Startpagina1 111111111111 Zaalconcerten 111111111 Zomerfestivals 11111111111 Luistertips 11111111111 Concertagenda 1111 11111111111 E-mail



donderdag 23 februari 2012

'Java' van Sambasunda Quintet


Sambasunda is een 17-koppig orkest uit Bandung in West-Java (Indonesië) dat zich toelegt op traditionele muziek uit hun streek. Typisch hierbij is de energieke Gamelansound die tot stand komt door de combinatie van specifieke percussie die we onmiddellijk herkennen als Indonesisch. Maar daar blijft het niet bij voor dit ensemble. In 2010 stonden ze in afgeslankte bezetting (8 personen) op het podium van het Zuiderpershuis (zie verslag) waar ze ons een gevarieerd menu voorschotelden met instrumentale percussie, traditionele volksmuziek en knap gearrangeerde Sunda popliedjes.

Een opvallend gegeven bij Sambasunda is dat ze voor hun thuispubliek andere muziek maken dan voor het Westen. De cd’s voor de Indonesische markt (zie hier) lonken veel meer naar pop, met inzet van drums, gitaren, keyboards en zelfs hier en daar wat dubs en elektronica. Op hun bejubelde internationale productie Rahwana's cry halen ze daarentegen zoveel mogelijk ‘authentieke’ instrumenten uit de kast. Maar hoe ze het ook aanpakken, ze zetten meestal een fris geluid neer, noem het popmuziek met wortels in een waslijst van traditionele Indonesische muziekgenres.

Voor het Sambasunda Quintet, een nevenproject in nog kleinere bezetting, laten ze de gamelan even voor wat ze is en kiezen resoluut voor Tembang Sunda. Dat is Sundanese hofmuziek die zich ontwikkelde in het midden van de negentiende eeuw tijdens de Nederlandse kolonisatie. Op het album Java dat eind 2011 verscheen bij World Music Network presenteren vier kernleden van de groep, waaronder oprichter Ismet Ruchimat deze muziek zonder opsmuk. Dé ontdekking van de plaat is hun nieuwe zangeres Neng Dini Andriati, die met haar verleidelijke stem centraal staat en de teksten over verlangen en melancholie wondermooi naar haar hand zet. Het instrumentarium werd herleid tot de essentie, namelijk kacapi (een grote zither in de vorm van een boot), suling (bamboefluit), rebab (viool) en kendang (handdrums).

Het eindresultaat klinkt verrassend modern en deze keer mogen we niet klagen dat het om een project voor de Westerse markt gaat. Sommige nummers hebben namelijk wat weg van de typische Sunda pop die we twintig jaar geleden tijdens een reis door Indonesië overal op straat konden horen. Lieflijke melodieën in zeemzoete arrangementen met veel synths en keyboards, zoals in deze voorbeelden van Hetty Koes Endang en Detty Kurnia, twee bekende zangeressen in het genre. Door de akoestische aanpak van het Sambasunda Quintet klinken dergelijke songs een stuk subtieler en oprechter en bijgevolg heel wat aantrekkelijker.

Opener Bulan Sapasi is een schoolvoorbeeld van lang uitgesponnen Sunda pop. Het gaat bij deze song om een klassieker waarvan talrijke bewerkingen bestaan in verschillende stijlen. Ook in ‘Kembang Tanjung’ en ‘Teman Endah’ horen we catchy Sunda pop, extra aanstekelijk dankzij de sprankelende arrangementen en heldere productie. ‘Kapeje (Mun Pareng Patepung)’ is een moderne compositie in dezelfde lichte stijl van wereldmuziekpionier Sabah Habas Mustapha (3 Mustaphas 3). Enkel het koortje maakt het hier iets te melig.

Dan liever het korte maar pittige kinderliedje ‘Jaleuleu Ja’, dat lekker fris wegswingt. Hetzelfde zouden we kunnen zeggen van 'Paddy Pergi Ke Bandung' (Paddy Goes To Bandung), een plezante deun, waarin de muzikanten Keltische en Sundanese muziekvormen proberen te laten samensmelten, maar uiteindelijk toch niet veel meer dan een kitscherige pastiche afleveren. Te rechttoe rechtaan en op die manier minder op zijn plaats in het verfijnde geheel.

De sobere, verstilde schoonheid van ‘Serat Salira’ is wel topklasse, net als ‘Jemplang Naek Kukupu’ en afsluiter 'Balagenjat Naek Bangbung Hideung’, twee bezwerende, complexe nummers, die telkens opgebouwd werden met twee aparte songs als basis en waarin de spannende ritmiek en uitzonderlijk indringende vocalen ons echt laten gewaarworden hoe innoverend en baanbrekend dit ensemble bezig is.

Samenvattend kunnen we stellen dat Java in de eerste plaats een opmerkelijk en uitermate boeiend groeiplaatje is, waarvoor je rustig de tijd moet nemen, want het geeft zijn geheimen pas na meermaals beluisteren mondjesmaat prijs.

Beluister fragmenten via World Music Network  Hieronder kan je een promovideo bekijken van ‘Bulan Sapasi’.



Wens je meer info over Sundanese muziek, dan is deze Guide to Sundanese Music van Simon Cook interessant leesvoer.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen