Startpagina1 111111111111 Zaalconcerten 111111111 Zomerfestivals 11111111111 CD-tips 11111111111 Concertagenda 1111 11111111111 E-mail

maandag 30 januari 2012

Badume’s Band & Selamnesh Zemene @ Toukoul (Brussel)


Het afgelopen weekend stond voor ons volledig in het teken van Ethiopië. Na een dubbelconcert op vrijdag in het Zuiderpershuis (zie verslag) trokken we op zaterdag 28 januari naar Brussel voor Badume's Band. Dat blijft onze favoriete Ethiopische groep (al gaat het om Fransen) en op hun nieuwe album Ale Gena - Ethiopia met de Ethiopische zangeres Selamnesh Zemene verkeren ze in topvorm. We vernamen bij toeval dat ze voor een concert zouden afzakken naar Brussel en wilden deze kans absoluut niet laten liggen. Dat het geen doordeweeks optreden zou worden wisten we, met als ‘place to be’ het spiksplinternieuwe Ethiopische restaurant Toukoul. Daar werd iedereen vanaf 18:00 uur verwelkomd op de officiële openingsavond. We arriveerden tijdig, maar er heerste toch al een gezellige drukte. Een receptie inclusief fijne Ethiopische hapjes werd ons deel, o.a heerlijke Injera, een soort zure pannekoekjes, gevuld met pittige lekkernijen. Omstreeks 19:30 uur mocht Yokaï de boel opwarmen met instrumentale ethiojazz. Knap en avontuurlijk, maar moeilijk om door al het feestgedruis heen de nodige aandacht te trekken. We genoten verder van de gezellige ambiance en een cocktail ‘Ethiopiques’. Om 21:30 uur werd het lange wachten eindelijk beloond, de heren van Badume's Band stoomden zich klaar door middel van enkele instrumentale nummers. Toen ook Selamnesh Zemene en danseres Zenash Tsegaye zich bij het gezelschap voegden kregen we de ene klepper na de andere voorgeschoteld. In het begin stelden we nog wat kleine onvolkomenheden vast aan de sound - Selamnesh kwam er met haar stem onvoldoende bovenuit tijdens 'Mela Mela' en 'Korahu' - maar daarna kon de party twee uur lang niet meer stuk. Het geroezemoes namen we gemakshalve een keertje voor lief, het gros van de gasten was hier in eerste instantie verzeild geraakt voor een plezant avondje uit. De nummers uit Ale Gena - Ethiopia kwamen bijna allemaal langs, maar de groep had nog meer moois voor ons in de aanbieding. Op een bloedmooi gezongen ‘Sabiyé’ na, zaten er geen rustige nummers in de set, die waren in deze broeierige sfeer toch hoogst waarschijnlijk de mist ingegaan. Wel kreeg Zenash de gelegenheid om haar behendigheden extra in de verf te zetten tijdens ‘Gumiz‘ en ging het met ‘Bale Goba’ - een traditioneel liedje dat we kennen dankzij Minyeshu - even de theatrale toer op. De heftigste respons oogstte het gezelschap met Sentun ayehu bante en Ketew Abew, meteen ook de meest catchy, swingende nummers uit het album. Het restaurant ging compleet uit zijn dak, er werd zelfs gedanst op de toog! Na afloop mocht een DJ het feestje nog enkele uurtjes verderzetten, maar wij zochten rustiger oorden op om te bekomen van alweer een geslaagde avond. Een voltreffer!




http://www.myspace.com/badumesband

zondag 29 januari 2012

Eténèsh Wassié & Mathieu Sourrisseau + Ukandanz & Asnaké Guèbrèyès @ Zuiderpershuis (Antwerpen)

Op vrijdag 27 januari zakten we af naar het Zuiderpershuis voor een dubbelconcert onder de noemer ‘Ethiopiques revisited’.


Het uurtje voor de pauze was gereserveerd voor Eténèsh Wassié, een Ethiopische zangeres die in 2009 op dezelfde locatie voor een intrigerend concert zorgde met de Franse experimentele jazzgroep Le Tigre des platanes (zie blogverslag).

Deze keer werd Eténèsh Wassié enkel vergezeld door Mathieu Sourisseau (basgitaar). In Opener Tezeta klonk de stem van Eténèsh hartverscheurend in al zijn kaalheid. De bevreemdende, nu eens ingehouden, dan heftige basklanken in coldwave stijl lijken hier haaks op te staan, maar werken na een tijdje bedwelmend, als je de moeite doet om je erin te laten onderdompelen. Zeker tijdens Ambassel en Burtukan - over een sinaasappel die smaakt als een citroen omwille van een verloren liefde - doet de combinatie het wonderwel. De traditionele Ethiopische ballades verliezen geen greintje aan spankracht en intensiteit, integendeel! In al hun verschillen voelen beide muzikanten elkaar prima aan en dat Mathieu Sourrisseau af en toe een tandenborstel nodig heeft om het juiste geluid uit zijn bas te toveren, doet daar niets aan af. Het gegrom in Ende Matew Style ging mij iets te ver, dit leek wel geïnspireerd door Diamanda Galas. Ook tijdens Zeraf (oorlog) trok Mathieu Sourrisseau alle registers open, met avant-garde effecten die de verwoesting en het leed letterlijk leken uit te beelden. Een constante in dit alles bleef de expressieve stem van Eténèsh. Na al deze ernst koos het duo als afsluiter voor Gonder c'est bon, een speels en swingend deuntje.

Eténèsh Wassié & Mathieu Sourrisseau, het is op zijn zachts gezegd een merkwaardig muzikaal koppel! Hun cd Belo Belo is digitaal beschikbaar via Mondomix.


Na de pauze maakten we kennis met Ukandanz, een losgeslagen Frans kwartet, dat een mokerslag van een entree maakte met onvervalste, superenergieke ethiogroove, inclusief de obligate vette saxpartij. Ook toen hun Ethiopische zanger Asnaké Guèbrèyès op het podium verscheen en met verbluffende stem en uitstraling een bekende hit van Mahmoud Ahmed naar zich toetrok, bleven we in de waan dat we hier met een nieuwe topgroep te doen hadden. Spijtig dat de betovering daarna ruw verbroken werd. Het traditionele Bati kon met losgeslagen ecclectische punkjazz nog enigszins bekoren, maar vanaf dan ging het snel bergaf en verzandde het optreden in een rommelige geluidsmuur met ruig en hoekig gitaarwerk, inspiratieloze saxpartijen en vooral een algemeen gebrek aan raffinement en swingende grooves. Opgeblazen bombast! De zanger moest zich noodgedwongen bedienen van schreeuwerige poses – zeg maar overacting volgens hardrock idioom - om in dat geweld overeind te kunnen blijven. Als overmaat van ramp schotelden ze ons een desastreuze versie voor van Addis Abeba Bete, de grootste hit van Alemayehu Esheté, waar alle dynamiek uit weggegomd leek. Enkel op het eind kwam er heel even terug was souplesse in.

Ukandanz, geen hoogvlieger, maar met Asnaké Guèbrèyès beschikken ze wel over een spectaculaire zanger.





donderdag 26 januari 2012

‘Aigabani’ van Kalaban Coura


De groepsnaam verwijst naar een gelijknamige wijk in Bamako, de hoofdstad van Mali. De Belgische gitarist Quentin Dujardin kwam er enkele jaren geleden in contact met Kalil Sidy Haïdara, een gitarist die in zijn stijl de traditionele Malinese muziektraditie en dan vooral de speltechniek van de n'goni stevig laat doorklinken. Dagenlange jamsessies op straat deden het idee rijpen om samen een album op te nemen. Quentin vroeg aan Jalal El Allouli, een Marrokaanse violist met wie hij al eerder samenwerkte, om de nieuwe groep te vervoegen. Aigabani verscheen eind vorig jaar bij Aguamusic.

