Startpagina1 111111111111 Zaalconcerten 111111111 Zomerfestivals 11111111111 Luistertips 11111111111 Concertagenda 1111 11111111111 E-mail



zondag 16 oktober 2011

Cheikh Lô @ Zuiderpershuis (Antwerpen)


De Senegalese artiest Cheikh Lô is een geval apart. Hij is niet alleen een ‘Baye Fall’ of volgeling van Cheikh Ibrahima Fall. Deze profeet zorgde voor een eigen ‘filosofie’ binnen de Senegalese islam, waarbij muzikaliteit en spiritualiteit heel belangrijk zijn. Aanhangers onderscheiden zich van de massa door hun kleurrijke kleding en dreadlocks, die in dit geval niets te maken hebben met reggae en de Rastabeweging. Meer info lees je hier. Cheikh Lô valt echter in eerste instantie op doordat hij een heel eigen plaats inneemt binnen het muzikale landschap van Senegal. Daar regeert immers al decennialang ruwe Mbalax. Dat unieke Senegalese muziekgenre palmde vanaf de jaren negentig de thuismarkt in onder impuls van superster Youssou n'Dour. Cheikh Lô roeit tegen deze stroom in. De mbalax klinkt onmiskenbaar door in zijn oeuvre, maar hij verrijkt het genre door er o.a. jazz, afrobeat, Congolese rumba en Afro-Cubaanse stijlen in te verwerken en transformeert op die manier het genre tot een aparte, persoonlijke stijl. Wellicht heeft Cheikh Lô zijn zin voor avontuur ontwikkeld dankzij zijn ervaring als gitarist/percussionist/drummer bij muzikanten van allerlei slag. Het was Youssou n’Dour himself die het eigenzinnige talent van Cheikh Lô in de jaren negentig een duwtje in de rug gaf en hem er eindelijk toe aanzette een solo album op te nemen. Het resultaat was Né la thiass (1996), een verbluffend debuut waarmee Cheikh Lô de wereldmuziekmarkt veroverde. In die periode zagen we hem live op ‘Open Tropen’ zaliger. Een tegenvallend optreden, Cheikh Lô maakte om het zacht uit te drukken een wat slaperige, verdoofde indruk. Ceedeegewijs bleven we gelukkig niet op onze honger zitten. Bambay Gueej (1999) en Lamp Falll (2005) staan opnieuw vol sterke nummers en bevestigen Lô’s zin voor avontuur. Op ‘Lamp fall’ legt hij bijvoorbeeld de link met Braziliaanse stijlen. In 2007 trad hij aan op het Afrikafestival in Hertme. Daar zagen we een vermoeide artiest. Wegens een verlate vlucht arriveerde hij op het nippertje en moest holderdebolder het podium op. De omstandigheden in acht genomen werd het toch een mooi concert. In 2010 verscheen Jamm, misschien wel Lô’s beste cd tot nu toe, vooral omdat de arrangementen zo subtiel en ‘back to basics’ overkomen.

Op zaterdag 15 oktober trad Cheikh Lô op in het Zuiderpershuis. We keken ernaar uit om hem eindelijk eens in optimale conditie bezig te zien. En we werden niet ontgoocheld! Dit was weeral een topconcert dat we aan het lijstje van een rijk gezegend 2011 mogen toevoegen.Om te beginnen had Cheikh Lô een stevige groep bij en hield hij het bij semi-acoustische instrumenten, op zich al een verademing want hoe vaak krijg je de kans om te genieten van mbalax zonder gladde keyboards? Op het podium ontwaarden we zijn zoon Samba N’Dokh (percussie), Ndiaye Badou (drums), Washington ‘Pito’ Rosas (bas), Wilfried Zinsou (trombone en saxofoon) en Cheikh Tidiane Tall (gitaar). De laatste is ook een beroemdheid in Senegal , vooral dankzij zijn samenwerking met Idrissa Diop.

Voor de pauze krijgen we zes nummers voorgeschoteld. De band vliegt er onmiddellijk in met stevige mbalax, gevolgd door een lang uitgesponnen, jazzy afrobeatnummer, inclusief onverwacht hitsige danspartij van Lô. We herkennen vervolgens Il n'est jamais trop tard, een nostalgisch nummer in ouderwetse Congolese rumbastijl. Dit is geen eigen compositie maar een bewerking van Doni Doni (Bembeya Jazz National). Guiss Guiss en M'Beddemi baden in de Afro-Cubaanse sfeer zoals we die van landgenoten Orchestra Baobab gewend zijn, met een glansrol voor de gitaar en sax. Maar de overweldigende percussie en vooral de talking drum zorgen ervoor dat de mbalax er altijd blijft doorschemeren. Deze songs werden naar mijn smaak alleen net iets te lang uitgerokken. Een mooi, ingetogen kabbelend Sou rondt de eerste set af. Ook dit nummer komt uit het repertoire van Bembeya Jazz National (zie hier)

Na de pauze wordt het nog beter. We komen langzaam op temperatuur met de softe mbalax van Jamm. Daarna gaat de (afgeladen) zaal uit de bol tijdens het hypnotisch swingende Dieuf Dieul, in een maxiversie, maar deze keer eentje waar ik maar geen genoeg van kan krijgen. Dat geldt ook voor Bourama, jazzy afrobeat à la Tony Allen, met Cheikh Lô achter het drumstel. Sankara wordt opgedragen aan Thomas Sankara, president van Burkina Faso tussen 1983 en 1987 en o.a. befaamd voor zijn sobere levensstijl. Een kort rustpunt. Daarna keren we drie nummers lang in aangename retrosfeer terug richting Cuba: Warico (een bewerking van een nummer uit 1978 van  Amadou Balaké uit Burkina Faso), Seyni (met een Lô die in het Spaans zingt, waarbij zijn warme timbre helemaal doet denken aan dat van een ‘oude Cubaan’) en Ne Parti Pas (naar Moya van Doh Albert).  Op het eind wordt het tempo nog even flink omhooggedreven tijdens Doxandeme, één van Lô’s eerste hits. Op en top vintage mbalax! Dat geldt ook voor Cheikh Ibra Fall, waarmee Cheikh Lô de bisronde invult. Een eerbetoon aan de gelijknamige profeet dat kan tellen. Een laatste sensuele danspartij krijgen we er als ultieme climax bovenop en dan valt het doek. Memorabel!









Cheikh Lô op myspace
Cheikh Lô op Wikipedia

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen