwamen als een noodzakelijk 'part of the show'. Maar nu klink ik misschien te negatief, een deel van het publiek was wel enorm onder de indruk en ik moet toegeven dat ook wij dat voor een stuk waren… van de drie onvermoeibare backingzangeressen in klassieke afrobeat outfit, die meer dan twee uren onophoudelijk in beweging bleven. Kortom, Femi Kuti en zijn 'positive force' ontgoochelden muzikaal, maar dankzij de fijne sfeer (waarvoor de Roma meestal garant staat) mogen we toch van een geslaagde avond spreken. Na het concert maakte Deejay Baobab er nog een gezellig feestje van tot in de vroege uurtjes.Via deze link kan je een uurtje genieten van één van zijn geweldig stomende afrobeatmixen.

Dit optreden van Femi Kuti was een lichte afknapper omwille van teveel eenheidsworst en volksmennerij in combinatie met te weinig aanstekelijke groovemomenten. Een echt boeiende combinatie van muzikant en politiek activist is spijtig genoeg  weinigen gegeven.

Femi Kuti op Wikipedia
Femi Kuti op Myspace
Interview met Femi Kuti op Cobra.be

In het onderstaande filmpje zie je hoe het concert elders volledig identiek van start ging met 'Truth don die', mimiek inclusief +  de live uitvoering van ‘Nobody beg you'.



Foto: Deejay Baobab


zondag 18 december 2011

Wouter Vandenabeele, Emre Gültekin, Ertan Tekin & Joris Vanvinckenroye @ De Rataplan (Antwerpen)


Over het wondermooie album Chansons pour la fin d'un jour (Homerecords) schreven we in mei al deze blogpostWouter Vandenabeele bracht voor dit project enkele opmerkelijke muzikanten samen. Joris Vanvinckenroye (contrabas) was één van de bezielers van Troissoeur én oprichter van Aranis. Hij speelde bij Roby Lakatos, Björk, Olla Vogala en vele anderen. Emre Gültekin (saz , tanbur en zang) is een Turkse muzikant die in Brussel woont. Hij vormde met zijn broer en zijn beroemde vader Lüftü Gültekin het ensemble Gültekinler en werkte samen met o.a. Dadmehr (Iran), Malick Pathé Sow (Senegal) en  Goran Bregovic. Recent leverde hij een opmerkelijke bijdrage aan de nieuwe cd 'Luz de oro' van La Roza Enflorese (zie blogbespreking).  Ertan Tekin (duduk en mey)  woont in Turkije waar hij met zowat alle grote muzikanten uit de Turkse muziekwereld samenwerkte en op  honderden muziekopnames te horen is.

Op vrijdag 16 december trotseerden we het hondenweer en trokken  naar Borgerhout waar Wouter en co deze cd live kwamen voorstellen in de Rataplan. Ze bezorgden ons een intense luisterervaring!

Ertan Tekin toverde het hele concert de prachtigste melodieën uit zijn duduk, waarmee hij ons onderdompelde  in een bad vol onbestemde heimwee. Het was meteen raak met chanson triste en rêve d'une vie, muziek waarbij woorden overbodig zijn.  Wouter vertelde er even bij dat de titel ‘Chansons pour la fin d’un jour’ verwijst naar het moment na zonsondergang, net voordat het donker wordt en de erbij horende mijmering over de voorbije dag. Daarbij doet het er niet toe of we ons bevinden in het Waasland of in Oost-Turkije, maar de klanken van saz en tanbur brengen ons automatisch in Turkse sferen, zeker als Emre Gültekin er op zijn heel ingehouden manier bij gaat zingen met verstilde weemoed als resultaat. Naast kar yagdu gülümüze zong hij nog een tweede traditioneel lied uit Oost-Turkije dat niet op de cd staat, namelijk gece sarki.  Ook Joris Vanvinckenroye liet zich niet onbetuigd en serveerde de hele tijd subtiele accenten op zijn contrabas. Zijn intro bij chanson du peuple oublié  zorgde ook live voor pure schoonheid. En Wouter haalde bij dit alles constant de verrassendste klanken uit zijn viool. Uiteindelijk is het vooral het totaalgeluid dat deze schitterende muzikanten samen creëren waardoor het geheel  zo intrigerend en apart wordt. Een grappig moment ontstond tijdens chanson pour Badji. Dat stuk is opgedragen aan de hond van Michel (homerecords),  je zag die speelse Badji zo voor je. Donker zwalpend was dan weer chanson de quatre heures du matin, waarbij we ons iemand moeten voorstellen die, met wat teveel Orvals op, midden in de nacht naar huis strompelt. En dan vergeten we nog bijna de filmische melancholie van Azade, waarin een traditionele Koerdische melodie voorbijkomt en opnieuw een glansrol weggelegd is voor de duduk.  

Het wordt afgezaagd, maar we moeten alweer een hoogtepunt toevoegen aan ons lijstje concerten van 2011. Hieruit een top 10 distilleren zal geen sinecure zijn!

Op Youtube kan je een groot deel bekijken van het concert dat het viertal op 13 mei 2011 gaf in N9 Villa (Eeklo). Hieronder tonen we je ‘chanson triste’, ‘chanson du peuple oublié en ‘Kar yagdi gülümüze’.






maandag 12 december 2011

Mdungu @ Theater Parkstad (Heerlen)


De nieuwe cd Gambian Space Program van Mdungu is van wereldklasse. Dat kon je enkele weken geleden al lezen in deze blogpost.

Mdungu werd in 2003 opgericht door Thijs van Milligen (altsaxofoon). De negenkoppige band bestaat verder uit Job Chajes (baritonsaxofoon en medeoprichter van de Amsterdam Klezmer Band), David Beukers (tenorsaxofoon en zang), Frank Gones (gitaar), Michiel Bel (gitaar), Merijn van de Wijdeven (basgitaar), Benoît Martiny (drums), Ruben Montes (percussie) en Ebou Gaye Mada uit Gambia (percussie en zang).

Op 27 november werd Gambian Space Program officieel voorgesteld in De Melkweg (Amsterdam), gevolgd door een uitgebreide clubtournee door Nederland. Omdat er voorlopig geen concerten in België op het programma staan, opteerden we voor een tochtje naar Heerlen, waar het collectief op zaterdag 10 december neerstreek in Theater Parkstad. Een knusse, kleine schouwburg met comfortabele zeteltjes lijkt niet de meest geschikte locatie voor de stomende muziek van Mdungu, maar de heren lieten het  niet aan hun hart komen en trakteerden de ca. 120 toeschouwers op een concert vol stevig swingende toppers. Ongelooflijk hoe goed deze muzikanten op elkaar ingespeeld zijn en met wat een vanzelfsprekend gemak ze hun rijke unieke sound live neerzetten!  Mdungu beschikt niet alleen over een flink geoliede ritmesectie, ijzersterke blazers en magisch gitaarwerk om duimen en vingers bij af te likken!  Ook Ebou Gaye Mada treedt verrassend op de voorgrond met knappe zangpartijen in Senegambian stijl. De 11 nummers uit het schitterende nieuwe album passeerden de revue en ze klonken allemaal even aanstekelijk, o.a. dankzij een perfecte timing en opbouw. Mdungu laat zich niet in een hokje duwen. Mbalax, Reggae, Dub, Afrobeat, Psychedelica, Rap, Afropop, Latin, Jive, Jazzfusion, Gnawa: het  komt allemaal voorbij, zonder dat het ooit geforceerd aandoet, de puzzelstukjes vloeien naadloos in elkaar over.  En… ze hadden nog enkele plezante extra's in petto op het eind. Naast twee kanjers uit het debuutalbum ‘Afro What!?' genoten we van Wahnsin, een gloednieuwe, speelse song met een Merengue touch, voor de afwisseling gezongen door David Beukers.  Met hun meeslepende interpretatie van Armée Guinneene,  een oude klassieker van Bembeya Jazz, kregen ze de beentjes bij een deel van het publiek los.  Tijdens de welverdiende bisronde zorgde Confusion - voor de gelegenheid gelardeerd met een Nederlandse tekst - voor een laatste wervelende climax. Memorabel!

De Gambian Space Program Club Tour 2011/2012 wordt vervolgd op onderstaande data en locaties.

December 16: Ekko, Utrecht
December 17: Paradox, Tilburg
January 13: Paard van Troje, Den Haag
January 19: Doornroosje, Nijmegen
January 20: Hedon, Zwolle
January 21: Atak, Enschede
January 27: Victorie, Alkmaar
February 3: Simplon, Groningen
February 4: Het Bolwerk, Sneek
February 10: W2, Den Bosch

Bekijk Mdungu hieronder live met 'Planet Lagos', 'Wahnsin' en 'Armee Guinneene'






vrijdag 2 december 2011

‘Luz de Oro’ van La Roza enflorese


‘La Roza enflorese’ is niet alleen een bekend Sefardisch liedje, het is ook de naam van een Belgisch collectief dat zich toelegt op deze Joods-Spaanse gezangen en pas een vierde cd uit heeft met als titel Luz de Oro.

La Roza enflorese bestaat momenteel uit Edith Saint-Mard (zang), Bernard Mouton (blokfluiten en kromhoorn), Thomas Baeté (viola da gamba, vedel en zang), Philippe Malfeyt (vihuela en ud),  Emre Gültekin (baglamas, tanbur en zang), Anne Niepold (diatonisch accordeon) en Vincent Libert (allerlei percussie zoals udu, daf, riqq, darbouka, trammel, deff en bendir).

Op Luz de Oro brengen deze zeven muzikanten met hun gevarieerd instrumentarium een geslaagde ontmoeting tussen Oost en West tot stand. Een doordachte repertoirekeuze doet de rest. Zo brengt Emre Gültekin - die we vooral kennen dankzij het knappe album  Chansons pour la fin d'un jour van Wouter Vandenabeele - met zijn verschillende soorten baglamas Turkse klanken binnen in opener ‘Por la tu puerta yo pasi' en 'Una matika de ruda'. Tijdens het speelse ‘Koplas de purim’ neemt hij ook de zangpartij voor zijn rekening samen met Thomas Baeté.  ‘Yerushalayim de oro’ baadt dan weer helemaal in Middeleeuwse sferen dankzij het gebruik van blokfluit en vihuela. Luister hier naar een interpretatie door de betreurde Ofra Haza. Het bloedmooie ‘Una tarde de verano’ balanceert er fijntjes tussenin met kleine improvisaties op tanbur, blokfluit en diatonisch accordeon. Tijdens ‘Ir me kyero madre a Yerushalayim’ en ‘De edad de kinze anyos’ - hier gezongen door de jonge ladino 'diva' Yasmin Levy - reizen we naar de Oriënt. Met hun rijke arrangementen behoren ook deze nummers tot de absolute hoogtepunten. Maar eigenlijk vinden we  geen missers terug op dit album. In het bruiloftsliedje ‘A sinyora novia’ en ‘Buena semana’ (Goede Week) wordt het feestelijke karakter versterkt door een frisse ritmiek waarop de muzikanten zich welwillend laten meedrijven, terwijl de sobere, repetitieve begeleiding de intensiteit van 'Ay ke mueve mezes' extra kracht bijzet. Moet het nog gezegd dat de zangpartijen van Edith Saint-Mard overal ‘to the point’ zijn, met haar klassiek geschoolde stem voorziet zij al deze juweeltjes telkens van de juiste emoties. In het aftelrijmpje Ken supiense i entendiense mag Thomas Baeté nog even zijn stem laten horen. Op het album staan ook twee avontuurlijke, instrumentale stukken. Hier gaan de muzikanten nog een stapje verder in het aftasten van hun gezamenlijke grenzen. Met Fiestaremos, beter bekend als Hatikva (de nationale hymne van Israël) sluit de groep Luz de Oro in passende schoonheid af.

Beluister hier een aantal nummers uit ‘Luz de Oro’ en de vorige drie albums. De cd’s van La Roza enflorese zijn te koop via hun website, zie hier. Ik heb maar één filmpje gevonden op youtube. Bekijk hoe La Roza Enflorese het bruilofsliedje ‘Scalerica d’Oro’ interpreteert tijdens een concert in 2008 op het 'Festival de Musique Sacrée de Fès' (Marokko).



La Roza enflorese website
La Roza enflorese myspace