Quentin Dujardin is hiermee niet aan zijn proefstuk toe. Hij heeft er een klassieke gitaaropleiding opzitten en geraakte daarna vooral verzeild in de jazzwereld. Zijn open blik deed hem snakken naar nieuwe kruisbestuivingen, waarvoor hij o.a. afreisde naar Marokko, Madagascar en Paraguay. Mali is voorlopig de laatste halte en ik hoop dat hij daar nog even blijft hangen, want Aigabani  is wat mij betreft een flink schot in de roos. De muzikale ontmoeting tussen deze drie schitterende muzikanten zorgt wel degelijk voor vuurwerk. Ze komen met een hoop aanstekelijke riffs aanzetten, waar repetitieve melodieën uit voortvloeien, die in al hun eenvoud een hypnotische uitwerking hebben op ondergetekende. Herkenbaar Malinees, maar met spannende kleine details die het toch een onmiskenbare eigenheid meegeven. Vooral de eerste vijf nummers beschikken over een vanzelfsprekende gedrevenheid en naïviteit die doet denken aan de eerste opnames van Amadou & Mariam. Net als bij dat beroemde duo zijn ook hier compositie en tekst rudimentair, maar gaat de kracht voornamelijk uit van een fijne ritmegevoel en spontaan spelplezier. Luister bijvoorbeeld naar Kalaban Coura in onderstaande clip. Op de tweede helft van de cd nemen de muzikanten een beetje gas terug met rustiger voortkabbelende nummers zoals 'Aigabani' en enkele instrumentale stukken, waarvan Bill uit de band springt als onvervalste American blues. Bijna aan het eind verrassen ze ons met het avontuurlijke Décentralisation, meteen het allerbeste nummer van de plaat.

Je voelt dat de drie muzikanten (en enkele gasten) echt hun ziel gelegd hebben in dit meeslepende schijfje. De glasheldere productie door de bekende Amerikaanse producer Lee Townsend zorgt daarbij voor de finishing touch.

Op zaterdag 26 mei kan je Kalaban Coura live bewonderen in De Rataplan (Antwerpen). We zijn benieuwd!  Bekijk hier een interview met enkele live fragmenten.



Meer info
www.kalabancoura.com
myspace.com/kalabankoura
www.quentindujardin.be

woensdag 25 januari 2012

Balkan Express @ Art Base (Brussel)


Op zaterdag 21 januari waren we opnieuw van de partij bij Art Base voor een optreden van Balkan Express. In dat trio herkennen we Theodoros Mermigkas (zang en gitaar) en Dimos Vougioukas (accordeon), die vorig jaar een overweldigende indruk nalieten met Café Smyrne. We waren zelfs zodanig ondersteboven van hun eerste concert, dat we besloten een dag later terug te keren om ze nog een keertje aan het werk te zien. Het volgende schreef ik hierover op deze blog:

Wat is er zo goed aan Café Smyrne?
Eigenlijk alles! We genoten van de mooi uitgebalanceerde, gevarieerde repertoirekeuze in combinatie met heel straffe interpretaties. Theodoros Mermigkas is een ongelooflijk sterke zanger die een krachtige stem combineert met zowel heftige emoties als ingehouden subtiliteit. Bij momenten leek hier een jonge Dalares aan het werk! Dimos Vougioukas is werkelijk een meester op de accordeon. Dankzij hem sluipen er invloeden van Roemeense zigeunermuziek en andere Balkanstijlen (vb. Sevdah uit Bosnië) binnen in de sound en daarmee zorgt hij beslist voor een originele meerwaarde.’

Café Smyrne deed het tijdperk van Café Aman herleven met sprankelende rebetiko (Smyrna stijl) en Aman improvisaties. Met Balkan Express verkennen Theodoros Mermigkas en Dimos Vougioukas andere horizonten. Onder de noemer ‘The far east of Europe’ gaat de muzikale reis deze keer vooral richting Bulgarije, Roemenië en Albanië. Ioannis Karamaniolas (contrabas) is er niet meer bij. Het trio wordt vervolledigd door Stavros Kouskouridas (klarinet), die samen met Dimos Vougioukas ook actief is bij Balk-Art. Bij aanvang van het concert krijgen we meteen in de gaten dat dit iets totaal anders wordt. Stavros Kouskouridas drukt met zijn klarinet een dominante stempel op de totaalsound tijdens de twee instrumentale nummers waarmee het concert van start gaat. We snakken vol ongeduld naar het hemelse stemgeluid van Theodore Mermigkas en worden even beloond met een kippenvelmoment tijdens Paraponiara. We hadden al in de wandelgangen opgevangen dat het trio een gastzangeres zou meebrengen. De naam Aspasia Stratigou zei ons op voorhand niet veel, maar door even te googelen kwamen we er snel achter dat zij niet aan haar proefstuk toe is. Ze deelde het podium met een hele resem grote namen uit de Griekse muziekwereld, zoals Giorgos Dalaras (zie filmpje). We gingen ervan uit dat deze Aspasia slechts enkele liedjes zou (mee)zingen. Mis gedacht, de zangeres vervoegt het trio vanaf het vijfde nummer en zal vervolgens het hele verdere concert ongeveer alle vocalen voor haar rekening nemen. Met haar stem is op zich niets mis, ze zingt heel mooi, maar het vuur dat we ervaren tijdens de zangpartijen van Theodore Mermigkas missen we bij haar volledig. Met de korte Aman improvisatie waaraan ze zich waagt tijdens Magkiko gaat ze zelfs even de mist in. Dit pakt ons duidelijk niet! Met Epeiros (hier te horen in de versie van Balk-Art) mag Stavros nog maar eens een huzarenstukje leveren op zijn klarinet. Kort voor de pauze krijgen we voor de afwisseling enkele swingende rebetikonummers voorgeschoteld waarin accordeon en gitaar meer ruimte krijgen, dat lukt enkel omdat de klarinet hier even wat gas terugneemt. Het tweede deel van het concert is in het geheel genomen een stuk sterker en beter uitgebalanceerd. Een mooi voorbeeld vormt Ti 'thela ke s' ayapousa waarin een tegendraadse Bulgaarse ritmiek fijn gecombineerd wordt met Aspasia’s Griekse vocalen en accordeon en klarinet samen een frisse dynamiek creëren. Toch blijven de schaarse momenten waarop Theodore Mermigkas van zich laat horen in hun intensiteit boven al de rest uit steken, zoals tijdens Tora Ta Poulia en Poulaki Xeno. Ik vergeet  bijna te vermelden dat er nog een extra gast van de partij was, namelijk Nicolas Hauzeur, de straffe violist die we o.a. kennen van Zongora, zie cd-bespreking. Zijn vioolspel zorgt tussendoor voor enkele fijne accenten. Net als vorig jaar bij Café Smyrne wordt afgesloten met prijsbeest Manes Kalinichtias. Hiermee slaat theodore niet alleen ons maar, naar ik vermoed, het grootste deel van de aanwezigen met verstomming!

Hoewel dit alles bij elkaar beslist een concert van buitengewoon hoge kwaliteit was, voelden we ons na afloop toch een klein beetje ontgoocheld. Langs de ene kant waren de verwachtingen wellicht te hoog gespannen maar we zijn er vooral zeker van dat er meer ingezeten had als Aspasia Stratigou (met alle respect voor haar verdiensten!) zich in het kader van dit concert tevreden had gesteld met een gastrol.

Hieronder presenteren we je een filmpje waarin Theodore Mermigkas (in een rumoerig restaurant!) begeleid wordt door Kyriakos Gouventas, de violist die we ook al zagen schitteren bij Art Base tijdens de concerten van Solon Lekkas. De klankkwaliteit is spijtig genoeg niet optimaal. Aansluitend volgt een filmpje met Dimos Vougioukas (accordeon) en Stavros Kouskouridas (klarinet) plus één van de vele youtubefilmpjes waarin Aspasia Stratigou te bewonderen is.





zondag 22 januari 2012

Nara Noïan @ Art Base (Brussel)


Op vrijdag 20 januari trad Nara Noïan op in een uitverkocht Art Base. De Armeense zangeres/pianiste bracht in 2011 haar vierde album uit. ‘Oriental Express’ (zie bespreking) is een ingetogen, persoonlijke plaat, waarop Nara met haar muziek ‘talen en culturen uit Oost en West met elkaar wil verbinden in vrede, uitwisseling en liefde’. Zo formuleerde ze het zelf ook bij aanvang van het concert. Net als op de cd koos Nara ervoor om het sober te houden. Vardan Hovanissian (duduk, shvi & klarinet) en Tigran Ter Stepanian (gitaar) stonden in voor de begeleiding. De nummers uit ‘Oriental Express’ passeerden vooral tijdens het eerste deel. Er werd geopend met Karama, melancholie die ook zonder Ghalia Benali overeind blijft. Daarna volgden o.a. Ouch é, Sokhak en Belle est la vie. Terwijl op cd de piano centraal staat, was er live plaats voor extra inkleuringen door duduk en gitaar of werd de pianopartij gewoon weggelaten. Geen enkel nummer werd klakkeloos nagespeeld, wat op zich al een grote verdienste is. Halfweg het optreden werd de focus verlegd naar oudere liedjes, vooral uit het album ‘Cristal’ (2008), zoals Bouïr en de 'hit' Les ames immortelles. Tor sirem werd geschreven door Nara’s moeder, de actrice/muzikante Janna Blbulyan. Op het eind kwam er nog meer pit in, er werd zelfs even gedanst en meegezongen met ‘Hover’, 'Chaloun’ en ‘Jan Iman’, aanstekelijk swingende deuntjes uit hetzelfde ‘Cristal’.

De muzikanten speelden het hele concert op hoog niveau en vooral met de nodige gedrevenheid. Nara zingt aardig, speelt fantastisch piano en beschikt vooral over een innemende podiumprésence. Ze navigeert daarbij spontaan tussen breekbaar, intens en speels. Vanzelfsprekend was er plaats voor een bisnummer, dat werd ‘par’, alweer een selectie uit ‘Cristal’. Wij en de rest van het overwegend Armeens publiek hadden er een gezellige avond opzitten in familiale sfeer.

Op 9 december 2011 trad Nara Noïan met dezelfde bezetting op in Parijs. Hieronder tonen we je enkele filmpjes van dat concert.







Meer info
http://www.nara-noian.com
Nara Noïan op Wikipedia
Foto: Juan-Jose Delhom Fuertes (Parijs)

vrijdag 13 januari 2012

'Ale Gena - Ethiopia' van Badume's Band & Selamnesh Zemene


Badume's Band is een Franse groep uit Bretagne die diepe indruk op ons maakte door een aantal verrukkelijke concerten met de Ethiopische iconen Alemayehu Eshete en Mahmoud Ahmed (zie verslag van hun passage in het  Zuiderpershuis op 29 mei 2010).

Aanvankelijk hielden deze muzikanten zich met jazz bezig, maar alsmaar meer zijn ze zich gaan toeleggen op het terug tot leven brengen van Ethiopische klassiekers uit de gouden jaren zestig en zeventig. De sound van Swinging Addis is immers uniek en ongeëvenaard, met invloeden van jazz, twist, soul & rhythm & blues. Vette saxofoons maken de dienst uit, evenals echo's van Glenn Miller en James Brown, maar door de typisch Ethiopische ritmes en melodielijnen (in pentatonische schaal) blijft het allemaal onmiskenbaar herkenbaar als typisch Ethiopisch. De ongemeen boeiende reeks Ethiopiques van Francis Falceto documenteert deze jaren op voorbeeldige wijze.

Tijdens een tournee in Ethiopië maakten de leden van Badume's Band kennis met de zangeres Selamnesh Zemene, één van de rijzende sterren binnen de muziekscene van Addis Abeba. Zij behoort tot de Azmari, een nomadische gemeenschap uit de Gondar regio, 750 km van de hoofdstad.

Ale Gena - Ethiopia, de cd die ze samen maakten, mogen we alvast een voltreffer noemen. We krijgen vooral veel vintage ethiogroove met een flinke jazz touch te horen, een terugkeer naar de tijd toen er nog met echte orkesten gewerkt werd. Inventief gearrangeerde standards uit de seventies en traditionals, maar ook moderne stukken waar Selamnesh een krachtige Azmari stempel op drukt met haar doorleefde vocalen. Op youtube circuleren videoclips van haar, bedoeld voor de Ethiopische cassettemarkt. Daarop wordt haar stem met irritante effectjes bewerkt en ingekapseld in goedkope arrangementen met synthgeluidjes en nepblazers. Ale Gena en Ketew Abew zijn hiervan twee voorbeelden. Dankzij de herwerkte versies komen die twee onweerstaanbare deunen nu optimaal tot hun recht. Andere sterkmakers zijn Tezeta Duga Aggayu of het instrumentale Antchi Bizu. Maar de pittige opener Korahu beklijft het sterkst. Mela Mela drijft op een bluesy ritme en heeft door de jengelende gitaren en repetitieve vraag en antwoord zangpartijen wat weg van woestijnblues. Tijdens het wondermooie Sabiyé en het lekker weg swingende Sentun Ayehu Bante valt ineens op hoezeer Selamnesh Zemene’s stemtimbre verwant is met dat van woestijndiva’s zoals Malouma (Mauretanië) of Mariem Hassan (Westelijke Sahara). Een combinatie van power, emotie en verfijnde wendbaarheid om U tegen te zeggen. Als extra pluspunt kunnen we nog toevoegen dat Ale Gena - Ethiopia doordrenkt werd met een stevige live 'feel', je voelt de energie letterlijk binnenstromen!

Na het beluisteren van dit schijfje kijken we nóg meer uit naar het concert dat Badume's Band & Selamnesh Zemene op zaterdag 28 januari voor ons in petto hebben in het nieuwe Ethiopische restaurant Toukoul (Brussel ). De info hierover zou heel binnenkort beschikbaar moeten zijn op www.toukoul.be.

Beluister een aantal nummers op de Myspace van Badume's Band. Ale Gena - Ethiopia wordt uitgegeven door het Bretoense label Innacor. In onderstaande filmpjes zien we Selamnesh & Badume’s Band live bezig met o.a. 'Sentun Ayehu Bante', 'Mela Mela' en 'Ketew Abew'.





Foto: Eric Legret
Foto: Eric Legret

maandag 9 januari 2012

'Focu d'amore' van Canzoniere Grecanico Salentino


Dankzij het fantastische collectief Officina Zoe maakten we in 2009 kennis met de Pizzica Salentina - zie verslag concerten Flagey (2009) en Zuiderpershuis (2010). Pizzica geldt als de oudste en opzwependste variant van de Tarantella. De dans maakt deel uit van een eeuwenoud genezingsritueel van arme plattelandsmensen en arbeiders uit het Zuid-Italiaanse Salento. Het is de bedoeling dat het ritme leidt tot een soort van spirituele trance, waarbij de vrouw symbolisch in een spin verandert. Vandaag staat Pizzica eerder symbool voor de muzikale identiteit van Salento.

Op zoek naar meer van dit fraais ontdekten we nog een aantal ensembles, waarvan Canzoniere Grecanico Salentino er meteen uitsprong. Deze groep werd in 1975 opgericht door gitarist / mandolinespeler Daniele Durante en geldt als pionier voor de revival van de pizzica. Ze brachten een 15-tal interessante albums uit, waarop de oude volksmuziek niet zomaar herkauwd wordt. Ze schotelen ons namelijk levendige fusies met moderne genres voor, zonder in te boeten aan authenticiteit.

In 2007 droeg Daniele de fakkel over aan zijn zoon. Mauro Durante maakte al een tijdje deel uit van de groep als violist en percussionist (tamboerijn). Hij helpt jaarlijks mee aan de organisatie van La Notte della Taranta, één van de grootste Europese (wereld)muziekfestivals. De basis van de verjongde groep bestaat verder uit Luca Tarantino (gitaar en bas), Maria Mazzotta (zang en tamboerijn), Antonello Cavalla (cello), Giulio Bianco (fluit, harmonica en doedelzak), Massimiliano Morabito (diatonische accordeon) en Dario Congedo (drums). Het geslaagde resultaat van die generatiewissel kunnen we nu horen op de nieuwe cd Focu d'amore (liefdesvuur). Dit album betekent een nieuwe start voor Canzoniere Grecanico Salentino, maar biedt tegelijkertijd een soort bloemlezing van de veelzijdigheid waarvoor de groep nu al 36 jaar staat. Enkele nummers figureerden ook op eerdere albums, maar we mogen zeker niet spreken van een klakkeloze herhalingsoefening. Het album straalt daarentegen uit dat we hier te maken hebben met het debuut van een jonge, enthousiaste bende, wat in zekere zin natuurlijk ook zo is.

Opener Beddhu Stanotte is meteen raak. Opzwepende pizzica, sterk gedreven door Mauro Durante’s snelle, trancy vioolspel en de okselfrisse vocalen van Maria Mazzotta. Tijdens het wiegeliedje ‘Nenia Grika’ komen we eventjes tot rust, waarna de klepper Dumenica Matina ons volledig murw slaat. Echt een verslavende pizzica om eindeloos opnieuw te draaien! Met de feestelijke schlagerachtige deun ‘Tuppe Tuppe’ transformeert de groep tot een soort dorpsbrassband terwijl het vrolijke volksliedje Zumpa Ninella  over een vlot meezing refreintje beschikt. In het uiterst knappe ‘Cogli la Rosa’ wordt een Middeleeuws aandoende melodie gekruid met avontuurlijke jazzy accenten en La Furesta is een fijn gearrangeerde, breekbare ballad. Maar het blijft toch de onvervalste pizzica die van dit schijfje een topper maakt. Nu eens in de intense, ruwe variant met obsessieve, door tamboerijnen voortgestuwde zangpartijen,  zoals in 'Nu pizzecu e pizzicarella’ en Ronda. Pizzica Caddhipulina klinkt moderner, de subtiele opbouw en ingetogen zang van Mauro maken deze pizzica extra spannend en mysterieus. Dat geldt ook voor de verhalende, snelle ballade Canzune alla Ruvescia.

Wat een fris en energiek album om het nieuwe jaar mee in te zetten! Als ze nu nog even zouden willen komen toeren in de Benelux…

Focu d'amore is een uitgave van Ponderosa. Beluister fragmenten op de website en myspace van 'Canzoniere Grecanico Salentino'. De discografie vind je hier. Lees een interview met Mauro Durante op Rootsworld.







woensdag 4 januari 2012

Concerttips januari/februari 2012


Welke concerten mag je de volgende maanden zeker niet missen? Hierbij enkele persoonlijke tips!

Tijdens het Festival d'Art in Hoei (augustus 2011) maakten we kennis met de fantastische Tom Cohen en zijn fonkelnieuwe Med Orchestra (zie verslag). Ze stonden er in voor een verrassend sterke begeleiding tijdens het ‘carte blanche’ concert van de Tunesische zangeres Ghalia Benali. Tom Cohen is een 28-jarige muzikant-componist-arrangeur-bandleider die zijn Westers-klassieke academische achtergrond combineert met een speciale feeling voor de muziek uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Daarnaast wordt hij beschouwd als één van de meest fascinerende mandoline artiesten ter wereld. Op 10 februari doen deze Tom Cohen en zijn Brussels Med Orchestra onder de noemer 'Desert Groove' De Centrale in Gent aan, samen met enkele opmerkelijke gasten. Verwacht je aan een brede waaier van genres, van Marokkaanse, Algerijnse en Egyptische muziek tot Flamenco, Latino en Frans Chanson. Kortom, zowat alle muziekgenres afkomstig uit de regio van de Middellandse Zee komen aan bod. De naam van het ensemble spreekt voor zich: lees MED - denk, voel en hoor MEDiterranean. Een absoluut niet te missen evenement! (Info en tickets)

We kijken ook uit naar het onwaarschijnlijk straffe programma dat Art Base (Brussel) dit voorjaar voor ons op stapel heeft staan.  Op 20 januari is de Armeense Nara Noïan er te gast. Zij bracht in 2011 met ‘Oriental express‘ een knap nieuw album uit (zie bespreking). Daarnaast haalt Frans De Clercq alweer een aantal Griekse toppers in huis. Op 21 en 22 januari passeert het trio Balkan Express. Daarin herkennen we Theodoros Mermigkas en Dimis Vougioukas, die vorig jaar met Café Smyrne een overweldigende indruk nalieten. Art Base heeft nog meer Griekse snoepjes in de aanbieding, zoals Theodora Athanasiou (3 en 4 februari). De naam zegt je misschien (nog) niet veel, het gaat hier om de zangeres van Apsilies, die ons in april 2011 met haar hemelse stem betoverde tijdens hun optreden in het Zuiderpershuis.

In het CC Leopoldsburg (24 januari) en De Roma (25 januari) brengen drie jonge fadotalenten hulde aan Amalia Rodrigues en andere iconen tijdens ‘Com que voz’, een voorstelling die ons al eens kon bekoren in december 2009.

Het Ethiopisch dubbelconcert dat het Zuiderpershuis voor ons in petto heeft op 27 januari belooft pit en jazzy experiment (een dag later te zien in Utrecht bij Rasa).  Verder zijn we vooral benieuwd naar de samenwerking tussen de avontuurlijke muzikanten van Arifa (zie cd-bespreking) en de Libanese diva Jahida Wehbe op 24 februari.

We ronden dit overzicht af met een tweede topper in De Centrale. Op 17 februari treedt de befaamde Iraanse zanger Salar Aghili er op met het Rumi Ensemble. Klassieke Perzische muziek voor fijnproevers!

Dat was het voorlopig. Volgende maand volgen verse concerttips. In de agenda (zie bovenaan) vind je een uitgebreidere selectie. Hieronder alvast een voorsmaakje met Tom Cohen en zijn Med Orchestra in Hoei.

donderdag 29 december 2011

'The original sound of cumbia: the history of Colombian cumbia & porro as told by the phonograph 1948-79'


In de muziekstijlen uit Latijns-Amerika ben ik over het algemeen iets minder goed thuis maar de compilatie Colombia: the golden age of Discos Fuentes - the powerhouse of Colombian music 1960-76 (Soundway) behoort al jaren tot mijn absolute cd-favorieten. Recent verscheen bij datzelfde Soundway The original sound of cumbia: the history of Colombian cumbia & porro as told by the phonograph 1948-79. Op dit dubbelalbum treffen we maar liefst 55 tracks aan, het resultaat van een jarenlange zoektocht naar de wortels van de immens populaire cumbia. Honderden 78-toerenplaten, singles en LP’s werden opgedolven om hieruit ca. 2,5 uur van de allerbeste Colombiaanse cumbia te distilleren. Dit gebeurde allemaal door Will Quantic Holland die, gedreven door zijn passie voor Colombiaanse muziek, de meest afgelegen plekjes van het Zuid-Amerikaanse land doorkruiste en daarbij op pareltjes stootte die nooit buiten Colombia te horen waren! Zo krijgen we enkele van de vroegste opnames gepresenteerd en lezen we hoe cumbia als genre tot stand kwam langs de mangroven van de rivier ‘Magdalena’ aan de Caribische kust. Daar vermengden inheemse fluiten zich met de percussie van Afrikaanse slaven. Het cumbiavirus besmette vervolgens het binnenland en belandde uiteindelijk ook in de hoofdstad Bogota. We volgen de evolutie en komen daarbij enkele grote namen tegen zoals Alberto Pacheco (hier te beluisteren met 'Sembrando Cafe') en Anibal Velasquez, de snelle accordeonduivel die we in juni nog konden bewonderen in het  Zuiderpershuis. Traditionale cumbia werd verrijkt met nieuwe invloeden en instrumenten, waarbij de accordeon alom aanwezig is (de link met vallenato). In een latere fase worden ook koperblazers zoals saxofoon, trombone en trompet binnengehaald. Porro verwijst naar het subgenre dat voornamelijk door brassbands gespeeld wordt.

En moet het gezegd dat al deze zonnige muziek zich het best laat smaken op de dansvloer? Een onmiskenbaar voordeel van het cumbiaritme is dat het weinig gemeen heeft met de heftige polyritmiek van latinstijlen zoals samba en salsa. Bijgevolg kunnen ook stijve harken zoals ondergetekende het erop wagen zonder zich belachelijk te maken!

The original sound of cumbia wordt verdeeld door Xango. Beluister hier een korte medley.


'The Original Sound of Cumbia' Medley by Soundway

Zin in meer cumbia en aanverwanten?
Soundway heeft nog mooie dingen in de aanbieding, zoals Curro Fuentes & The Big Band Cumbia and Descarga Sound of Colombia 1962 – 1972

Een kort portret van Will Quantic Holland kan je lezen bij Mixedworldmusic.